Home

Achtergrond laatste update:5 feb 2009

‘Gezond’ en ‘inhoudstoffen’ trendy impulsen voor rabarberpromotie

Telers zetten de website rabarber.nu op om rabarber te promoten, maar daar bleef het zo’n beetje bij. Een extra handicap was dat zo’n 90 procent van de afzet naar Engeland gaat. ‘Gezond’ en ‘inhoudstoffen’ moeten de groente nieuwe impulsen geven.DOOR STAN VERSTEGENstan.verstegen@reedbusiness.nl

Gerrit Reintjes in Veulen bij Venray is voorzitter van
de productcommissie rabarber van ZON fruit & vegetables. Hij stond, met zijn
vijftien collega’s die op ZON rabarber aanvoeren, aan de wieg van de website
rabarber.nu. Zoals de vlag er nu bij hangt, is dat eigenlijk de enige manier
waarop er in Nederland promotie voor rabarber wordt gemaakt. Alleen swingt de
website niet echt en het op de site gelanceerde idee van ‘de teler van de maand’
kreeg twee maanden vorm, maar is inmiddels van de website verwijderd. Ook is
Boerderijwinkel ’t Platteland van Reintjes nog het enige verkoopadres dat op de
website staat. Of de site effect heeft op de rabarberverkoop vindt Reintjes
moeilijk te zeggen. “Zo’n 90 procent van de Nederlandse rabarber gaat naar
Engeland, dus dan is het effect moeilijk te peilen.” Het idee van een
Engelstalige website laat Reintjes voor wat het is. “De Hollandse site is al
tijdloos gemaakt om er zo min mogelijk onderhoud aan te hebben.

Nieuwe impulsenDe telers zitten niet stil om de
promotie van hun rabarber nieuwe impulsen te geven. Ze lieten door LLTB
gefinancierd literatuuronderzoek lverrichten om te achterhalen welke
inhoudstoffen er in rabarber zitten. Over trendy gesproken… Vooral in
Chinese literatuur is daarover voor natuurrabarber het nodige te vinden, maar de
vraag is of dat één op één vertaalbaar is naar de in Nederland geteelde rassen
Frambozen Rood en Goliath type Maes én of het ook geldt voor de vervroegde
teelten. Die staan immers in het donker en inhoudstoffen als anti-oxidanten
worden juist onder invloed van zonlicht aangemaakt. Het literatuuronderzoek
zal dan ook een vervolg krijgen in de vorm van praktijkonderzoek in Nederland.
Het wordt deels gefinancierd met kennisvouchers. Voor de rest van de
financiering wordt eerst naar PT-geld gekeken en daarna naar een productenpot
bij ZON waarvan de telers eigenaar zijn. “Maar nogmaals, 90 procent gaat naar
Engeland en daar grip op de afzet krijgen blijft toch een probleem. Moet je daar
wel Nederlands telersgeld in steken? Onder de ZON-telers is daar in ieder geval
weinig draagvlak voor.”Bij positieve onderzoeksresultaten wordt wel bekeken
hoe dat richting consument kan worden gecommuniceerd en zal naarstig moeten
worden gezocht naar middelen om dat te financieren. “In China is ook veel naar
de inhoudstoffen van de wortels gekeken om te gebruiken in de geneeskunde.
Wellicht zitten er in het blad ook bruikbare stoffen voor de (chemische)
industrie”, somt Reintjes nog enkele alternatieve afzetkanalen op.

Afzet bevorderenDat er door ZON zo weinig aan promotie
van rabarber wordt gedaan, stoort Reintjes danig. “Het staat echt op een laag
pitje, terwijl de helft van de Nederlandse rabarbertelers in Noord-Limburg zit
en leveren aan ZON fruit & vegetables. Telers richten zich toch vooral op de
productie. Wij zijn ook niet geschoold voor de afzet. In principe produceert
iedereen op contract, want zo kun je de veilplicht ook beschouwen. Nou, dan
moeten ze daar ook voor de afzet zorgen. Ze zouden veel meer mogen lobbyen dan
wat ze nu doen.” Een andere mogelijkheid is de veiling vaarwel zeggen en als
teler je eigen afzet op poten zetten. “Er zijn collega’s die de afzet inderdaad
zelf doen, maar daar moet je de bedrijfsopzet dan wel op inrichten.” Het
grootste nadeel vindt Reintjes de grotere mate van onzekerheid. “Je hebt bij de
veiling niet altijd de beste prijs, maar er zijn de laatste tijd ook handelaren
in financiële problemen gekomen of failliet gegaan. Als je een aantal weken je
weekomzet van zeg 5 of 10 duizend euro niet beurt, kom je ook zelf in de
problemen. Wil je dat risico nemen?”, vraagt hij zich hardop af.Ook over de
toekomst van de vervroegde teelt op korte termijn maakt hij zich zorgen. Er zijn
namelijk één of twee telers die daarmee vrij grootschalig willen beginnen.
“Wellicht stoten ze snel hun neus. De markt voor rabarber is niet groot. Er is
al gauw teveel.” Daarom biedt de afzet voor de industrie mogelijk meer
perspectief dan de vervroegde teelt. Sowieso is daarbij sprake van minder
kosten, dus kan het rendement beter zijn. Voor biologische rabarber, waar
zijn collega Martin Peeters mee bezig is, ziet hij op beperkte schaal
mogelijkheden. “Ook daarvoor is het moeilijk afzetkanalen te vinden. Bovendien
is het onderscheid met gangbaar geteeld niet zo groot. Dat zit vooral in de
bemestingsmogelijkheden. Verder zijn er eigenlijk nauwelijks
verschillen.”Zelf zoekt hij het dan ook in meerwaarde geven aan het product.
Bijvoorbeeld als streekproduct in de vorm van een Rabárber likorette (14,5
procent alcohol, dus dat hoeft niet via de slijter te worden verkocht), speciaal
voor Reintjes gestookt door Graanbranderij De IJsvogel in Arcen. Of rabarbersap,
vergelijkbaar met appelsap. In Duitsland wordt zo’n sap industrieel gemaakt en
als streekproduct aan de man gebracht. Rabarbersiroop en -compote behoren al
langer tot het sortiment.

Rabarber in de spotlightsHet medium TV is voor
rabarber nog onontgonnen terrein. Via kookprogramma’s kunnen de mogelijkheden
van koken met rabarber beter aan de man (of vrouw?) worden gebracht. De gezonde
aspecten van rabarber kunnen in die programma’s ‘in de spotlights’ komen. Zo
gaat rabarber botontkalking tegen, terwijl de consument door de zure smaak daar
heel andere ideeën over heeft. Ook leveren anti-oxidanten een bijdrage aan het
verlagen van de kans op kanker, alleen hoe zit dat bij de vervroegde teelt?
Rabarber is ook een van de meest vezelrijke groenten, maar het imago van ‘de
zure stengel’ blijft parten spelen. Een theelepeltje krijt neemt volgens
Reintjes die zure smaak weg, “maar dat is kennis uit grootmoeders tijd.” Ook is
vervroegde rabarber juist minder zuur en zachter van smaak dan natuurrabarber,
“maar hoe maak je dat de consument duidelijk?”Restaurants zouden ook meer
met rabarber kunnen doen, maar áls ze het al gebruiken blijft het beperkt tot
compote of het toevoegen van rabarbersap. “Waarom niet een keer iets anders? Je
zou de stengel misschien ook kunnen frituren.” Minder gezond, maar misschien wel
lekker… Of in plaats van de geëigende rodekool of rode bieten rabarber leggen
langs het wild. Vanaf half oktober is er vervroegde rabarber, dus waarom
niet?Zoveel vragen en zoveel mogelijkheden… Welke vraag ligt er dan meer
voor de hand dan ‘wie pakt dit op?’ De vraag stellen is hem beantwoorden. Telers
zullen toch zelf het initiatief moeten nemen om die speciale eigenschappen van
rabarber onder de aandacht van de consument te (laten) brengen. Want met zo’n
klein, specifiek product wachten op de ‘grote spelers’ betekent wachten tot je
een ons weegt. En dat is tweederde van het gewicht dat een Nederlander per hoofd
van de bevolking aan rabarber per jaar verorbert, zo’n 150 gram dus. Daar zit
nog heel veel rek in zou je zeggen…

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.