Home

Achtergrond

‘Bio en gangbaar in een race to the top’

Duurzame en gemaksniches bedienen en zo betere prijzen uit de markt halen en export van kennis en technologie. Daar ligt de toekomst van de Nederlandse land- en tuinbouw, volgens Bas Rüter, directeur duurzaamheid van Rabobank en voorzitter van biologische koepelorganisatie Bionext. Hij verheugt zich op hoe bio en gangbaar elkaar overbieden in duurzaamheid.

De bankman benadrukt op voorhand graag dat hij zijn bestuurswerk bij Bionext op persoonlijke titel doet en dat het om een onbetaalde nevenfunctie gaat. “De biologische telers moeten niet het idee krijgen dat ze worden bestuurd door de Rabobank. En de gangbare boeren en tuinders bij de Rabobank moeten dus ook niet het idee krijgen dat hun bank biologisch als de enige oplossing beschouwt voor de verduurzaming van de sector. Maar Rabobank en de biologische sector dat is een prima huwelijk. We financieren niet voor niets 70% van de sector.”

Artikel gaat verder onder de foto.

Bas Rüter (49) is geboren in Geldrop en getogen in het nabijgelegen Eersel. Daar behept met een fascinatie voor de natuur ging hij in Wageningen biologie studeren. Na zijn studie stond hij mede aan de wieg van duurzaamheidsonderzoeksbureau Sustainalytics, maakte hij carrière bij Triodos BANK en werd hij in 2012 directeur Duurzaamheid bij de Rabobank. Nevenfuncties bekleedt Rüter onder meer als voorzitter van Bionext, Stichting Ekokeur en in het bestuur van Milieu Centraal en TKI Agri&Food. Namens GroenLinks was hij tot 2003 een termijn lang Statenlid in de provincie Utrecht en bij de laatste Kamerverkiezingen lijstduwer. - Foto: Herbert Wiggerman
Bas Rüter (49) is geboren in Geldrop en getogen in het nabijgelegen Eersel. Daar behept met een fascinatie voor de natuur ging hij in Wageningen biologie studeren. Na zijn studie stond hij mede aan de wieg van duurzaamheidsonderzoeksbureau Sustainalytics, maakte hij carrière bij Triodos BANK en werd hij in 2012 directeur Duurzaamheid bij de Rabobank. Nevenfuncties bekleedt Rüter onder meer als voorzitter van Bionext, Stichting Ekokeur en in het bestuur van Milieu Centraal en TKI Agri&Food. Namens GroenLinks was hij tot 2003 een termijn lang Statenlid in de provincie Utrecht en bij de laatste Kamerverkiezingen lijstduwer. - Foto: Herbert Wiggerman

Eén jaar voorzitter

Duurzaamheidsdirecteur Bas Rüter van Rabobank is sinds een jaar voorzitter van Bionext. Maar hij was al eerder intensief bij de biologsiche sector betrokken.

“Ik was al langer voorzitter van de Stichting EKO Keurmerk. En ook in die jaren heb ik nooit het gevoel gehad dat er wat botste. Maar ik zie wel dat er nog steeds een verschil is tussen de werelden van gangbaar en van biologisch. En dat ze meer van elkaar zouden kunnen leren als ze meer met elkaar zouden praten. De afstand tussen beide is emotioneel groter dan wenselijk.”

Er is zelfs soms een sfeer van elkaar de maat nemen, bijvoorbeeld over hoe wetenschappelijk bewezen de duurzaamheidsprestaties van biologisch of gangbaar dan precies zijn?

“Men zet zich inderdaad regelmatig tegen elkaar af. Waar het mij om gaat is dat men aan beide zijden door blijft gaan in het denken hoe het beter en duurzamer kan. En daarbij naar elkaars sterke punten blijven kijken. Dat gebeurt gelukkig wel en ik zie daarin een race to the top ontstaan.”

Doelt u dan ook op de nieuwe EU-verordening voor biologisch? Op zich verandert er toch niet zoveel aan de eisen?

“Nee, het gaat om veel meer dan alleen de Europese verordening. In feite is dat maar een smalle wettelijke basis, die weinig beweegt. Daar bovenuit steekt het gezamenlijke verhaal van de biologische ondernemers. De richtlijnen van de internationale organisatie van biologische producenten IFOAM bijvoorbeeld zijn veel breder. Daarin wordt wél dat verhaal weerspiegeld, de filosofie over meer dan alleen het afzien van chemische gewasbescherming en kunstmest, de solidariteit in de keten tot en met de consument.”

‘Gangbaar kan veel leren van de solidariteit in de biologische keten’

Holistisch

Een ouderwets woord bijna, solidariteit. En Rüter gebruikt ook graag het niet snel door tuinders in de mond genomen woord holistisch. Hij wijst daarmee naar de samenhang in de biologische keten én in de benadering van zo veel mogelijk aspecten van duurzaamheid tegelijk.

“Het is bijzonder dat Bionext de gehele biologische keten, van productie via handel tot en met de winkelvloer verenigt in 1 koepelorganisatie. Die 3 schakels hebben natuurlijk niet altijd dezelfde belangen. En toch werkt die samenwerking goed. Want het zijn allemaal mensen met dezelfde passie, voor landbouw, voor gezonde voeding, voor de aarde; voor hetzelfde grotere doel. Dat is dan ook wel weer een zó groot doel dat soms ook de souplesse om compromissen aan te gaan wat lastiger is dan in de gangbare sector. Biologisch kan wel wat leren van de pragmatiek die daar heerst. Maar gangbaar kan weer veel leren van de solidariteit in de biologische keten.”

En die holistische benadering? Hoe rijmt dat met wat u een smalle wettelijke basis noemt?

“Neem de biologische varkenshouders die leveren aan VION/De Groene Weg. Die zijn gezamenlijk aan de gang gegaan met bovenwettelijke eisen. Daar discussiëren ze heel levendig over op een eigen niet publiek toegankelijk internet over het effect van ‘speelgoed’ in de stal, over hoeveel grond je naast je stal hebt en al die andere zaken waarmee je extra punten kunt scoren. Heel goed is om niet in je eigen mening vast te blijven zitten. Om ‘out of the box’ te denken. Het gaat me niet zozeer over de inhoud van het lijstje, maar over door blijven gaan met nadenken en daar naar handelen. Gangbare ondernemers zien dat ook. En zo komt er die race naar de top. Als gangbare glastuinders willen aantonen dat een zo goed als biologische en klimaatneutrale substraatteelt misschien wel duurzamer is dan biologisch in de grond, wie kan daar dan op tegen zijn? Ik geloof persoonlijk meer in grondgebonden processen, maar dat doet er niet toe. Daag elkaar maar uit!”

‘Met het kiezen voor minder dierlijk eiwit en meer plantaardig is veel meer winst te halen’

Wie ligt aan kop?

Doorgaan in die metafoor van die race naar de top en zeggen wie er in die race aan kop ligt en of het gat tussen biologisch en gangbaar groter of kleiner aan het worden is, daar past Rüter wel voor op.

“Het gaat om heel veel aspecten. Het streven naar dierenwelzijn zoals dat door biologische boeren wordt ingevuld is soms ongunstig voor de milieuprestatie. Dat accepteren we, want koeien altijd allemaal alleen maar in de stal, dat willen we niet. Dat is volstrekt industrieel. En de impact van koeien in de wei, biologisch of gangbaar, is nog altijd veel en veel kleiner dan die van onze dieetkeuze. Met het kiezen voor minder dierlijk eiwit en meer plantaardig is veel meer winst te halen.”

Artikel gaat verder onder de foto.

Onkruid branden op een biologische akker. - Foto: Ton Kastermans
Onkruid branden op een biologische akker. - Foto: Ton Kastermans

Maar dieetkeuze is niet iets waar ondernemers invloed op kunnen uitoefenen. Wereldwijd komen er juist meer vleeseters bij. Slaat de westerling met af en toe een dagje geen vlees dan een deuk in een pakje boter?

“Nou, we hebben eerder boter op ons hoofd. En we wéten allemaal wel dat meer plantaardig en minder vlees eten beter is voor onze eigen gezondheid en voor onze footprint. Maar in ons hart zijn we gehecht aan de eetcultuur waarin we zijn opgegroeid, plat gezegd, de gehaktbal dus. De debatbepalers zijn om, maar in ons actuele gemiddelde gedrag gaat het niet snel. En de rijker wordende middenklasse in landen in Azië en Afrika, wat gaat die doen? Maar pas op, we zijn wel vaker verrast doordat de zich ontwikkelende landen veel sneller omarmen waar wij in het Westen decennia of eeuwen over hebben gedaan. China pakt met milieumaatregelen harder door en haalt ons ook op allerlei wetenschappelijk en technologisch gebied heel snel in.”

Niet puur technologisch

Niet dat Rüter pleitbezorger wil zijn van zuiver technologische oplossingen.

“Meer dan in puur technologische oplossingen geloof ik in het verbinden van agro-ecologie met gezonde verdienmodellen. Samenwerking op intrinsiek duurzame productie, zoals die tussen Agrarische Natuurverenigingen, Wereld Natuur Fonds, Friesland Campina en Rabobank, dat vind ik spannende projecten. Van de efficiëntie van gangbare ketens kan biologisch wat leren. En gangbaar kan leren hoe je consumenten kunt laten accepteren dat bij duurzaamheid ook een faire prijs hoort. Biologisch bewijst zich al bijna een halve eeuw als een niche met betere prijzen en meer groei. In duurzame kwaliteitsniches met betere prijzen en in export van agrarische kennis en technologie, daar ligt de toekomst van de Nederlandse land- en tuinbouw.”

Of registreer je om te kunnen reageren.