Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

‘Het draait om veel kilo’s en minimale arbeidskosten’

René Besseling is, sinds hij dertig jaar geleden van school kwam, fruitteler in hart en nieren. Zijn bedrijf groeide gestaag en het sortiment dat hij teelde versmalde, want dat past in zijn streven van hoge producties met zo min mogelijk arbeid. Hoe belangrijk dat is, blijkt bij de bedrijfseconomische studieclub waarin hij zit.DOOR ANTON OOSTVEENfreelance journalist

“De fruitteelt is mij op het lijf geschreven”, vertelt
René Besseling in Kraggenburg, terwijl hij geroutineerd zijn Conference snoeit.
“Ik was altijd al in de boomgaard bezig en heb in 1978 de fruitteeltvakschool in
Emmeloord afgerond. Dat was toen een grote lichting, waarvan er nu nog maar
enkelen fruitteler zijn.” Hoewel de inschrijving op de HAS in Den Bosch al
rond was, stapte hij na de vakschool meteen bij zijn vader in het bedrijf. “Een
goede keus”, blikt hij terug, die enkele jaren geleden nog eens werd bevestigd.
“Ik heb toen de praktijkleergang Modern Agrarisch Ondernemerschap gevolgd.
Daarin zaten diverse agrarische ondernemers die zich afvroegen hoe verder te
gaan; vergroten, verbreden, emigreren? Bij mij kwam toen nog eens duidelijk naar
voren dat ik ‘gewoon’ fruitteler wilde blijven.”Gewoon fruitteler blijven
wil niet zeggen dat het bedrijf van Besseling zich niet ontwikkelde. Een van de
redenen om na de vakschool op het ouderlijk bedrijf te gaan werken was toen de
uitbreiding ervan tot 15 hectare. Sindsdien groeide het geleidelijk verder, naar
de huidige 23 hectare. Ook in het sortiment traden in de loop van de jaren
de nodige veranderingen op, soms tegen de heersende trend in.

Snoeien van donker tot donkerBesseling staat niet
alléén te snoeien in zijn V-hagen Conference. Tegenover hem staat Henk en een
rij verder knippen twee Poolse medewerkers. “Met hen kon ik mijn bedrijf
ontwikkelen tot wat het nu is. Vroeger snoeide ik dagelijks van donker tot
donker om alles in het voorjaar af te hebben. Nu heb ik een eenmansbedrijf, maar
ben ik niet meer zo gebonden. De snoei van peren is goed uit te leggen en dan
maakt het niet uit of er 2 of 4 man extra bij komen.”De huisvesting van
Poolse medewerkers die hier werken, is in dit deel van de Noordoostpolder goed
geregeld. Een grote aardbeikweker in Ens heeft een weg verderop een
karakteristieke akkerbouwschuur van Rijks Domeinen omgebouwd tot een groot
verblijf, waar meer dan 100 mensen kunnen verblijven voor 60 euro per week. Een
Nederlandse vrouw die Pools spreekt, zorgt er voor ‘tucht en orde’.De
V-hagen die nog niet zijn gesnoeid, zijn ook al erg open. “Na de oogst hebben we
met een aantal plukkers alvast de scheuten aan de binnenkant weggeknipt,’’ licht
Besseling toe. Vooral de laatste jaren houdt hij de hagen ook onderin open. “In
het verleden hadden we daar een tafel met vruchthout, maar dat was in 2006 een
nadeel. Door schade als gevolg van vorst in de winter oogstten we in 2005 maar
10 ton per hectare. Daardoor hadden de bomen in 2006 wel veel goed gezette
bloemen, maar de vruchten groeiden matig uit. Dat betekende veel dunwerk en veel
kleine peren.”Zoals de meeste telers die vanuit Noord-Holland naar de
Noordoostpolder kwamen, had Besseling senior zowel appels als peren op het
bedrijf. Al in de jaren tachtig groeiden het areaal peren, eigenlijk tegen de
trend in. “De meeste telers vernieuwden toen met Elstar en Jonagold. Dat waren
de nieuwe rassen. Ik wilde de risico’s spreiden en het areaal gelijk over appels
en peren verdelen.” Aanvankelijk was dat geen gelukkige keus. “In 1984 plantte
ik mijn eerste Conference, die een jaar later in de winter grotendeels kapot
vroor. Vanuit de mechanisatiewerkgroep waar ik in zat, kende ik Aad van de Heide
uit Noord-Holland. Via hem kon ik nog aan nieuwe bomen komen. Zo kon ik in 1987
alsnog peren planten.” Door de uitbreiding van het bedrijf met 7 hectare in 2006
werd het areaal Conference verdubbeld.

Gezonde competitieBehalve in de mechanisatiewerkgroep
zat Besseling toen ook al in een bedrijfseconomische studieclub. “Eerst was dat
een van de werkgroepen van het LEI, om binding te houden met de sector. Die
groep stond onder leiding van Adri Pieterse. Later nam Ko Reinhoudt dat over en
sinds hij met pensioen is, doet Ruthger Steenbeek het. Zonder zo iemand hangt
een economische studieclub als los zand aan elkaar. Nu ligt er elk jaar een
rapport. Dat kost wat, maar je doet er ook veel mee. Het maakt duidelijk hoe je
ten opzichte van de anderen draait. Dat geeft een gezonde vorm van competitie en
tilt het niveau van je bedrijf op een hoger plan. We komen één paar keer per
jaar bij elkaar en praten dan over actualiteiten, afzet en
investeringen.”Mede dankzij deze studieclub heeft Besseling een duidelijk
doel voor ogen. “Veel kilo’s met weinig arbeid, daar draait het om. De kwaliteit
moet natuurlijk acceptabel zijn, maar alles hoeft niet super te zijn. Conference
en Jonagold zijn bij uitstek rassen die daarbij passen. Conference heeft twee
arbeidspieken, bij de oogst en de snoei, maar dat is goed te organiseren. De
rest is grotendeels werk met de trekker wat je zelf kunt doen.’’Behalve
Conference plant Besseling ook Red Prince, maar niet vanwege de goede prijzen
van het vorige seizoen. “Red Prince is een eenvoudig ras, dat je haast
akkerbouwmatig kunt telen. Na de opkweek vraag het weinig arbeid en de oogst is
in één ronde klaar. Mijn huidige Jonagold Decosta is een goede, maar deze is nog
beter.”Met het planten van Red Prince verdwijnt de laatste Elstar. “Ik teel
25 jaar Elstar, maar het is een moeilijk ras. Het is elk jaar wat. Dan mag de
prijs hoger zijn, maar als Elstar duur wordt, volgt Jonagold meestal toch. Het
omgekeerde geldt ook. Jonagold heeft als voordeel dat de kostprijs een dubbeltje
per kilo lager is. Bij hoge producties zijn de kosten lager en dan houd je bij
lage prijzen eerder wat over.”

Efficiënt koelhuisOok in het moderne koelhuis is
efficiency het sleutelwoord. De cellen zijn hoog en diep en de deuren beslaan de
hele voorkant en gaan naar boven open. “Je hoeft niets om te stapelen. Alles
staat 9 hoog, 3 stapels van 3. Een vrachtwagen is zo geladen.” Ook in de gang is
de hoogte goed benut. Op de zolder draait de scrubber om de CO2 bij de
Conference weg te halen en schuin daarboven hangen de longen van de cellen. Het
relatief kleine vloeroppervlak van de gang verhult de capaciteit van het gebouw.
“In totaal kan ik 1.100 ton fruit bewaren, waarvan 900 ton peren.” De
verkoop gebeurt grotendeels vanuit deze cellen. “Ik verkoop mijn fruit al jaren
aan dezelfde handelaar. Meestal een deel op het hout als basis voor de vaste
kosten. De rest volgt per cel in overleg. Enkele cellen houd ik meestal achter
de hand om te speculeren, maar alleen als de basis stevig genoeg is. Soms pakt
dat goed uit. Ik heb wel eens Conference voor 1,80 euro per kilo verkocht, maar
begin september is ook oude Jonagold gestort voor de fabriek.”Volgend jaar
breidt het bedrijf van Besseling verder uit. Dan huurt hij er 8 hectare bij van
een pensioengerechtigde fruitteler. “Dat lijkt veel voor een eenmanszaak, maar
mijn eigen bedrijf is nog lang niet in productie. Dat duurt met peren wat
langer. Het trekkerwerk kan ik met deze uitbreiding ook alleen af en ook de rest
krijg ik georganiseerd. Zoals die jongens achter me nu snoeien, kunnen ze ook de
stap naar appels maken.”

Kader

Bedrijfsgegevens

Naam: René BesselingPlaats: KraggenburgAreaal: 14 hectare
Conference, 6,5 hectare Jonagold Decosta en 1,5 hectare ElstarAfzet: Via
vaste fruithandelaar

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.