Home

Achtergrond

Nieuwe plaag bedreigt Mediterrane tomatenteelt

Tuta absoluta kwam afgelopen zomer als een onopvallende toerist Spanje binnen, maar er moet gevreesd worden dat hij zich permanent zal vestigen. Het kleine motje is de belangrijkste plaag voor de tomatenteelt in Zuid-Amerika. Nu lijkt het aan de verovering van het ‘Oude Continent’ begonnen.

Door Gerard Boonekamp

gerard.boonekamp@reedbusiness.nl



In Spanje is afgelopen zomer de mot Tuta absoluta ontdekt die tot nu toe alleen in Latijns-Amerika voorkwam. Hij geldt daar als de ergste plaag in de tomatenteelt. Maar ook aubergine, paprika, aardappel en andere solanaceeën (zoals nachtschades en de trompetbloem Datura) gebruikt hij als waardplant. Na de vondst, deze zomer, in het noorden van Castillón en in verschillende vollegrondsteelten in Valencia, heeft de Europese en Mediterrane Gewasbeschermings Organisatie (EPPO) het insect in september op de ‘actielijst’ gezet.
Percelen in Spanje waar de quarantaineplaag wordt gevonden moeten volgens het protocol vernietigd worden en in de omtrek moeten alle solanaceeën bespoten worden met bestrijdingsmiddelen. Ook de vruchten mogen niet meer worden verhandeld, omdat de kleine rupsjes daarin kruipen en zich zo gemakkelijk kunnen verspreiden. De regering van Valencia geeft een vergoeding van 1.500 (voor aardappel) tot 3.000 euro (voor tomaat en paprika) per hectare voor percelen die geruimd moeten worden.

Enorme schade
In Zuid-Amerika heeft de Tuta absoluta zich vanaf de zeventiger jaren verspreid over vrijwel het hele continent. Hij wordt nu beschouwd als de belangrijkste plaag voor de tomaatteelt, zowel vollegrond- als beschermde teelten. In de tomatenteelt zijn volgens EPPO gevallen van 50 tot 100 procent verlies van de opbrengst bekend.
De kleine vrouwelijke nachtvlinder (bruin, 1 cm lang met lange antennen) legt de eieren op of in het blad. Na het uitkomen kruipen de rupsjes (0,9 tot 7,5 mm lang) in blad, stengel of vruchten waarin ze gangen vreten. De gangen in het blad zijn onregelmatig en worden later bruin. Vruchten kunnen al vlak na de zetting worden gepenetreerd. Het binnendringen van de stengel zorgt voor groeistoornis, aldus de data van EPPO over deze plaag. De rupsen verpoppen in het blad, in stengels of in de grond. De grootste schade doen de grotere rupsen (derde en vierde stadium) in stengels en vruchten. Vaak treden er secondaire ziektes op door beschadigd plantweefsel, vooral onder vochtige klimaatomstandigheden. De schade aan de vruchten heeft directe economische gevolgen omdat deze onverkoopbaar worden. Bij flinke aantasting zijn de larven in staat alle vruchten in een gewas aan te tasten, zegt het landbouwinstituut Inia in Chili.
Doordat de rups alleen het oppervlak van blad, stam of vrucht intact laat, is hij moeilijk chemisch te bestrijden. In Zuid-Amerika wordt gekozen voor het ophangen van feromoonvallen voor de bepaling van het juiste moment van chemische bestrijdingen. De meest gebruikte middelen zijn abamectine (Vertimec) en Bacillus thuringiensis. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van biologische bestrijding. Twee sluipwerpen (Pseudapanteles dignus en Dineulophus phthorimaeae) komen hiervoor het meest in aanmerking. P. dignus lijkt de beste papieren te hebben omdat hij zijn duur van de larvale periode synchroniseert met die van de rups die hij parasiteert. Probleem is wel dat massakweekmethodes voor larvenparasiten over het algemeen complexer zijn dan voor eiparasieten.

PD onderzoekt risico’s
In het Andesgebergte komt de mot niet voor vanaf 1.000 meter boven zeeniveau, want hij heeft warmte nodig. Dat is de reden dat Eppo vooral gevaren ziet voor de tomatenteelt in het Middellandse Zeegebied, zowel buiten als in kassen. Maar via de tomatenvruchten kan hij zich in principe tot ver buiten zijn leefgebied verspreiden en is het gevaar voor tomatenteelten in Noord-Europa niet uitgesloten.
Naar aanleiding van de vondsten in Spanje heeft de Plantenziektenkundige Dienst (PD) besloten om een plaag-risico-analyse uit te voeren voor Tuta absoluta. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijke routes waarlangs de plaag zich verspreidt, naar de schadelijkheid en de economische risico’s en gevolgen. Daarnaast overweegt de PD het plaaginsect op te nemen in de gangbare fytobewaking, aldus Jeroen Kavelaars, sectormanager tuinbouw van de PD. De fytobewaking is een monitoringptogramma waarbij de PD op buitenpercelen, in kassen en in de ‘groene ruimte’ monsters neemt en op aanwezigheid van nieuwe insecten controleert.
Tot nu toe zijn nog geen vondsten van Tuta absoluta in Nederland bekend. Kavelaars beaamt dat er een zeker risico is dat de plaag met name via de vruchten in Nederlandse kassen terecht komt. “Maar het is nog niet duidelijk hoe groot het risico is.”


Bron: Weekblad Groenten & Fruit, week 49 2007

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.