Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Drie bedrijven met één doel

In tien jaar tijd is Purple Pride een begrip in de glastuinbouw geworden. Drie bedrijven die met 25 hectare een kwart van het areaal aubergines in Nederland vertegenwoordigen. De hechte samenwerking, waarmee ze de themaprijs van de NTO gewonnen, lijkt een eind op weg naar totale integratie.door Ton van der Scheer

Woensdag 5 december. Het persbericht komt onder
embargo binnen op de redactie: Purple Pride wint de ‘themaprijs Samenwerking’,
van de Nationale Tuinbouwondernemersprijs. Meteen maar gebeld naar een van de
ongetwijfeld goed gehumeurde auberginetelers. Peter de Jong uit Maasland is
inderdaad in opperbeste stemming, maar verwijst voor een afspraak voor een
interview vriendelijk door naar de gebroeders Groenewegen in Zevenbergen. “We
hebben de taken zo verdeeld.”Zo gaat dat bij een prijswinnende
telersvereniging. Strakke taakverdeling. Hoewel, strak. “Bel maar effe naar
Pleun van Duijn”, roept een van de gebroeders Groenewegen (was het nou Frank,
Ben of Johan?), kennelijk druk, middenin de teeltwisseling. Pleun zit in de
auto. De afspraak is geen probleem: maandag. Even later de bevestiging op de
mail: maandag, maar dan niet bij Pleun in het Zeeuwse Oosterland, maar bij broer
Jan van Duijn in Steenbergen.

Geen poespasTot zover de virtuele rondgang langs alle
vestigingen van Purple Pride telers. Aangekomen bij de tuin aan de Zoekweg in
Steenbergen laten borden de bezoeker niet verdwalen. Hier zetelt een van de
Greenery-telers van het jaar, roept een kleurig bord aan de kasgevel uit: De
vorige prijs die de zeven auberginetelers in de wacht sleepten. Voor het
overige geen poespas aan de kas van Jan en Rob van Duijn. Geen trots kantoor met
spiegelglas en grote logo’s erop. Wel een heel flinke schuur die desalniettemin
helemaal vol staat met alle spullen die nodig zijn voor de teeltwisseling. In de
ene afdeling van 4 hectare zijn bijna vier weken geleden de plantjes gepoot. In
de andere nog iets grotere afdeling staat dat gauw (deze week nog) te
gebeuren.

Totale integratie Het gesprek met de mannen van Purple
Pride is nog echt een gesprek met tuinders op een echt tuinbouwbedrijf. De vier
bedrijven hebben alle vier hun eigen identiteit en onafhankelijkheid in plaats
van wat in het grote bedrijsleven een corporate identity heet. “In de afzet zijn
we gelijkgestemd”, zegt Ben Groenewegen. “Maar we hebben allemaal toch nog onze
eigen manier van ondernemen.” In bijvoorbeeld een gezamenlijk personeelsbeleid
of samenwerking bij personeelsvoorziening zien de telers geen voordeel. “Ik heb
drie vaste medewerkers”, zegt Peter de Jong. “Dat is heel wat anders dan de 40
man die bij Ben en zijn broers in Zevenbergen rondlopen.”Toch is totale
integratie van de vier bedrijven ook weer niet zo ver weg. De samenwerking heeft
zich immers al meer dan tien jaar bewezen en zowel afzet- als teelttechnisch
zijn de bedrijven steeds verder met elkaar vervlochten. Sinds vier jaar is er
een gezamenlijke besloten vennootschap voor de investeringen die Purple Pride
doet in verpakkingsmachines, in marketingmateriaal, in de website, in de
gezamenlijke studiereizen en in de begeleiding van de vereniging door
adviesbureau Van der Zande Florpartners.

Productieverlies zondeAan het begin van de
samenwerking stond telersvereniging Professional. Toen waren daar nog 9
bedrijven bij aangesloten. De huidige leden van Purple Pride inclusief de nieuwe
naam, bleven over toen er een bindende rassenkeuze ter sprake kwam. Jan van
Duijn: “De andere leden vonden het productieverlies dat ze met Cava zouden gaan
krijgen zonde. Wij vonden de keuze voor dit ras nodig voor de kwaliteitsgarantie
die we aan onze klanten willen bieden. Inmiddels telen we dit ras niet
meer.”Dat de club kleiner werd was geen ramp. Het voordeel was de grotere
slagvaardigheid. Het besluit om een bedrijf voor biologiosche aubergines op te
zetten (zie kader) is daar een goed voorbeeld van. Ook al liepen de wegen
uiteen, de Purple Pride telers zonderen zich niet af van de collega-telers. “We
willen de vereniging zeker niet zien als een eiland”, zegt De Jong. “We draaien
gewoon mee met de landelijke excursies, de A8 en de technische
commissie.”Maar nog veel intensiever draaien de mannen mee met de eigen
wekelijkse teeltrondgang op een van de bedrijven. Bovendien kunnen de telers op
elk moment in de teeltcomputer van de andere leden kijken.

Eigen klantenZo is het ook op afzetgebied. Er is nu
ruim een jaar A8: Eén van de zogeheten apo’s (associatie van
producentenorganisaties) zoals er ook de P8 en de K8 zijn en het overleg tussen
de tomatentelersverenigingen. “Dat overleg geeft wel vertrouwen. We hebben het
daar in grote lijnen over bijvoorbeeld voorraadcontrole om speculatie met het
product tegen te gaan.”Goed om met de nog maar kleine club van misschien 25
Nederlandse auberginetelers op die manier bij elkaar te zitten, over de grenzen
heen van de 11 verschillende afzetpartijen waar die telers bij zijn aangesloten.
Maar nog veel beter om als kleine club van drie bedrijven, die een kwart van het
Nederlands areaal vertegenwoordigt, vergaand met klanten te kunnen praten. “We
zijn blij dat we daar bij The Greenery de ruimte krijgen. Komend jaar ook met
het eko-product dat via Naturelle van The Greenery gaat, maar ook via Eosta”,
zegt Ben Groenewegen.

Onderlinge verrekening Samen met Pleun van Duijn is
Ben sinds kort binnen de vereniging eerst verantwoordelijke voor de afzet. Weer
een teken dat de bedrijven dichter en dichter naar elkaar toe groeien. Eerder
had elk van de Purple Pride telers nog zelf contacten met eigen klanten. Nu
worden klanten al meer en meer vanuit alle bedrijven bediend, al naar gelang de
gespreide plantdata en de geografische ligging. “En omdat de ene klant nu
eenmaal wat lucratiever is dan de andere is er aan het einde van het jaar
onderling een financiële verrekening.”

Specialties als trekkersOp het kantoortje heeft Jan
van Duijn inmiddels gedag gezwaaid, want nog weer een andere afspraak. Zijn
broer Rob is aangeschoven; samen met Johan Groenewegen eerst verantwoordelijke
voor marketing. En op die manier ook bezig met de specialties die Purple Pride
nog weer dat beetje extra onderscheid opleveren. Kleine aubergientjes, roze,
groen, wit, ‘graffiti’, rond en bol of juist dun en lang, onderscheidende smaken
of vruchtvleesstructuur, soms zelfs prima rauw te eten. “Eigenlijk is voor
veel mensen de gewone aubergine nog een specialty”, stelt Rob. “Er zijn nog heel
veel consumenten die ons product moeten leren eten.” Maar de vraag bij de eigen
klanten voor die specialties en voor eko, is er niet minder om. Die
specialiteiten levert Purple Pride ook om de gewone productie – nog gewoon méér
dan 95 procent van het totale volume – klantspecifiek weg te zetten.

Mister Oshima“Tegen de 35 procent van onze aubergines
gaat naar onze eigen klanten, onder onze eigen naam of onder private label van
de klant. Het opvoeren van afzet naar eigen klanten is een duidelijke
doelstelling”, zegt Rob. De rol die de bijzondere aubergine-variëteiten daarin
spelen wordt door de marketeers van Purple Pride benadrukt met recepten,
ontwikkeld door koks Niven Kunz van Resturant Het Oude Raethuys in Wateringen en
Mr. Oshima van het Okura Hotel in Amsterdam, allebei sterrenkoks volgens de
Michelingids. De aubergines die niet klantspecifiek worden afgezet, gaan in
de Greenery-doos. Een stuk minder herkenbaar, maar dat is de Purple pride telers
geen doorn in het oog. “De samenwerking is uitstekend, ook bij het zakendoen met
onze eigen klanten. The Greenery heeft ons niet voor niets voor de NTO
voorgedragen. Daar zijn we heel blij mee.”

Kader

Klanten schreeuwden om EKO
Naast Purple Pride BV nemen de telers ook deel in Purple Pride Eko BV.
Daarin is het gezamenlijk eko-teeltbedrijf ondergebracht. Supermarkten uit
binnen– en buitenland vroegen, nee, schrééuwden om biologische aubergines. Het
anderhalve hectare grote glastuinbouwbedrijf in Bergen op Zoom waar komend
seizoen de eko-aubergines vandaan gaan komen, is een samenwerking met
telersvereniging Trospartners. Die samenwerking is nodig voor het kunnen
hanteren van een vruchtwisselingsschema.

bedrijfsgegevens

Naam: Purple PridePlaats: Steenbergen, Oosterland, Zevenbergen en
Maasland.Gewas: AubergineAreaal: 25,5 hectareStrategie: Eén
kwaliteitsras en daarnaast specialties en eko om klanten te binden en een merk
op te bouwen.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.