Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

‘Hoe het precies werkt houden we geheim’

In de kas loopt groene drab door plastic slurven. In het buizenstelsel vindt een uitzonderlijke productie plaats: de razendsnelle vermeerdering van een minuscuul algje. De ondernemers van LGem in Made zien goud in het goedje, maar voor grootschalige productie is de tijd nog niet rijp. “Het gaat stapje voor stapje.” DOOR ELLIS LANGENEllis.langen@reedbusiness.nl

In de Plukmadesepolder bij Made ligt in de eerste paar
kappen van het potplantenbedrijf van Job van der Burg een plastic-buizensysteem
van een aantal kilometers. Er stroomt ‘groen water’ doorheen. “We telen
zoutwater-algen”, legt Sander Hazewinkel uit, ofwel het kleinste levende
organisme in de wereld. Hazewinkel is een de ondernemers van het bedrijf LGem in
Voorhout en werkt vanuit een kantoor dat grenst aan de kas in Made. Wat moet je
nou met algen?, is de standaardvraag van een leek. Hazewinkel wijst naar een
vitrinekast met producten achter hem. Een maskertje, stylinggel, handcrème, een
potje met visolie van de Etos. Het zijn producten met zoutwater-algen als
ingredient voor iets andere markten dan waarvoor LGem heeft gekozen. Hun
gevriesdroogde algen gaan naar Noord-Amerika, waar ze worden verwerkt in
voedingssupplementen. De piepkleine plantjes verlaten ook als een soort pasta de
locatie in Made en gaan dan naar fabrikanten van voedingssupplementen in Canada.
En ze gaan als levend product naar telers van pootvis in de buurt van de
Middellandse zee. “We denken er ook aan om ze te gaan verkopen voor
anti-rimpelcrème”, aldus Hazewinkel. Gevriesdroogd algenpoeder brengt 400 euro
per kilo op en de levende algencellen, met 10 procent droge stof erin, 27,50
euro per liter.

Duurzame visolieHazewinkel teelt samen met collega
Eugene Roebroeck teelt de zoutwater-alg Nannochloropsis oculata. Die bevat een
hoge concentratie omega-3 vetzuren en ook anti-oxidanten en is daarmee een prima
alternatief voor visolie. Want voor visolie wordt volgens de algentelers
momenteel nog eenderde van de wildvisvangst gebruikt. De olie en het vismeel
daaruit worden dan gebruikt als voedsel voor de commerciële teelt van vissen.
Roebroeck: “Omdat per kilo verse vis 3 kilo stookolie wordt gebruikt, wat 18
kilo CO2 inhoudt, is algen telen voor visolie veel duurzamer dan visolie uit de
visvangst.” De algen zijn 2 tot 4 micron groot; er gaan 80 miljard cellen in een
milliliter zout water. In Nederland zijn er nog een handjevol
algenteeltbedrijven, maar die telen allemaal zoetwater-algen en die worden in
bassins in de openlucht geteeld. Ongeveer 90 procent van de commerciële
algenteelt vindt in die bassins plaats, bijvoorbeeld op grote schaal in
Zuidoost-Azië en Hawaï. Het nadeel van die aanpak is dat er vaak andere algen in
zo’n bassin waaien en er dan van zuivere algenteelt geen sprake meer is. De
Nanochloropsis heeft een veel langzamer groeisnelheid dan veel andere algen en
moet daarom wel in een afgesloten systeem worden geteeld. Zoals bij
potplantenteler Van der Burg. LGem heeft zich bewust toegelegd op deze
bijzondere en dus moeilijk te telen alg. De zoutwater-alg levert namelijk tien
keer zoveel op als de 40 euro per kilo voor algen uit een open systeem. “We
investeren in nieuwe hoogwaardig producten die gezond zijn. We willen niet in de
bulk gaan, maar een nicheproduct brengen met een goede marge. Net zoals veel
telers dat doen.”

Zelf uitgedokterdDe ontwikkeling van het gesloten
productiesysteem heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Bij aankomst in de kas
mag dan ook niet alles worden genoteerd en gefotografeerd. “Hoe het precies
werkt, houden we geheim.” Van der Burg was acht jaar betrokken bij projecten met
algenteelt. Hij heeft geprobeerd een eigen productiesysteem te ontwikkelen. Toen
hij en de ondernemers van LGem de koppen bij elkaar staken, zijn ze 2 tot 3 jaar
bezig geweest met het uitdokteren van een stabiel en werkbaar productiesysteem.
De ‘opkweekalg’ wordt uit Engeland gehaald en vermeerderd in het
laboratorium, bij het kantoor van LGem in Made. Na het enten in zakken - ook in
het laboratorium - gaat de algendrab naar het kleine gesloten systeem met een
capaciteit van 6 duizend liter dat in de kas op een betonnen vloer ligt. In de
buizen zit leidingwater waaraan zout is toegevoegd. Na een tijd komen de algen
in twee grotere systemen van kunststof slurven van elk ongeveer 15 duizend liter
en een lengte van 4 kilometer terecht. De inhoud wordt continu rondgepomt, omdat
de algen anders aan elkaar kleven en naar beneden zakken. Eén keer in de week
worden meststoffen toegevoegd, evenals CO2. Bestrijdingsmiddelen zijn overbodig,
al kunnen er wel virusinfecties in komen. De betonnen vloer wordt verwarmd met
restwarmte uit de Amercentrale, waardoor het algenwater een temperatuur heeft
tussen 20 en 30 graden. Als de temperatuur in de kas boven 30 graden komt, wordt
de regen- installatie aangezet die bovenin de kas hangt. Bovenin hangen
ook lampen van 600 watt. Deze gaan ’s nachts aan en ook in donkere perioden
overdag om zo de fotosynthese door te laten gaan. Eén keer per dag of één
keer in de twee dagen tappen de ondernemers wat algendrab af. De ‘algensoep’
gaat de centrifuge in, die op 15 duizend toeren de algen van het zoute water
scheidt.

AmbitiesDe ondernemers zien een grote uitbreiding van
de teelt nog niet een, twee drie gebeuren. De markt is er nog niet rijp voor.
“Het gaat echt stapje voor stapje. Er moet veel tijd en energie worden gestoken
in het vinden van markten.” Toch zien ze op langere termijn zeker mogelijkheden
om op grotere schaal te produceren. “Je zou op 1 hectare zo 30 van deze systemen
kunnen aanleggen.” Wanneer de algenteelt commercieel interessanter wordt, denken
de twee er ook aan om bijvoorbeeld het systeem van de kunststof slurven te gaan
verkopen.

Kader

Rechtop was geen succes
Hazewinkel en Roebroeck hebben er ook wel eens aan gedacht de algen in een
systeem te kweken dat rechtop staat, zoals dat op een bedrijf in Duitsland
gebeurt. In een hoek in de kas in Made staat daar nog een overblijfsel van: een
brede glazen buis in een kast met aan weerszijden lampen. Roebroeck: “Het was
niet zo’n succes. Het licht drong onvoldoende door in de algen, waardoor de
productie niet hard genoeg ging. Bovendien zorgen de grote glazen buizen voor
een flinke kostenpost.”

Kader

Bedrijfsgegevens

Bedrijf: Eugene Roebroeck en Sander Hazewinkel van LGem hebben samen met
potplantenteler Job van den Burg het bedrijf Technogrow dat algen teelt. LGem
zorgt voor de vermarkting.Locatie: Made Productie: eind 2007 ging de
productie van start. De bedoeling is een productie van 4 duizend kilo algen per
jaar. De omzetverwachting is zo’n 8 miljoen per hectare.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.