Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Laat prei profiteren van gratis stikstof uit bodem

Telers, waaronder preitelers, ervaren de gebruiksnorm voor stikstof als knellend. Die norm dwingt tot maximale beperking van verliezen en optimale benutting van stikstof. Bemesten is nu maatwerk. Minder stikstof strooien kan door de gratis stikstof uit de bodem maximaal te benutten voor het gewas.DOOR WILLEM VAN GEELPPO Lelystad

De betere preigronden in Nederland zijn goed
bewortelbare, humeuze gronden met een (vrij) sterke mineralisatie. Door de
langdurige groeiperiode van prei kan dit gewas goed profiteren van die
mineralisatie. Ook komt stikstof beschikbaar door mineralisatie uit bijvoorbeeld
ingewerkte, stikstofrijke gewasresten van de voorvrucht die op het perceel heeft
gestaan, of uit een ingewerkte, fors ontwikkelde groenbemester. Met een
stikstofbijmestsysteem (NBS) valt tijdens de teelt in te spelen op de
groei-omstandigheden, inclusief mineralisatie en uitspoeling, en is bijbemesten
naar behoefte mogelijk. Voor prei zijn twee bijmestsystemen beschikbaar:
NBS-bodem en de CropScan-methode.Als na toediening van drijfmest in het
voorjaar geen of weinig stikstof verloren gaat als gevolg van uitspoeling, kan
in augustus makkelijk meer dan 150 kilo stikstof per hectare in de bodem worden
gemeten. Bijbemesten is dan (nog) niet nodig. Door prei zolang mogelijk te laten
groeien op deze bodemstikstof, valt kunstmest te besparen. Een regelmatige
controle van de voorraad Nmineraal is dan wel vereist.

Ervaringen uit veldtoetsenIn veldtoetsen van PPO
Lelystad in het verleden (2002 en 2003) op zandpercelen in het zuidoosten van
het land werd late winterprei geteeld na vroege broccoli. Na de broccoliteelt
werd geen organische mest meer uitgereden. De prei werd in april geoogst.Bij
het bijmestsysteem NBS-bodem werd in het eerste jaar in totaal 190 kilo stikstof
per hectare gestrooid en het tweede jaar 188 kilo. In beide jaren kreeg de prei
bij de start geen stikstof. In het eerste proefjaar was na een natte periode in
augustus al spoedig een bijbemesting met 70 kilo stikstof nodig. Half oktober
werd na meting van de hoeveelheid Nmin nog 40 kilo gegeven en eind februari nog
eens 80 kilo per hectare. In het jaar erop (2003) waren de zomer en het
eerste deel van de herfst warm en droog. Eind augustus werd bijna 180 kilo
stikstof in de bodemlaag 0-30 centimeter gevonden en eind september nog 105 kilo
per hectare. Half oktober werd pas 52 kilo stikstof bijgestrooid, later in de
herfst 30 kilo en na de winter nog 106 kilo.In de winterteelt prei van 2003
werd ook de CropScan-methode getest. Hiermee werd vrijwel dezelfde hoeveelheid
stikstof gegeven. Voor de late herfstteelt in 2003 was rogge als
groenbemester geteeld en werd kort voor de preiteelt 20 ton varkensdrijfmest
(88 kilo stikstof) per hectare uitgereden. Op basis van de CropScan-methode
werd 89 kilo stikstof gestrooid.

Lage gift herfst 2007In de natte zomer 2007 ging veel
stikstof verloren en moest op tijd worden bijgestrooid. In de droge herfst
daarna volstond geen tot weinig stikstof, zo bleek uit proeven met vroege
winterprei bij PPO Vredepeel en op een praktijkperceel in Midden-Limburg. In
mei werd in Vredepeel 50 ton runderdrijfmest (219 kilo stikstof per hectare
uitgereden en op het praktijkperceel 28 ton varkensdrijfmest (190 kilo
stikstof). Voor de gebruiksnorm stikstof telde toen respectievelijk 131 en 114
kilo stikstof per hectare (60-procentwerking). In juni en juli was het zeer
nat en werden in augustus lage voorraden Nmin aangetroffen. Half augustus
werd in Vredepeel 104 kilo stikstof bijbemest en op het praktijkveld 87 kilo. De
indruk was dat de mineralisatie daarna vrij sterk was, vooral op het
praktijkperceel. Begin september werd in Vredepeel een Nmin in de laag 0-30
gemeten van bijna 120 kilo stikstof en op het praktijkperceel 150 kilo. Daarna
daalde de voorraad stikstof gestaag. Bijbemesten was op het praktijkperceel niet
nodig. Proefobjecten die in de herfst toch werden bijbemest, produceerden niet
meer prei of prei van een betere kwaliteit. In Vredepeel volstond een gift van
60 kilo stikstof per hectare.

Inzicht met bemestingsplanVoor een efficiënte
stikstofbemesting is het zinvol een bemestingsplan te maken. Schat de
stikstofbehoefte op elk perceel en bepaal de bemestingsmethode,
toedieningsmethode en de meststofkeus. Bedenk op welke percelen mogelijk op
stikstof valt te besparen en ga ook na hoe het risico van uitspoeling zoveel
mogelijk is te beperken. Dat kan door drijfmest bijvoorbeeld zo kort mogelijk
voor de teelt uit te rijden. Bij toediening meteen na de winter valt te
overwegen voor de preiteelt van juni, juli nog een groenbemester als
stikstofvanggewas te telen. Wel moet de situatie met aaltjes op dat perceel dat
toelaten. Na inwerking van de groenbemester komt de stikstof hierin vrij door
mineralisatie en ook wordt extra organische stof aan de bodem toegevoegd.Het
gebruik van langzaam vrijkomende meststoffen kan uitspoeling van stikstof in
natte perioden beperken. Let daarbij wel op dat niet alle meststoffen of
bemestingsmethoden even goed zijn te combineren met NBS. Bij alternatieve
meststoffen hoort vaak een eigen, aangepaste bemestings- dan wel
bijmeststrategie en/of een eigen toedieningswijze. Vraag daarnaar bij de
leverancier. Meststoffen komen alleen goed tot hun recht als ze op de juiste
manier worden gebruikt. Een bemestingsplan geeft ook inzicht in hoeverre op
bedrijfsniveau aan de gebruiksnorm kan worden voldaan. Schuif zonodig met de
stikstof tussen percelen en schat in welke percelen bij een lagere
stikstofbemesting het minste risico lopen.

Opsparen mag nietAfhankelijk van de
groei-omstandigheden en het verlies van stikstof door uitspoeling hoeft het ene
jaar duidelijk minder te worden bemest dan het andere jaar. Door op het ene
perceel stikstof te besparen, ontstaat ruimte op een ander perceel om meer te
geven dan de norm, indien nodig. De overheid staat helaas niet toe uitgespaarde
stikstof mee te nemen naar het jaar erop. Dat zou een extra stimulans zijn om zo
zuinig mogelijk te bemesten en stikstof te sparen voor ongunstige jaren waarin
er meer van nodig is.

Kader

NBS-bodem en CropScan
Bij de methode NBS-bodem wordt bijbemest op basis van de gemeten voorraad
Nmin in de bodem. Laboratoria kunnen dat meten, maar een teler kan het ook zelf
met de nitracheck. Die meet alleen nitraatstikstof, dus geen ammonium.De
CropScan-methode vergt geen Nmin-metingen, want niet de bodemstikstof, maar het
gewas is de indicator voor de stikstofvoorziening. De CropScan meet de
lichtreflectie van het gewas, die informatie biedt over gewasontwikkeling,
biomassa en stikstoftoestand. Aan de hand van de gegevens wordt een bijmestgift
berekend. De meting vindt drie keer tijdens een teelt plaats, waarbij de gift
wordt afgestemd op de gewasbehoefte. De methode werd ontwikkeld door Plant
Research International en met BoerenBond Helden Agro geëxploiteerd.

Kader

Genoeg onderzoek
Op verzoek van de Landelijke Gewascommissie Prei voert PPO
bemestingsproeven uit om tot een betere onderbouwing van de stikstofbehoefte van
prei te komen én om de huidige stikstofgebruiksnorm te toetsen. Dit op zandgrond
uitgevoerde onderzoek bij PPO Vredepeel en daar in de buurt wordt gefinancierd
door het Productschap Tuinbouw en het ministerie van LNV. De uitkomst volgt in
de loop van 2008. Daarnaast onderzoekt PPO Vredepeel de mogelijkheden om de
stikstofefficiëntie in prei te verhogen. Het betreft fertigatie, toetsing van
alternatieve meststoffen en betere toedieningstechnieken voor meststoffen, zoals
de Pulstec-methode, waarbij vloeibare messtoffen onder hoge druk van bovenaf in
de grond worden geschoten. De verstoring van de bodem is daarbij miniem en de
meststoffen kunnen zeer gericht worden geplaatst.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.