Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

‘Alles wat tot een foetus doordringt verbieden’

In januari benoemde Wageningen Universiteit zeven uitzonderlijke onderzoekers tot persoonlijk hoogleraar. Een van de nieuwe professoren is Tinka Murk. Ze is toxicoloog en heeft veel gepubliceerd over schadelijke stoffen in het milieu en hoe dat inwerkt op de gezondheid van mens en dier.DOOR TON VAN DER SCHEERton.van.der.scheer@reedbusiness.nl

“Milieu en gezondheid is een combinatie die zowel
wetenschappelijk als maatschappelijk interessant is. Ik merk dat aan de reacties
die ik krijg als ik een keer op het journaal ben geweest. Veel telefoontjes van
bezorgde mensen die met vragen zitten. Bijvoorbeeld toen er zo’n ophef was over
de weekmakers in die scoubidou- touwtjes. Er zitten ook chemofobe mensen bij die
maar blijven bellen. In het geval van die touwtjes vond ik dat de milieubeweging
geen beste beurt maakte. Het daadwerkelijk gevaar voor de gezondheid van
kinderen was praktisch nul. Zoveel lawaai maken over iets dat er niet toe doet
haalt de aandacht weg van dingen die er wél toe doen.”

Zijn gewasbeschermingsmiddelen die in de teelt van groente en fruit
worden gebruikt in uw onderzoeksgebied zaken die er wél toe
doen?
“Gevaar voor de gezondheid treedt niet zo snel op. Het lichaam
kan veel aan. Onze enzymen maken veel kapot voordat het schade kan aanrichten.
Bovendien zijn veel stoffen die in bestrijdingsmiddelen zitten snel afbreekbaar.
Binnen een paar dagen zijn die helemaal uit het lichaam verdwenen. Maar sommige
stoffen breken juist slecht af of we worden er aan blootgesteld in een meer
kwetsbare levensfase, bijvoorbeeld voor de geboorte. Er is nu internationaal
nogal aandacht voor Bisnol A. Dat zit aan de binnenkant van conservenblikken,
plastic bronwaterflesjes en in de witte vullingen van kiezen. In de Verenigde
Staten komt men na onderzoek uit op een oordeel ‘some concern’. Bij tests hebben
wij ook een verminderde oestrogene activiteit in de placenta van zwangere
muizenvrouwtjes geconstateerd. Toen ik zelf zwanger was, heb ik voor alle
zekerheid nog consequenter vooral biologische producten gegeten en geen
producten uit plastic. Misschien ligt in dit soort hormoonverstoringen, die al
sinds decennia door de moeder aan de foetus worden doorgegeven, deels wel de
oorzaak van het steeds toenemende risico op borstkanker en testikelkanker.
Eigenlijk zou ik alle chemische stoffen die tot een foetus doordringen willen
verbieden.”

Sinds 1 september zijn in de EU alle maximum residulimieten
geharmoniseerd. Daarbij is telkens de hoogste mrl binnen de EU gekozen, tegen
het licht gehouden met het oog op gezondheidsrisico’s en vervolgens, als er geen
alarmbellen gingen rinkelen, voor heel de EU aangenomen. Is dat dan wel een
goede werkwijze?
“De huidige beoordeling van stoffen en middelen is
oké. Beleidsmatig is de EU zorgvuldig bezig. Er is per stof meestal een goede
marge tussen een dosis die toxicologische risico’s voor consumenten zou
opleveren en de maximale dosis van een middel volgens het goed landbouwkundig
gebruik. Maar er wordt in mijn optiek te weinig gekeken naar wat combinaties van
stoffen doen. In plaats van nog meer onderzoek doen naar alle eigenschappen van
één stof pleit ik voor meer aandacht voor de aanwijzingen dat soms stoffen samen
onverwachte effecten kunnen geven. Wij doen ook onderzoek naar wat er allemaal
op een appel of in een vis of in een waterbodem zit. En als het om
bestrijdingsmiddelen gaat ben ik ook niet helemaal gerust op de hulpstoffen die
erin zitten verwerkt, bijvoorbeeld om het middel beter aan het blad te laten
hechten. Die stoffen hoeven nu niet afzonderlijk getest te worden als ze minder
dan zoveel procent van het hele mengsel uitmaken. Maar zo’n stofje kan in
potentie wel gevaarlijk zijn.”

Een gevaar dat mogelijk in de toekomst kan worden gevonden mag toch
geen reden zijn om een volgens bestaande protocollen onderzocht en veilig
bevonden middel in twijfel te trekken?
“Dat is waar, maar we moeten
ook niet onze kop in het zand steken en nieuwe aanwijzingen voor
combinatie-effecten negeren. We hebben nu bijvoorbeeld een test ontwikkeld
waarmee we binnen een uur het vermogen van een cel om schadelijke stoffen buiten
te gooien kunnen meten. Elke cel heeft een soort pompje dat dat doet. Sommige
stoffen remmen dat pompje af en andere stoffen activeren het juist. Als we van
een middel weten dat het dat pompje remt, weten we ook dat daardoor de andere
aanwezige stoffen langer in de cellen kunnen blijven en zo een veel hogere
interne dosis kunnen bereiken. Nu we die snelle test hebben, zou elke stof
eenvoudig op die manier kunnen worden getest.”

Beginnen maar, zou ik zeggen…“Zo eenvoudig is dat
niet. Bedrijven kunnen uitgesproken weigerachtig zijn als wij een verzoek doen
om een product dat zij op de markt brengen te onderzoeken. Dat kan zijn omdat ze
bewust de randen van het toelaatbare zoeken. Dat is bijvoorbeeld zo bij de
hormoonmaffia. Toen hormonen in de vleesindustrie in opspraak kwamen, ging men
over van het goed traceerbare gebruik van een enkel hormoon naar niet
traceerbare, meer verschillende hormonen in lagere doses. Dat soort bedrijven
werkt uiteraard zo min mogelijk mee aan ons onderzoek. Maar bedrijven kunnen ook
wantrouwig zijn als ze zich netjes aan alle regels hebben gehouden. Want als er
een toxicoloog aan de gang gaat, wie weet wat er dan wordt opgerakeld. Maar laat
ze vooral voor ogen houden dat wij er nooit op uit zijn om een ondernemer
onderuit te halen. Het is toch juist mooi als wij met medewerking van die
ondernemer een daarvóór nog onbekend risico op het spoor komen. Als die
ondernemer dat dan zelf als eerste weet, kan hij ook zelf maatregelen nemen en
het zelf naar buiten brengen.

Hoe kom je nieuwe potentiële risico’s eigenlijk op het
spoor?
“Nou, via verschillende routes, ook via signalen uit mijn
dagelijkse omgeving. Mijn zus moest bijvoorbeeld laatst met de cavia naar de
dierenarts. Eentje was er al dood en de ander was ziek. Nadat mijn zus ze
wortels had gevoerd. Opvallend was dat ze nog hadden geprobeerd alleen het
binnenste van de wortels te eten. Dat wekt mijn interesse. Daar wil ik dan wel
even achteraan. Waar komen die wortels vandaan? Worden die behandeld of gespoeld
met een bepaald middeltje? Een cavia valt niet zomaar dood neer. Het hoeft ook
niet per se chemisch te zijn. Biologisch gehouden kippen scharrelen en kunnen
makkelijk dioxinen in de lucht via hun voedsel opnemen. En schimmels op gewassen
zijn ook giftig. Of biologische wijn van druiven, waar een ‘biologisch’ middel
op is gebruikt met zware metalen erin. Dan heb ik liever een snel afbreekbaar
chemisch middel. Blijf vooral je verstand gebruiken.”

Kader

Tinka Murk
Tina Murk werd geboren in 1959 in Harderwijk. Zij studeerde biologie in
Leiden en werkte daarna vier jaar bij de Gezondheidsraad, waar ze adviezen moest
voorbereiden over milieu en gezondheid. Ze ging daarna als docent werken in
Wageningen, waar ze tevens aan haar promotie-onderzoek begon. Mruk werd in 2002
universitair hoofddocent en begin dit jaar werd ze benoemd tot persoonlijk
hoogleraar Milieutoxicologie. Ze sprak gisteren (4 september) haar inaugurele
rede uit over de rationele risicoschatting van
milieucontaminanten.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.