Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Wisselsystemen zetten grondontsmetting op zijn kop

In de biologische teelt zorgen vooral aaltjes voor flinke productieverliezen. Een wisselteelt afrikaantjes naast tomaat en komkommer kan een belangrijke bijdrage aan de bestrijding van die aaltjes leveren. Aldus werd duidelijk tijdens de themadag ‘Gezonde bodem, vitaal gewas’ in Velden.DOOR GERARD BOONEKAMPgerard.boonekamp@reedbusiness.nl

Een biologische teelt van paprika, tomaat of komkommer
op nieuwe grond is in de eerste jaren meestal het productiefst. Daarna zorgen
wortelknobbelaaltjes vaak voor enorme verliezen aan productie. Onderzoeker André
van der Wurff van Wageningen UR Glastuinbouw schat dat de oogstderving kan
oplopen tot zo’n 40 procent. De aaltjes bestrijden is echter een groot probleem.
Biologische telers hebben geen goede biologische gewasbeschermingsmiddelen
voorhanden. Jaarlijkse wisselingen tussen de teelten van de drie hiervoor
genoemde vruchtgewassen hebben weinig zin, omdat ze alle vatbaar zijn voor
aaltjes. Ook de teelten afwisselen met bladgewassen in de winter levert weinig
merkbare resultaten op. Onderstammen bieden daarnaast maar gedeeltelijke
bescherming tegen aaltjes en stimuleren soms zelfs de groei van de populatie
zonder er zelf veel last van te hebben. Wanneer daarna een ander gewas in de kas
wordt gezet zonder resistente onderstam is er zonder grondontsmetting niet meer
fatsoenlijk te telen.De grond stomen is meestal redelijk effectief, maar de
kosten ervan zijn erg hoog geworden en stomen heeft ook een nadelige invloed op
de natuurlijke weerbaarheid van de bodem tegen ziekten. Er ontstaat een
biologisch vacuüm doordat bij het stomen ook nuttige bodemorganismen worden
gedood.

Tagetes naast vruchtgroentegewasWisselteelten met
gewassen die ziekten onderdrukken, zoals Tagetes (afrikaantje), is een goede
mogelijkheid om aaltjes te bestrijden. In aardbei bijvoorbeeld worden
afrikaantjes met redelijk succes ingezet tegen het wortellesie-aaltje.
Wortelknobbelaaltjes vragen echter een iets andere aanpak. Tagetesplanten
bevatten een groot arsenaal aan stoffen die aaltjes doden, vooral thiopenen.
Deze stoffen lekken langzaam vanuit de wortels in de bodem”, aldus Van der
Wurff. “Je kunt dus pas in de vervolgteelt voordeel verwachten van
wisselteelten.” Omdat het in een kas al snel onrendabel is om voor een lange
periode uit productie te zijn, werden al in 2006 op biologische bedrijven
proeven gedaan met afrikaantjes onder het vruchtgroentegewas. Door de gerichte
hoeveelheid groeide de Tagetes echter onvoldoende.Wageningen UR deed ook
onderzoek naar het wisselsysteem dat door biologisch teler Mar Baijens in Velden
werd ontwikkeld (zie kader ‘Al elf jaar zonder stomen). Daarbij worden maar twee
rijen komkommerplanten per 3,20 meter aangehouden, op de halve plantafstand in
de rij. In het ertussen liggende veld werd onder andere Tagetes gezaaid. De
onderzoekers vonden een aantal positieve effecten bij dit wisselsysteem. Tagetes
groeide nu wél goed, er werden meer komkommers in klasse I gesneden, minder
aaltjes in de bodem gevonden en er was minder schade aan de wortels van de
komkommerplanten. Nadelen waren er ook. In de eerste van de drie teelten werd 20
procent kostbare productie ingeleverd, boven de buisrailkarren ontstond
vruchtbeschadiging en het is lastig de komkommers te oogsten, zeker op grotere
bedrijven.In een zoektocht naar een systeem dat ook geschikt is voor tomaat
en paprika ontwikkelden de gebroeders Verbeek in Velden samen met Gert Kögeler
van Eosta, Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut een alternatief systeem -
het Köversysteem - voor wisselteelten met Tagetes of andere
ziekte-onderdrukkende gewassen. In het plantbed wordt een strook folie 45
centimeter diep ingegraven, zodat afgescheiden teeltbanen ontstaan, met aan de
ene kant de wortels van het cultuurgewas en aan de andere kant die van de
afrikaantjes. Aan weerskanten van de buisrail staan of vruchtgroenteplanten of
tagetesplanten. Het cultuurgewas wordt zo goed en zo snel mogelijk over de hele
kasruimte verdeeld. Door het tussenschot van folie kunnen aaltjes niet migreren
naar de rij tagetesplanten. Bij de volgende teelt wisselen de cultuurplanten en
de afrikaantjes van plaats.

Niet geschikt voor paprikaDe gebroeders Verbeek legden
dit seizoen voor het eerst hele kraanvakken aan met het Köversysteem in
kassen met komkommer, tomaat en paprika. Bij komkommer werd gestart op gestoomde
grond, bij tomaat en paprika op met aaltjes besmette grond. “De diepe sleuven
graven en het verticale foliescherm aanbrengen was vooral in de rijen met
kaspoten niet eenvoudig”, legt Fons Verbeek uit. Het teeltverloop en de
producties werden bijgehouden en steeds vergeleken met de gewone teelt in
dezelfde kas. Nu al kan worden geconcludeerd dat dit systeem niet geschikt
is voor paprika. De productiecijfers vielen niet mee. Tot 10 oktober lag de
productie in de wisselteeltproef 9 procent achter op die in het controle-object.
“Paprika groeit te langzaam en heeft een stug gewas, waardoor het gewas een
groot deel van het jaar niet goed verdeeld is over de ruimte. Bovendien groeit
Tagetes er makkelijk bovenuit.” Daarnaast had de paprika te lijden onder een
tekort aan stikstof en een flink verlies aan kwaliteit.Bij de grove
trostomaat, ras Durintha, werd tot 10 oktober 3,6 procent minder
geproduceerd in de Köverproef, maar bij de fijne trostomaten (ras Aranca) werd
nauwelijks productie ingeleverd (figuur linksboven). “Dat is een prima
resultaat, omdat deze planten dichter in de rij staan. Bovendien moet je
bedenken dat het effect van Tagetes pas volgend jaar merkbaar zal worden. Het is
al heel positief als het nu maar weinig productie kost”, vindt Verbeek. Tagetes
werkt namelijk alleen als het voor het cultuurgewas heeft gestaan. Bij
komkommer, waarvan de tweede en derde teelt wel al op de plek van Tagetes waren
geplant, was een stijgende lijn in de productie te zien. Tot half september liep
de derde teelt zelfs gelijk met de controle, maar op 10 oktober lag de productie
toch weer ruim 4 procent achter.

Nog veel knelpunten op te lossenEr werden in de proef
met de Köverwisselteelt steeds vakjes met drie verschillende tagetescultivars
gezaaid: Evergreen, Ground Control en La Bamba, afgewisseld met een stukje braak
liggende grond als nulmeting voor het aantal aaltjes. Ground Control was na de
zomer op meer plekken afgestorven en La Bamba was niet homogeen en wortelde
makkelijk als de planten over het plastic waren geduwd. Evergreen groeide juist
heel sterk. “We zoeken nog naar een ziektewerend gewas dat goed groeit, maar wel
laag blijft of makkelijk onder het cultuurgewas en de regenleiding kan worden
gedrukt”, aldus Verbeek. Door de snelle groei van Tagetes wordt het klimaat
vochtiger. Aan het begin van de tomaten- en komkommerteelt was er een probleem
met Botrytis, waarbij komkommer het gevoeligst was. In juni ontstond valse
meeldauw bij de middelgrove trostomaten. Niet bekend is of dit toeval is of aan
de wisselteeltproef ligt. Bij de vochtige omstandigheden in het najaar kwam weer
veelvuldig valse meeldauw voor in het tomatengewas van het ras Durintha.
Daarnaast is Tagetes geliefd bij trips, spint en wittevlieg en kan het
afrikaantje gevoelig zijn voor Pythium. De watergift en bemesting zijn ook
nog knelpunten, zegt Verbeek. Er staan evenveel vruchtgroenteplanten op de helft
van het volume van de teeltlaag, waardoor de buffer aan meststoffen en water
veel kleiner is. “Als we het systeem ergens opnieuw gaan aanleggen, beginnen we
met veel meer compost om het bemestingsniveau op te schroeven en de
bodemstructuur na het rijden en graven te verbeteren.” Ook moet volgens hem veel
nauwkeuriger water worden gegeven. “Nu krijgen de vruchtgroenteplanten snel te
veel water en hebben ze ook snel weer een tekort.”

‘Doorbraak in grondontsmetting’Ondanks de knelpunten
is Van der Wurff erg enthousiast over de resultaten tot nu toe. “Je kunt nu al
concluderen dat we ook zonder de grond te stomen de productiepotentie van
vruchtgewassen op niveau kunnen houden. Dat is wereldwijd een doorbraak.” Om het
aaltjes dodende effect van Tagetes te vergroten, is het waarschijnlijk nodig de
wortels door de grond te frezen. Daardoor komen meer thiopenen vrij, die onder
invloed van licht bovendien worden geactiveerd. Dit najaar wordt een proef
gedaan naar het effect van wel of niet frezen van de wortels.Van der Wurff
tekent nog wel aan dat Tagetes of andere aaltjes werende gewassen alleen hun
werk doen als ze kunnen starten op een laag infectieniveau. In een
komkommerproef met het Köver- en Baijenssysteem werd dat vorig jaar
overduidelijk. Wanneer na het stomen eerst Tagetes werd gezet, gevolgd door
een periode met braak liggende grond en Tagetes tussen de komkommers, bleef het
aantal jonge aaltjes en eipakketjes heel laag. Werd na het stomen meteen
komkommer geplant, gevolgd door Tagetes of braak liggen, dan steeg het aantal
aaltjes en eipakketten in de najaarskomkommerteelt naar een hoog niveau.De
noodzaak voor een acuut dodende grondontsmetting blijft dus wel bestaan. Maar er
zijn alternatieven voor grondstomen, aldus Van der Wurff. “Biofumigatie met
mosterdachtigen leidt bijvoorbeeld tot een goede doding als je de planten kneust
en onderwerkt. Het is goed dit dan te combineren met de wisselteeltsystemen.”
Want een drastische grondontsmetting laat altijd wel een biologisch vacuüm
achter. Het wisselsysteem met Tagetes zorgt er vervolgens voor dat de goede
bodemorganismen worden gestimuleerd.” Daarbij komt dat de kosten van
biofumigatie en het Köversysteem beperkt zijn in vergelijking met grond stomen
(zie kader hieronder). “Een paar procent productieverbetering is al genoeg
om die kosten te dekken”, concluderen de onderzoekers van Wageningen UR
Glastuinbouw.

Kader

Al elf jaar zonder stomen
Biologisch teler Mar Baijens in Velden ontwikkelde een alternatief
wisselsysteem, waarbij hij afrikaantjes zaait tussen een haag-dakjessysteem
komkommer. Per kap staan twee rijen komkommers met in de rij een plantafstand
van 40 centimeter. Het jaar erop staan de komkommers op de plaats waar de
Tagetes stond. “Ik doe dit al elf jaar en heb nooit meer hoeven stomen. Toen ik
er aan begon werden 6.500 aaltjes per 100 milliliter grond geteld. Nu blijft de
populatie binnen de perken.” Volgens Bayens haalt hij goede producties. “In
excursiegroepen doe ik aardig mee met de anderen, terwijl ik behoorlijk oude
kassen heb.” Daarbij komt dat hij heel wat geld bespaart, doordat hij niet meer
hoeft te stomen. “Ik stoomde zelfs tot 90 centimeter diepte, maar meestal kwamen
de aaltjes al snel weer terug.”

Kader

Bio-wisselkas
In opdracht van LNV onderzoeken Wageningen UR Glastuinbouw en het Louis
Bolk Instituut de verschillende mogelijkheden voor tomaat, komkommer en paprika
om via wisselsystemen grond weerbaarder te maken tegen bodemziekten. Op aangeven
van biologische telers werden vorig jaar vier systemen geselecteerd voor
vervolgonderzoek. Twee daarvan zijn de systemen van Baijens (komkommer) en Köver
(in principe alle vruchtgewassen) waarbij de afwisseling in de ruimte
plaatsvindt. Bij een derde systeem wordt in de tijd (per seizoen) gewisseld met
vruchtgroenten, bladgewassen en bloemen. Het vierde onderzoek betreft een
systeem waar een seizoen van braakligging of een antagonistisch gewas wordt
gevolgd door een teelt van vruchtgewassen. Uitgangspunt bij het ontwerp van de
wisselschema’s is dat het zonder veel technische aanpassingen uitvoerbaar moet
zijn en dat de opbrengstderving niet groter mag zijn dan 20 procent, ofwel de
schade die bodemorganismen gemiddeld aanrichten.

Kader

Wisselsystemen doorgerekend
Marcel Raaphorst van Wageningen UR Glastuinbouw ontwikkelde een rekenmodel
om de kosten en opbrengsten van verschillende wisselsystemen uit te rekenen. Als
voorbeeld vergelijkt hij de resultaten over drie jaar van een onbehandelde kas
met biofumigatie (in de kas geteeld of van buiten aangevoerd), het Köver-systeem
en een tussenteelt van bladgewassen in de winter. Hoewel de precieze kosten en
baten niet bekend zijn, blijkt dat het telen van bladgewassen vooral
energiebesparing oplevert. maar geen verbetering van het rendement in de drie
jaar. Vruchtgroenten telen zonder grondbehandeling doet het niet veel beter.
Wanneer biofumigatie of het Köver-systeem de productie slechts een paar procent
verhogen, zou het volgens het model al beter scoren dan onbehandelde grond. De
werkelijke productieverbetering door de grond gezond te houden wordt echter
geschat op 20 procent.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.