Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Winterrust duurt soms te lang voor vervroegde teelt

In milde winters krijgen gewassen in tunnels en kassen als eerste een tekort aan kou. Op Proeftuin Tongeren is geïnventariseerd hoe houtig kleinfruit precies uit de winterrust komt en welke knelpunten dat oplevert voor de vervroegde teelt. Die inventarisatie leverde meteen enkele onderzoeksvragen op.DOOR ANTON OOSTVEENfreelance journalist

Krijgt een framboos, rode bes of braam in een tunnel
of kas ook in de toekomst voldoende kou in de winter? Die vraag was voor
onderzoeker Fanny Pitsioudis van Proeftuin Tongeren aanleiding om dieper in te
gaan op de koudebehoefte en winterrust van houtig kleinfruit. Ook al worden de
winters minder koud, gewassen in buitenteelten krijgen doorgaans voldoende kou
omin het voorjaar goed te kunnen uitlopen. Binnen is minder
vanzelfsprekend.Bij beschermde teelten gaat het er niet alleen om of het
gewas uitloopt, maar vooral ook wanneer dat gebeurt, lichtte Pitsioudis toe op
een studiedag van proeftuin Tongeren in Hasselt. Dat hangt echter niet alleen af
van de hoeveelheid kou, die ook nog eens op diverse manieren is te berekenen.
Ook de periode waarin de kou optreedt beïnvloedt de mate van winterrust en
daarmee het uitlopen van het houtig kleinfruit.Voor de studiedag was de
onderzoeker de literatuur ingedoken, maar hij vulde deze informatie aan met
eigen praktijkervaringen. Waar die ervaringen nog erg prematuur waren, legde hij
meteen uit hoe proeftuin Tongeren ze met nieuwe proeven wil uitbreiden. De
klimaatverandering gaat ook aan houtig kleinfruit niet voorbij.

Drie rustperioden‘‘Wanneer is een plant ontvankelijk
voor kou om in zijn behoefte te kunnen voorzien’’, vroeg Pitsioudis zich af. Het
probleem speelt vooral bij rode bes en in mindere mate bij braam en framboos,
die met minder kou toekunnen. De onderzoeker gaf de aanwezige telers een
praktisch handvat. Als een reactie uitblijft nadat de eindknop weg is gebroken,
kan de teller voor de koude-uren gaan lopen. De plant is dan in winterrust, die
wordt geïnitieerd door minder daglicht, lagere temperaturen en ook het aanbod
aan stikstof.De rustperiode bestaat uit drie fasen, waarvan de eerste al in
de zomer begint en de laatste in de winter eindigt. De eerste fase begint als
een struik of boom stopt met groeien; de eindknoppen sluiten af. Dat gebeurt
onder invloed van de boom of struik. Deze eerste fase gaat over in de
winterrust, die pas wordt opgeheven na een bepaalde hoeveelheid kou. Als dat is
gebeurt, volgt de opgelegde rust, de derde fase. Zoals de term al aangeeft wordt
deze rust van buiten opgelegd, door lage temperaturen. Als de temperatuur
stijgt, wordt de knop actief.In het naslagwerk de ‘Grondslagen voor de
Fruitteelt’ merkte onderzoeker J. Tromp op dat de drie fasen naadloos in
elkaar overgaan zonder dat dit van buitenaf te zien is. De rustfase betekent ook
niet dat er geen activiteit is. In de eerste fase begint de aanleg van de
bloemen voor het volgende seizoen, in de laatste fase zijn de knoppen al actief
voordat dit met het blote oog zichtbaar is.Het aantal koude-eenheden bepalen
die de winterrust doorbreken, is vooral in de tweede fase van belang, maar
varieert nogal. Allereerst is dat per soort. Rode bes heeft veruit de meeste kou
nodig en braam de minste. En bij frambozen kan Tulameen weer met iets minder kou
toe dan Glen Ample, lichtte Pitsioudis toe. Bij hetzelfde ras is de
koudebehoefte van de eindknoppen bovendien kleiner dan die van de zijknoppen. En
meerjarig hout loopt eerder uit dan eenjarig hout, wat bij rode bes speelt.
Afgezien hiervan kan de koudebehoefte ook van jaar tot jaar verschillen,
bijvoorbeeld door de temperaturen in de zomer. Volgens de onderzoeker neemt deze
behoefte toe naarmate de winterrust later intreedt.

Meten en rekenenTijdens de studiedag passeerden
diverse modellen de revue om koude-eenheden concreet aan te geven. De
eenvoudigste manier is de tijd waarin de temperatuur lager is dan 7,2 graden
Celsius. Iets uitgebreider is het bijhouden van de tijd waarin de temperatuur
zich tussen het vriespunt en 7,2 graden bevindt. Dat is volgens Pitsioudis een
goede maatstaf voor bramen en frambozen. In de praktijk is dat ook vaak zo omdat
de verwarmingsbuizen vorstvrij moeten blijven.Behalve het aantal uren bij
een bepaald aantal graden bijhouden zijn er twee wiskundige formules of
modellen. Het meest bekend is het model van Lantin, die ook voor houtig
kleinfruit wordt gehanteerd. Dit model berekent de kou die een plant ondergaat
met de maximum en minimum temperatuur. Bij het zogenaamde Utah- model neemt de
hoeveelheid kou af als de temperatuur boven een bepaalde waarde
uitkomt.Vooral bij vervroegde teelten is het belangrijk te weten hoeveel kou
de plant heeft ondergaan voorde vervroeging begint. Het ligt voor de hand om op
de kalender af te stemmen, maar Pitsioudis waarschuwde dat niet te doen. Het zou
moeten worden teruggerekend vanaf de gewenste bloeidatum. Dat vergt vanaf het
uitlopen van de knoppen een bepaald aantal groeigraad-uren, die via het
stookregime naar het aantal dagen zijn te herleiden. Op die manier is de start
van de vervroeging te bepalen.Als de temperatuur omhoog gaat, moet de plant
wel voldoende kou hebben gehad. Is dat niet het geval, dan werkt het verhogen
van de temperatuur averechts en treden vervelende verschijnselen op: de bloei en
groei beginnen later en bovendien gespreider. Bij rode bes is het verlies van
bloemknoppen bekend, de zogenaamde bloemknopabortie. En bij braam en vooral
framboos ontstaan minder vruchttakken.De geaccumuleerde hoeveelheid kouis
nog niet te volgen op de website van proeftuin Tongeren. Onderzoekers van de
proeftuin volgt deze hoeveelheid kou wel bij individuele bedrijven. Dan wordt
bij het plantgoed een zogenaamde logger gelegd, waarmee het verloop van de
temperatuur nauwkeurig is te volgen.

Rust actief doorbrekenDit seizoen kreeg het houtig
kleinfruit in een onverwarmde tunnel of kas in het algemeen voldoende kou om op
tijd met vervroeging te kunnen beginnen. Vorig jaar was dat bij het ras Tulameen
echter pas mogelijk geweest in de laatste week van februari. In dat geval had
een synthetische behandeling in januari de winterrust kunstmatig kunnen breken.
In subtropische gebieden is daar al ruime ervaring mee opgedaan. De
koudebehoefte meten en de winterrust doorbreken zijn dan ook de belangrijke
aandachtspunten in het onderzoek op de proeftuin. Zo zou het model van Lantin
moeten worden aangepast aan het koelen van plantmateriaal. Volgens
Pitsioudis zijn Nederlandse telers ervan overtuigd dat bewaring van het
plantgoed in de koelcel bijdraagt aan de koudebehoefte. Dat ligt voor de hand,
maar zo eenvoudig is het volgens hem niet. Zelfs na een winter in de koelcel
kunnen de planten slecht uitlopen. Daar wacht voor de proeftuin dus nog het
nodige onderzoekswerk.
Kader

Winterrust
• Alle fruitgewassen gaan in winterrust, een periode waarin ze niet
uitlopen. Het is een beschermingsmechanisme. Mocht zich ’s winters een zachte
periode voordoen, dan lopen de bomen en struiken niet meteen uit. Dat kan fataal
zijn als de temperatuur weer sterk daalt.• De winterrust bestaat uit drie
fasen. De eerste begint als de groei van de scheuten stopt. De overgang naar de
tweede fase is moeilijk waar te nemen. Voor houtig kleinfruit is wegbreken van
de eindknop een test; zonder reactie is er diepe winterrust. •Als de temperatuur
tijdens de opgelegde rust stijgt, loopt de boom of struik alleen normaal uit als
deze tijdens de winterrust voldoende kou heeft ondergaan. Dat is op diverse
manieren te berekenen. • Bij vervroegde teelten moet aan de
koudebehoefte zijn voldaan bij het begin van de vervroeging. Proeftuin Tongeren
onderzoekt deze behoefte en gaat daarbij na hoe dat is te beïnvloeden.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.