Home

Achtergrond

‘Wereld beweegt sneller dan PlanetProof’

Sjaak van der Tak, Niels Zuurbier en Gerard van den Anker zitten in LTO- en NFO-verband de telers van hun deelsector voor. Ook als er wordt gediscussieerd over een eerlijke beloning voor extra duurzaam product, zoals donderdag 22 november tijdens het Nationaal Groente en Fruit Congres.

Het vertrekpunt voor meer duurzaamheid in de keten van groente en fruit moet zijn dat extra inspanningen worden beloond en dat er geen enkele twijfel mag bestaan over een gelijk speelveld voor de telers van producten die naast elkaar in dezelfde winkels liggen. Daarover zijn alle telers het wel eens.

Namens de producenten zullen op het Nationaal Groente en Fruit Congres op 22 november in Rotterdam de 3 LTO-voorzitters van de glasgroenten-, fruit- en vollegrondsgroentesector alle mooie woorden wegen die over bovenwettelijke duurzaamheidseisen worden gesproken. En zo nodig van wat extra kritische woorden voorzien.

Lees ook: Mee met markteis voor duurzamere groente en fruit

Marktconform in vollegrond

IJsbergsla- en spitskoolteler en voorzitter van LTO-Vollegrondsgroente Niels Zuurbier zal die rol tijdens de workshopsessies niet moeilijk af gaan. Want ook op zijn eigen bedrijf is hij aan de slag gegaan met de eisen van PlanetProof. En dat noemt hij ‘een uitdaging’.

“Alles kan natuurlijk”, zegt hij over de inspanningen die hij en met hem heel veel andere telers hebben moeten doen om te kunnen worden gecertificeerd. “Maar de wereld beweegt sneller dan het PlanetProof-certificaat. De schema’s met eisen voor het aantal kilo’s actieve stof dat je in een teelt mag gebruiken, kunnen bij het opstellen ervan nog passen. Maar om mee te kunnen bewegen met voortdurende veranderingen in regelgeving moet het dynamischer.”
Lees verder onder de foto‘s

Niels Zuurbier: Geen ramp als Greenpeace uit overleg opstapt. - Foto: Lex Salverda
Niels Zuurbier: Geen ramp als Greenpeace uit overleg opstapt. - Foto: Lex Salverda

Zuurbier weet zelf als deelnemer aan allerlei vergadertafels, ook bij PlanetProof, dat daaraan wordt gewerkt. “Maar het is verdraaid lastig. Greenpeace zit ook aan tafel en hangt achterover. Zij behouden zich het recht voor om op te stappen uit het overleg. Dat is voor ons als telers toch wat ingewikkelder.”

Lees ook: Is Greenpeace tevreden met aangescherpte eisen?

Als teler opstappen uit het overleg betekent immers ook weglopen bij de supermarkten, die samen met de milieuorganisaties deze verduurzaming willen. Zuurbier vindt dat als de supermarkten het willen, zij er ook wel wat voor over mogen hebben. “Want wat zien de telers nu terug van hun extra inspanningen? Helemaal niks.”

Overigens is Zuurbier niet zomaar voorstander van een al te krasse stellingname van LTO in dit soort zaken. “Belangenbehartiging en marktwerking, dat is een gevaarlijke combinatie. Het is toch uiteindelijk de verantwoordelijkheid van elke individuele tuinder om ja of nee te zeggen tegen een prijs. Het is niet de taak van LTO maar van de supermarkten om de rug te rechten tegen Greenpeace of Natuur en Milieu.” En als Greenpeace daardoor inderdaad zou opstappen uit het overleg? “Dat zou ik helemaal niet erg vinden.”

Meeste partijen blij met PlanetProof

Tegelijk is wel duidelijk dat de meeste partijen aan de overlegtafel blij zijn met deze certificering. De supermarkten zijn blij dat ze weer een nieuw duurzaamheidslogo kunnen laten zien aan de klanten. Stichting Milieukeur is blij dat hun PlanetProof-schema’s nu op zoveel bedrijven worden gevolgd. En Greenpeace is kennelijk ook nog blij met de stappen die de telers zetten.

Lees ook: Zo staat het ervoor met PlanetProof

De teler zou voor dat duurzamere product ‘een marktconforme prijs’ betaald krijgen, houden de deelnemende supermarkten steeds vol. Zuurbier: “Marktconform? De prijzen zijn voor veel vollegrondsgroente de laatste jaren sowieso te laag.” Dat LTO nu wel actie onderneemt om in zijn algemeenheid te pleiten voor een eerlijker prijs voor boeren en tuinders, daar is Zuurbier natuurlijk niet op tegen. “Aandacht daarvoor is altijd goed. Maar of het wat helpt? Ik hoop het.”

NFO: duurzaamheidseisen bieden sector een kans

Wat Gerard van den Anker als NFO-voorzitter positief vindt aan duurzaamheidseisen is dat ze een kans bieden voor de sector. “We willen graag laten zien dat we duurzaam en verantwoord telen en de laatste jaren grote slagen hebben gemaakt. Bovendien biedt het een kans op een eerlijke beloning voor onze inspanningen.”


Gerard van den Anker. - Foto: NFO

De kansen die PlanetProof van Stichting Milieukeur en TopCrop van Albert Heijn bieden, moeten in de keten ook wel worden verzilverd. “Anders worden duurzaamheidscertificaten alleen maar een extra leveringsvoorwaarde, met een hogere kostprijs, waarschijnlijk ook een meer ongelijk speelveld in Europa en extra administratieve lasten voor de ondernemers.”

Om inderdaad alle ketenpartners mee te laten profiteren moet de retail die duurzame inspanningen ook echt willen uitdragen in het schap, stelt Van den Anker. “Daarnaast is het belangrijk dat de consument er achter gaat staan. Ik acht de kans dat we via deze aanpak tot een meerwaardestrategie komen groter dan dat we via wettelijke maatregelen een meerwaarde kunnen afdwingen.”

Inzet belonen

Naast financiële meerwaarde in de markt en het zichtbaar maken van onze inspanningen kan meerwaarde ook gerealiseerd worden door ondernemers voor hun inzet te belonen door ze bijvoorbeeld minder vaak te controleren, als ze hebben aangetoond goed te scoren. Of met iets meer ruimte voor een medicijnkast voor plantgezondheid, als blijkt dat de IPM inspanning van de ondernemer niet voldoende is en er een correctiemiddel nodig is.

Lees ook: PlanetProof wordt praktischer voor telers

“Daarin zie ik ook een rol voor onze overheid”, zegt Van den Anker. “Vanuit de NFO leveren wij in elk geval input voor een haalbaar en praktisch certificaat. Met de start van het nieuwe afzetseizoen bespeur ik een lichte voorkeur voor fruit dat voldoet aan een duurzaamheidscertificaat. Maar ook zie ik dat die voorkeur wordt vertaald als randvoorwaarde en níét in een meerprijs, wat ik bijzonder betreur.”

Glastuinders zeggen ja

Sjaak van der Tak is van de 3 voorzitters de enige die niet zelf als teler met deze eisen van supermarkten en ngo’s wordt geconfronteerd. De voorzitter van LTO Glaskracht is echter ook de enige die zijn achterban zo ver heeft gekregen dat ze in overgrote meerderheid ja hebben gezegd tegen een grootscheeps onderzoeksprogramma. Dat programma moet het voor alle glastuinders makkelijker maken om mee te gaan met ‘Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid’.

PlanetProof als een Michelinster

“Onderdeel daarvan is ook een serieus onderzoek naar hoe we als keten duurzaamheid dichterbij de consument kunnen brengen. Een keurmerk met een logo is dan mooi. Maar dat kan ook nog wat verder gaan, zoals de sterren van het Beter Leven-keurmerk. PlanetProof als een Michelinster.”

LTO Glaskrachtvoorzitter Sjaak van der Tak. - Foto: Roel Dijkstra
LTO Glaskrachtvoorzitter Sjaak van der Tak. - Foto: Roel Dijkstra

Dat onderzoek naar plantgezondheid en gewasbescherming is onderdeel van het bredere programma Kennis in Je Kas, naast onderzoek naar slimmer en schoner gebruik van energie en water. Als alle Nederlandse glastuinders met meer dan een halve hectare glas € 350 per hectare bijdragen, dan brengt de hele sector € 3 miljoen op. En met de op verduurzaming gerichte onderzoeksonderwerpen die de tuinders al in dat programma hebben ingebracht, kan het bijna niet anders dan dat minister Carola Schouten die heffing verbindend verklaart voor inderdaad alle glastuinders, én er als overheid nog eens € 3 miljoen naast zet.

Het is overigens niet alleen de glastuinbouw die dat verzoek bij Schouten neerlegt. Zoiets gaat immers via een zogeheten brancheorganisatie, een BO. En in het bestuur van de BO Groenten en Fruit en Sierteelt zit Van der Tak naast Gerard van den Anker en Niels Zuurbier.

Of registreer je om te kunnen reageren.