Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

‘Breedte middelenpakket daar gaan wij niet over’

Zijn invloed als voorzitter is niet zo vreselijk groot, zegt Dick Tommel bescheiden, maar de bevoegdheden van het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden dat hij voorzit, zijn wel degelijk uitgebreid. “De verzelfstandiging in 2000 pakte heel goed uit voor het CTGB.”DOOR TON VAN DER SCHEER

Bij tuinders heeft het College Toelating
Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) van Dick Tommel niet de naam een
heel snelle organisatie te zijn. Nieuwe toelatingen van middelen laten immers
altijd te lang op zich wachten. Zeker als er een teeltprobleem is en geen middel
(meer) om dat te lijf te gaan. ‘‘Het CTGB wordt wel degelijk afgerekend op de
snelheid en kwaliteit van onze toelatingen. Sinds een paar jaar is er de
mogelijkheid van een zogeheten wederzijdse toelating. Als een
toelatingsinstantie in dezelfde klimaatzone een middel heeft getoetst, hoeven
zusterorganisaties in de andere landen in die zone dat niet over te doen. Dat
heeft tot gevolg dat wij steeds meer moeten concurreren met zusterorganisaties
in bijvoorbeeld Duitsland en Engeland. Een fabrikant met een nieuwe stof of een
nieuw middel kan kiezen. Met veel Duitse fabrikanten hebben we veel concurrentie
van het Duitse toelatingscollege. Dus moeten we niet te duur zijn en moeten we
snel werken, maar ook zorgvuldig. Want een snelle beoordeling van een stof
waarover vervolgens heel veel vragen uit andere EU-lidstaten komen, daar is de
fabrikant ook niet mee geholpen.”

Vanwaar dan toch de reputatie van bureaucratische
traagheid?
“Toen ik aantrad op het moment van de verzelfstandiging
lagen er besluiten van aanvragen die zeven jaar eerder waren ingediend. Dat is
drastisch bekort. Als zelfstandig college kregen we de vrijheid meer mensen aan
te nemen. We zijn gegroeid naar nu 70 medewerkers. Die omvang past goed bij het
werk dat we hebben en het werk dat we in de nabije toekomst verwachten te
krijgen. We zijn net een postkantoor. Als er veel loketten open zijn, word je
snel geholpen. Maar zitten er ook wel eens mensen duimen te draaien, dan ben je
duurder dan nodig is. En dat kunnen we ons met de toenemende internationale
concurrentie niet veroorloven.”

Alle achterstanden zijn nu ingelopen?“We halen nu wél
de wettelijke termijnen. Door de onverwachte herbeoordeling van 800 middelen als
gevolg van de gerechtelijke uitspraak van mei 2007, zijn de stapels tijdelijk
wel weer wat hoger geworden. De hulp die we zouden krijgen van RIVM en TNO, viel
wat tegen. Ik ben er trots op dat we deze enorme klus toch zo snel hebben
geklaard. En als op dit moment als gevolg van de vervallen toelatingen en de
gewijzigde toelatingen specifieke teelten in de problemen komen, dan horen we
dat graag. Als er al een nieuwe oplossing voor zo’n knelpunt bij ons in aanvraag
is, willen wij wel kijken of die dan met voorrang kan worden behandeld.”

Voor knelpunten kunnen ook nog steeds vrijstellingen komen en in
plaats van de minister neemt nu het CTGB die besluiten.
“Dat klopt,
dat is een uitvloeisel van de nieuwe wet. Voorheen adviseerden wij en nam LNV
het besluit. Nu nemen wij het besluit en adviseren de ministers van LNV en van
VROM ons over de criteria, waaraan we een aanvraag toetsen. Met andere woorden
hoe wij het landbouwkundig belang moeten afwegen tegen het milieubelang. De
volksgezondheid en veiligheid voor de gebruiker blijven onaangetast, maar de
marge zit in het altijd tijdelijk toestaan van het overschrijden van
milieunormen.”

Dat klinkt makkelijk.“Maar dat is het niet. In wezen
weeg je landbouwkundige onmisbaarheid af tegen een milieubelang. De PD blijft
die landbouwkundige onmisbaarheid beoordelen. Die hebben daar meer verstand van
dan wij. Vervolgens is het aan ons die afweging te maken. Dat is appels met
peren vergelijken. Of moeilijker nog, want appels en peren líjken nog een beetje
op elkaar. Er zit iets arbitrairs in die afweging en dus is er het risico dat je
voor de rechter komt, maar daar worden we niet zenuwachtig van. Dat hoort erbij.
Die vrijstellingenregeling hoeven we nog maar vijf keer uit te voeren. In 2012
zal de Europese richtlijn een Europese verordening zijn geworden en dan loopt de
toelating van nieuwe stoffen en nieuwe middelen weer heel anders.”

Straks dus weer heel anders. Het blijft
ingewikkeld.
“Daarom streven we sinds de verzelfstandiging naar een
volledig open contact met politiek en bedrijfsleven. Vooral kamerleden gebruiken
ons als vraagbaak. Daar ben ik wel blij mee. Liever zo, dan dat het vragen aan
de minister zijn: dan ligt het eerst zes weken en moeten wij toch ook het
antwoord schrijven. Terwijl een vraag vaak met één telefoontje is opgehelderd.
Ook al willen we echter met iedereen praten en naar ieders wensen luisteren, we
koesteren onze onafhankelijkheid. We willen geen slagveld van belangen worden.
Dat komt ook terug in de samenstelling van het bestuur: geen tuinders, geen
milieuorganisaties en geen politici.”

Komt zo de praktische kant wel voldoende aan bod?“Een
middel moet werken. En wij moeten de tuinder daarover geen raadseltjes opgeven,
maar heldere etiketten schrijven. Dat is in feite de core business van het CTGB.
In eerste instantie moeten de gebruiksvoorschriften voor een middel helder zijn
voor de gebruiker. Daarnaast moeten voorschriften ook controleerbaar en
handhaafbaar zijn. Toen de Arbeidsinspectie op grond van onze voorschriften met
aangescherpte herbetredingsregels kwam, die volgens de sector onterecht waren,
toen hebben wij daar als bestuur snel actie op ondernomen. Het is onze
verantwoordelijkheid om waar er twee tegengestelde interpretatierichtingen
ontstaan, soms ook binnen overheden de voorschriften weer zo te verhelderen dat
er weer sprake is van één wettelijke lijn.”

Kijkt u ook naar de breedte van het beschikbare
middelenpakket?
“Nee, daar gaan wij niet over. Wij zijn ook niet
de partij die gaat over het verwoorden van de landbouwkundige gevolgen van
de herbeoordeling van die 800 middelen. We zijn daar wel in
geïnteresseerd, maar het zijn de tuinbouworganisaties die die gevolgen in beeld
moeten brengen en knelpunten bij de minister moeten aankaarten. En nogmaals, als
er al iets in aanvraag is, dan kan men altijd om een voorrangbehandeling vragen.
Maar wees daar wel zuinig mee, want je kunt niet elke keer voorrang
krijgen.”

Kader

Dirk Krijn Johannes Tommel
Dick Tommel is per 1 januari voor een derde termijn van vier jaar benoemd
als voorzitter van het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden.
Tommel (1942) studeerde scheikunde aan de Rijksuniversiteit van Utrecht, waar
hij ook promoveerde tot doctor in de natuurwetenschappen en wiskunde. Na jaren
in de Tweede Kamer te hebben gezeten namens D66 diende hij van 1994 tot 1998 als
staatssecretaris van VROM in het kabinet Kok I, het eerste paarse kabinet.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.