Home

Achtergrond

100% biologisch is vooral theoretische exercitie

Theoretisch kan het, maar praktisch is het ondoenbaar: de hele wereld in 2050 voeden met biologische producten. Dat is de conclusie van onderzoek door het Zwitserse onderzoeksinstituut voor biologische landbouw (FIBL), gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

Het Onderzoek is uitgevoerd door Zwitserse, Britse, Duitse, Italiaanse en Oostenrijkse wetenschappers. De Wereldvoedselorganisatie FAO heeft er ook aan meegewerkt. Bij de berekeningen zijn de onderzoekers uitgegaan van een bevolkingsgroei tot 9 miljard in 2050.

Uitsluitend biologische landbouw gaat volgens de modellen ten koste van (tropische) bossen

Omschakeling naar 100% biologische productie in een landbouwsysteem dat genoeg voedsel met voldoende voedingswaarde levert is niet uitvoerbaar en zou leiden tot een groter landgebruik, aldus Adrian Miller, hoofdauteur en onderzoeker aan het FIBL. Het extra grondgebruik voor uitsluitend biologische landbouw zou afhankelijk van het gekozen scenario 16 tot 33% groter zijn dan het wereldwijde areaal nu. Dat gaat volgens de modellen ten koste van (tropische) bossen. Landgebruik en ontbossing zou bij 100% biologische teelt fors hoger zijn dan bij niet-biologische landbouw.

Het scenario van Miller

Miller gaat er in de berekeningen van uit dat dierhouderij voor voedselproductie alleen plaatsheeft in gebieden waar uitsluitend gras kan groeien en waar geen gewassen voor humane consumptie kunnen worden geteeld. Bovendien wordt op die gronden geen veevoer geteeld.

In het scenario van Miller zou de veestapel drastisch moeten afnemen. Dat gaat in tegen de trend van toenemende vraag naar dierlijke eiwitten in opkomende economieën in Azië en Afrika.

Miller heeft bij zijn berekeningen bovendien ingecalculeerd dat de huidige voedselverliezen in de keten of door oogstverliezen drastisch worden gereduceerd. Het is mogelijk om genoeg voedsel te produceren met alleen biologische landbouw voor de groeiende wereldbevolking. Maar dat lukt alleen als er grote arealen eiwitgewassen worden geteeld, er veel minder voer voor vee wordt gebruikt en de voedselverspilling afneemt.

‘Als een van de doelstellingen niet voldoende wordt doorgevoerd, zal het produceren van genoeg voedsel onmogelijk blijken’

Al die doelstellingen tezamen: een hogere opbrengst van de biologische gewassen, vergroting van het biologisch areaal, vermindering van de voedselverspilling, vermindering van de veestapel en de vermindering van de consumptie van dierlijke producten leveren een praktisch ondoenlijke taak op. Want als een van die doelstellingen niet voldoende wordt doorgevoerd, zal het onmogelijk blijken, aldus Miller.

Aanpassingen in gangbare landbouw

De FAO stuurt dan ook meer aan op aanpassingen in de gangbare landbouw om de duurzaamheid te verbeteren. Directeur-generaal José Graziano da Silva van de FAO zei bij de klimaatconferentie in Bonn dat het mogelijk moet zijn de veehouderij minder broeikasgassen te laten uitstoten. Dat is volgens hem vooral van belang in gebieden waar de bevolking voor het levensonderhoud afhankelijk is van veehouderij, bosbouw of visserij. Het zijn juist arme huishoudens in dergelijke gebieden die het meest lijden onder de klimaatverandering, aldus Da Silva.

Of registreer je om te kunnen reageren.