Home

Achtergrond

GlobalGap wil er ook voor tuinders zijn

Binnen GlobalGap stellen supermarkten samen eisen aan leveranciers. Dat is wel lastig, aldus oprichter en directeur Kristian Moeller. Maar Europese tuinders hebben er ook profijt van. Het helpt ze zich te onderscheiden van leveranciers in landen waar standaarden lastiger zijn waar te maken.

GlobalGAP is gevestigd op de vierde verdieping van een monumentaal pand in het centrum van Keulen. GlobalGAP is namens een serie supermarktketens zetter en bewaker van een internationale productiestandaard voor de agrarische sector. Supermarkten en voedingsconcerns kopen steeds meer wereldwijd in. Als Europese leveranciers relevant willen blijven, moeten ze eerder blij dan bezorgd zijn over strengere standaarden, aldus GlobalGAP-directeur Kristian Moeller.

De ondergrens

In zekere zin bepaalt GlobalGAP de ondergrens voor een goede landbouwpraktijk. De eisen die GlobalGAP aan telers en veehouders stelt, moeten de voedselveiligheid garanderen. Maar daarnaast moeten de standaarden ook milieuverontreiniging beperken, een goede omgang met personeel garanderen en doelmatig gebruik van natuurlijke hulpbronnen bevorderen. GlobalGAP is in 1997 opgericht als een initiatief van een serie supermarktketens waaronder Albert Heijn.

De organisatie is het geesteskind van Moeller, een boerenzoon uit Nedersaksen die na omzwervingen bij de overheid en Wereldbank tot de conclusie kwam dat hij de wereld het beste vanuit het bedrijfsleven kon verbeteren.

Op dit moment zijn circa 180.000 agrarische bedrijven GlobalGAP-gecertificeerd. Het grootstedeel betreft telers van groente- en fruit. Het voedselkwaliteits- en –veiligheidssysteem omvat meer dan 3 miljoen hectare.

Kristian Moeller op het GFIA evenement in Utrecht. Foto: Koos Groenewold
Kristian Moeller op het GFIA evenement in Utrecht. Foto: Koos Groenewold

Lastig maar noodzakelijk

Moeller erkent dat boeren geen natuurlijke fans zijn van GlobalGAP. “Ik ben zelf op een boerenbedrijf opgegroeid. Boeren willen goed boeren, maar worden gek van alle regels en papierwerk. Maar ze moeten niet vergeten dat als GlobalGAP niet zou bestaan, verschillende supermarkten ook verschillende basiseisen zouden neerleggen. Zonder GlobalGAP moeten ze verschillende programma’s uitrollen of zich afhankelijk maken van een enkele afnemer.”

‘Zonder GlobalGAP moeten boeren verschillende programma’s uitrollen of zich afhankelijk maken van een enkele afnemer.’

Uiteindelijk bedient GlobalGAP zowel de aankopende als verkopende partij. Dat eisen steeds scherper worden, is volgens Moeller lastig maar noodzakelijk. “De maatschappij wordt veeleisender en is in essentie de baas: zij kopen de producten. Vroeger was de landbouw voor de consument ver weg, nu niet meer. Supermarkten moeten daarnaar luisteren, anders verliezen ze de concurrentiestrijd. Eisen moeten niet onredelijk zijn, maar het is een feit dat inzichten verschuiven en extra eisen ook een kans zijn voor telers om zich te onderscheiden.”

Minder audits

GlobalGAP wil met nieuwe technologie de auditdruk terugdringen. “Audits kosten ons tijd, kosten de tuinders tijd en we kunnen ons geld allemaal beter gebruiken.” Concreet wil GlobalGAP ‘Big Data’ aanwenden. Telers verzamelen op allerlei wijzen data over hun perceel, machine en de inzet van productiemiddelen. “Het is niet eenvoudig maar als die gegevens kunnen worden aangeleverd en verwerkt, en daar zijn we nog lang niet, dan kunnen we straks 24 uur per dag controleren, zonder iemand naar het bedrijf te sturen. Betere controle dus en minder beslag op de tuinders tijd.”

Voorwaarde is wel dat de data veilig en gestructureerd kunnen worden aangeleverd. Voor zover data niet automatisch gegenereerd worden, moeten tuinders wel aantoonbaar de juiste gegevens doorgeven. Bovendien moeten de data beschermd worden tegen bijvoorbeeld diefstal. Van GlobalGAP mag volgens Moeller verwacht worden dat ze de gegevens voor niets anders dan ‘compliance’ gebruikt. “Het wederzijdse vertrouwen is naast de techniek een uitdaging.”

‘Eisen moeten niet onredelijk zijn, maar inzichten verschuiven en extra eisen zijn een kans om je te onderscheiden.’

Hogere eisen

“Europese supermarkten moeten op hun tellen passen. De veeleisende consument is de kracht van de Europese economie; ze dwingt tot continue verbetering. Soms zijn de eisen te hoog, ook van supermarkten, maar de algehele beweging is goed. Europese leveranciers moeten het niet van prijs hebben, maar van toegevoegde waarde. Van bewezen veilige, duurzame productie. Supermarkten en diens directe toeleveranciers kopen steeds meer mondiaal in. Deels is dat onvermijdelijk, maar de Europese landbouw kan naar mijn mening nieuwe, zwaardere eisen beter omarmen dan verwerpen. Het helpt ze competitief te blijven.”

Of registreer je om te kunnen reageren.