Home

Achtergrond

‘Vervang machines weer door spierkracht’

Om het tij van een opwarmend klimaat te keren, zijn drastische ingrepen nodig, zegt akkerbouwer Meino Smit, die promoveerde op een onderzoek naar de duurzaamheid van de landbouw. “De research moet je richten op het vervangen van kapitaal door arbeid.”

Iedereen heeft het over duurzame landbouw, maar hoe duurzaam is de landbouw eigenlijk? Velen vragen zich dat af, maar weinigen doen zoveel moeite om een antwoord te krijgen als biologisch akkerbouwer Meino Smit. Hij werkte de afgelopen 8 jaar aan een proefschrift over dit onderwerp. Daarin probeerde hij alle mogelijke gegevens over de Nederlandse landbouw samen te wegen in een model, en een vergelijking te maken met het jaar 1950. In september promoveerde hij bij Wageningen UR, met als promotor Jan Douwe van der Ploeg, inmiddels emeritus-hoogleraar transitieprocessen in Europa.

Onduurzamer geworden

De uitkomst is teleurstellend, zij het voor Smit zelf niet echt verrassend: de Nederlandse landbouw is niet duurzaam, en kachelt nog steeds achteruit qua duurzaamheid. In vergelijking met 1950 is het ook nog eens een stuk minder geworden. Dat blijkt uit een soort energiebalans die Smit maakte voor de landbouw: hoeveel energie gaat erin, en hoeveel komt eruit? Tegenwoordig is die balans ongunstig. “In 1950 kwam er meer energie uit de landbouw dan er in gestopt werd. De verhouding output:input was toen 1,2. In 2015 was dat nog maar 0,4.”

Meino Smit (69) werkte na zijn studie aan Wageningen UR bij verschillende adviesbureaus op het gebied van duurzaamheid. In 1996 begon hij als biologisch akkerbouwer in Paterswolde. Op 46 hectare verbouwt hij granen, vezelhennep, luzerne en grasklaver en er is agrarisch natuurbeheer. September dit jaar promoveerde hij op een studie over de duurzaamheid van de Nederlandse landbouw. - Foto: Jan Willem van Vliet
Meino Smit (69) werkte na zijn studie aan Wageningen UR bij verschillende adviesbureaus op het gebied van duurzaamheid. In 1996 begon hij als biologisch akkerbouwer in Paterswolde. Op 46 hectare verbouwt hij granen, vezelhennep, luzerne en grasklaver en er is agrarisch natuurbeheer. September dit jaar promoveerde hij op een studie over de duurzaamheid van de Nederlandse landbouw. - Foto: Jan Willem van Vliet

Smit leverde een tour de force door alle mogelijke ingaande en uitgaande energie te becijferen. Vooral de schatting van de input is een heidens karwei, want waar hou je op? Het verhaal eindigt niet met de brandstof voor de trekker. Ook het productieproces van de trekker, de kunstmest en de stal nam hij mee. Zelfs over de voeding van de arbeiders in de trekkerfabriek dacht hij na, om die tenslotte toch buiten beschouwing te laten. “Ik moest ergens een grens trekken.” Ook de zonne-instraling op het gewas telde hij niet mee. “Die is er toch, toen en nu.” De output, ofwel de landbouwproductie, was makkelijker te schatten, aldus Smit: “Daar zijn heel veel statistieken van.”

Productiviteit iets groter

De conclusie is dus een verslechtering van de energiebalans van de landbouw. Dat druist in tegen de heersende opvatting dat de agrarische sector juist steeds productiever en efficiënter is geworden. Het Nederlandse model van grote input en grote output is daarop gebaseerd.

Smit beaamt dat de productie per hectare inderdaad is toegenomen, evenals de arbeidsproductiviteit. “Maar die is minder gegroeid dan steeds wordt gezegd.” Verder wordt vaak vergeten hoeveel input van verderop in de keten nodig is om een hectare productief te maken, stelt hij. Hij wijst op de mechanisatie met zijn afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, en op de industrie die daar achter zit en met het beslag dat die legt op de beschikbare energie en grondstoffen.

Vertrouwen in nieuwe technologie is niet dé oplossing

Niet alleen het energiegebruik, ook het ruimtebeslag nam Smit onder de loep. Ook dat hoort bij de beoordeling van de duurzaamheid, vindt hij. In Nederland zelf is het landbouwareaal licht gekrompen in de afgelopen halve eeuw. Daarvoor in de plaats is een veelvoud aan hectares in gebruik genomen in het soms verre buitenland voor onder andere de productie van veevoer.

Drastische keuzes nodig

Met het oog op het klimaatprobleem moet de landbouw – net als de hele economie – juist minder energie gaan gebruiken. Volgens de promovendus stelt dat ons voor drastische keuzes. Vertrouwen in nieuwe technologie is niet dé oplossing, vindt hij. Als voorbeeld komt aardwarmte voorbij als oplossing voor de afhankelijkheid van aardgas in de glastuinbouw. “Ook dan blijf je afhankelijk van de input van energie, want die installaties gebruiken energie en moeten ook worden geproduceerd. Dat moet je wel meenemen, want anders hou je je zelf voor de gek.”

Spierkracht nodig

Er zit niks anders op dan vermindering van de mechanisatie en het terugbrengen van meer menselijke arbeid in de landbouw, aldus Smit. “Ik wijs niet de techniek af. Bepaalde techniek heb je wel nodig. Gewasveredeling bijvoorbeeld. Maar steeds nieuwe en grotere machines, dat lost niks op. En overschakelen naar elektrisch, is ook niet de oplossing. Wegens ’Parijs’ moeten we van 90% van het fossiele brandstofgebruik af. Voor het massaal gaan toepassen van elektronica ontbreken de grondstoffen, zoals zeldzame aardmetalen. Dus moeten we kapitaal deels vervangen door arbeid. Je krijgt dan mechanisatie gericht op het zo prettig mogelijk met de hand op het land werken. Daar moet je research naar doen. Een omkering dus. Want het onderzoek is nu vooral gericht op vervanging van arbeid door machines. Je moet machines weer vervangen door spierkracht, in combinatie met slimme innovaties.”

De boer is sinds 1950 niks opgeschoten met de zogenoemde vooruitgang. Zijn reële inkomen is achteruitgegaan

Dat de welvaart is toegenomen, vindt de akkerbouwer maar zeer betrekkelijk. “Net wat je daar onder verstaat. Als je het natuurlijke systeem zo beschadigt dat het niet meer kan produceren, keert het zich tegen je. En als we niks doen, dan gebeurt dat. Als we het akkoord van Parijs niet naleven, verdwijnen we onder water.”

Landbouw wordt weer belangrijker

Duidelijk is volgens hem dat het consumptiepatroon drastisch anders moet. Heel veel luxe van nu moet er af. Hele bedrijfstakken moeten om die reden inkrimpen, waardoor er ook arbeidskrachten vrijkomen voor de landbouw, die wel altijd nodig blijft. Het gevolg zal zijn dat de landbouw weer een veel belangrijker plaats krijgt in de samenleving en de economie. “De boer is sinds 1950 niks opgeschoten met de zogenoemde vooruitgang. Zijn reële inkomen is achteruitgegaan, hij heeft niet gedeeld in de welvaart.”

Foto: ANP
Foto: ANP

Voor de sector zijn de gevolgen evengoed drastisch, als het scenario van Smit doorgaat. De hele intensieve veehouderij is onhoudbaar, volgens de akkerbouwer, evenals de glastuinbouw met verwarmde kassen. De export en import moeten minder. “Je moet je veel meer richten op het voeden van de eigen bevolking.”

Radicale kringlooplandbouw

Bovendien is een radicale koerswijziging nodig richting kringlooplandbouw. Daarin moeten ook alle nutriënten uit het riool opnieuw gebruikt worden. Van een mestoverschot zal in 2040 geen sprake meer zijn.

Grote vraag is hoe dit allemaal tot stand moet komen, want Smit constateert dat de huidige regering deze stappen niet durft te zetten. “Het is absoluut nodig dat dit gebeurt. Mijn pleidooi is om er zo snel mogelijk mee te beginnen, zodat bedrijven erop in kunnen spelen. Ondernemers willen weten waar ze aan toe zijn. De kern van mijn betoog is: de hele maatschappij moet deze kant op. De landbouw is onmisbaar. Daarom moet met name de landbouw op tijd beginnen. Eerste stap is verkleining van de veestapel. Je kunt wel in verzet gaan en als landbouw (weer) op de rem gaan staan, maar dan gaan anderen bepalen wat er moet gebeuren. Daar zie ik geen heil in. Zie dit als een wake-upcall.”

Boeren in debat met Schouten

Kringlooplandbouw is het toverwoord in de landbouwvisie van minister Carola Schouten. Op 5 november organiseert Boerderij een boerendebat met de minister. In de aanloop daarnaartoe een serie interviews met boeren en niet-boeren.

Of registreer je om te kunnen reageren.