Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Zelfs akkerkers legt loodje na composteren gewasresten

Composteren als oplossing voor het afvoeren van gewasresten waarin Xanthomonas aanwezig was. Met die invalshoek werd in Zundert in 2006 een composteringsproject opgezet. Inmiddels zijn de te nemen hobbels duidelijk én er is vooruitgang geboekt.DOOR jACQUES ROVERSPPO agv

De aanleiding voor Telen met toekomst (Tmt) om aan de
slag te gaan met composteren van gewasresten van aardbeiplanten was een
oplossing zoeken voor de afvoer van gewasresten bij optreden van Xanthomonas
fragariae in aardbei. Afvoeren is namelijk wettelijk verplicht als je het jaar
daarop op hetzelfde perceel aardbeien wilt telen. Dat is een kostbare maatregel
met verlies van nutriënten en organischestof. Alle reden voor de groep
aardbeitelers van Tmt om met LTO-groeiservice, ZLTO, gemeente Zundert en een
loonwerker alternatieven te zoeken.Najaar 2006 werden de eerste hopen
aangelegd, gevolgd door een open dag in januari 2007. Er bleek duidelijk
belangstelling voor de methode, vanuit meerdere sectoren. Op deze dag bleek ook
dat er nog een aantal technische en beleidsmatige hobbels overwonnen moest
worden om composteren op het eigen bedrijf succesvol te maken. Die hobbels
liggen vooral op het terrein van doding van ziekten en plagen en helderheid over
de regelgeving.

Doding van ziekten plagenOp het gebied van doden van
ziekten en plagen is al veel bekend. Indien gedurende enkele weken in de hele
hoop een temperatuur gerealiseerd wordt tussen 55 en 65 graden Celsius, zijn
nagenoeg alle schadelijke organismen gedood. Erg hardnekkig zijn enkele
virussen, maar die spelen bij aardbeien geen rol. Bacteriën gaan bij verhitting
al snel dood.Binnen Tmt is meerdere keren onderzocht of na compostering nog
Xanthomonas fragariae in de hoop aanwezig was. Bij een goede compostering
(temperatuur boven 60 graden) werden geen sporen meer aangetroffen. Ter
vergelijking is ook ziek materiaal ingegraven naast de composthoop. Drie maanden
later werd in die grond de bacterie nog aangetoond, maar in de composthoop niet.
Ook uit ander onderzoek blijkt dat de bacterie een tot twee jaar op gewasresten
(rhizomen) in de bodem kan overleven en zo voor herbesmetting kan zorgen.In
de composthopen werden ook koolzaad (oliehoudend zaad dat lang in de grond
achterblijft) en de gevreesde akkerkers aangebracht. Beide waren, volgens
verwachting, na compostering volledig verteerd.Na het uitrijden van het
gecomposteerde materiaal over het perceel was er geen sprake van (onverwachte)
uitbraak van ziekten of plagen. Om het risico op herbesmetting tot een minimum
te beperken is een goede hygiëne noodzakelijk. Dat betekent dat er geen ziek
materiaal in de buurt van de composthoop mag liggen, zoals verdachte rhizomen.
Die moeten zorgvuldig worden verzameld en in de composthoop verwerkt. Dat geldt
ook voor rhizomen die tijdens het omkeren van de hoop
afrollen. Praktische, heldere regelgeving
nodig
Uitgangspunt was composteren van gewasresten op het eigen
bedrijf op een praktische manier mogelijk te maken, met in achtneming van de
regelgeving. De regelgeving moet goed te handhaven zijn, maar ook praktisch
uitvoerbaar. De gemeente Zundert vindt composteren op eigen bedrijf een goede
ontwikkeling die zij graag mogelijk wil maken.Uitgangspunt bij de
regelgeving is het Besluit Landbouw Milieubeheer, waarbij wordt verwezen naar de
’Handreiking composteringsplaats voor bedrijven met bloembollenteelt 2005’.
Hierin is aangegeven waaraan een composteringsplaats moet voldoen. De afstand
tot bebouwing, de grootte van de composthoop en de afstand tot de omgeving.
Daarnaast kunnen er per provincie en per gemeente nog aanvullingen gelden. Voor
de provincie Noord-Brabant geldt dat het materiaal geen geur mag
verspreiden.Tussen het Besluit en de Handreiking zitten onduidelijkheden,
bijvoorbeeld over het gebruik van afvalstoffen en hulpstoffen. Voor afvalstoffen
is er strenge regelgeving die op provinciaal niveau wordt vastgesteld. Voor
hulpstoffen kunnen gemeenten zelf beleid ontwikkelen. Daarom is een duidelijke
grens tussen afvalstoffen en hulpstoffen belangrijk. Om het
composteringsproces optimaal te laten verlopen kunnen aanvullende materialen
nodig zijn zoals houtsnippers/snoeihout om meer structuur en koolstof aan te
brengen, of gras en mest voor meer stikstof. Gemeente Zundert is voornemens
houtsnippers/snoeihout en gras te zien als hulpstof en niet als afvalstof om het
composteren van gewasresten op het eigen bedrijf eenvoudig te maken. Men wil
hiermee één jaar ervaring opdoen en dan evalueren hoe dat werkt. Aanvoer van
hulpstoffen zal de loonwerker verzorgen, dezelfde die de hopen opbouwt. De
hoeveelheid die mag worden aangevoerd is maximaal 50 volumeprocenten (stel 250
kuub compost, dan mag daar 125 kuub aan hulpstoffen aan worden toegevoegd), maar
de totale composthoop op een perceel mag niet meer dan 500 kuub zijn.Na
compostering kan het materiaal zonder bezwaar intern op het bedrijf afgezet
worden. Hiervoor geldt niet het stelsel van gebruiksnormen. Bij aanvoer van
dierlijke mest gelden wel de normale aanvoerregels voor dierlijke mest. Zolang
het materiaal binnen het bedrijf blijft, geldt het als compost. Indien met
dierlijke mest verrijkte compost elders wordt afgezet, is het dierlijke mest
zoals ook voor champost geldt. Bij afvoer naar derden gelden speciale regels en
dient compost vooraf bemonsterd te worden.

Uitspoeling nutriëntenIn 2006 is door de trage
voortgang pas in november gestart met opbouwen van composthopen, waardoor de
compostering plaatsvond in een koude regenrijke periode. Hoewel het proces
desondanks goed verliep, is de kans op uitspoeling van nutriënten in een
dergelijke periode groter dan een start in september, zoals in 2007.Stikstof
en kalium zijn gevoelig voor uitspoelen, fosfaat zeer beperkt. Verliezen aan
stikstof en kalium zijn sterk afhankelijk van de wijze en het tijdstip van
composteren en afdekken en kunnen variëren van 25 tot 50 procent. Stikstof kan
uit de hoop verdwijnen via vervluchtiging of via uitspoeling. Vanuit Telen met
toekomst is vooral gekeken naar de verliezen richting de bodem.In 2007 werd
de N-mineraal gemeten voor en na het composteren in de laag 0-90 centimeter.
Gemiddeld liep de N-mineraal onder de hoop met circa 100 kilo stikstof op. Bij
een gemiddelde grootte van de hoop van 500 vierkante meter per perceel betekent
dat een verhoging van circa 5 kilo stikstof per hectare. De kans op uitspoeling
per hectare is dus zeer beperkt.

Ervaringen boomkwekerijIn de gemeente Zundert is ook
op boomkwekerijbedrijven met vaste planten ervaring opgedaan. De plaatselijke
loonwerker speelde hierbij een centrale rol.Ook is er in het kader van het
project ‘Slim Geregeld’ gewerkt met toevoegingen van dierlijke meststoffen, in
het bijzonder bij containerteelten. Hier zijn zeker mogelijkheden, maar de
toepassingtechniek en de samenstelling van de toevoeging zijn nog punten van
onderzoek. Voorkomen dient te worden dat bij toevoeging van dierlijke mest de
hoop te nat wordt. Het proces stagneert dan en is moeilijk weer op gang te
krijgen. Bij Tmt is trouwens de brochure ‘Composteren van gewasresten’
beschikbaar, met daarin opgenomen een stappenplan voor de aanpak.

Kader

Hoe verder?
Het is te verwachten dat de aardbeitelers die geen risico willen lopen met
Xanthomonas fragariae met composteren door zullen gaan. Voor veel telers speelt
het kostenaspect daarbij een rol. Daarnaast zal de belangstelling verschuiven
richting veenbalen. Voor de afvoer hiervan gelden steeds strengere eisen,
terwijl na compostering ziekten en onkruidvrij (akkerkers, kleine veldkers)
materiaal beschikbaar is voor hergebruik. Nader onderzoek dient uit te wijzen
welke mogelijkheden hier liggen. Daarnaast zal Tmt in samenwerking met de
sector en belanghebbende partijen nagaan waar verdere vragen en wensen liggen.
Samenwerking tussen sectoren waarbij de ene sector het stikstofmateriaal levert
en de andere het koolstofmateriaal, is in deze perspectiefvol en leidt tot een
verduurzaming van de sectoren.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.