Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

‘We hebben bewust steeds over het randje geteeld’

De marathon op weg naar 100 kilo trostomaten per vierkante meter in dit kalenderjaar is ruim over de helft. Op het Improvement Centre in Bleiswijk is een nieuwe teelt tussengeplant. De oude planten stonden op 10 september hun laatste tomaten af, ruim een jaar nadat ze waren gezaaid. De teller vanaf 1 januari stond daarmee op 76 kilo per vierkante meter. Tijd voor een tussenbalans.Door Gerard Boonekamp

“Als we gewoon volgens plan in week 10 hadden
tussengeplant, was het veel veiliger geweest, maar hadden we niet zoveel geleerd
als nu.” Peter Klapwijk en Willem Valstar van GreenQ besloten samen met Arjan
Bimmel van mede-opdrachtgever Seminis niet de makkelijkste weg te nemen met de
proef waarin zij proberen dit jaar een productie van 100 kilo trostomaten per
vierkante meter te oogsten. “Je hebt te maken met twee nieuwe factoren: het ras
Idooll en telen in een semi-gesloten kas. De insteek is daar zoveel mogelijk van
te leren. We hebben bewust steeds over het randje geteeld”, aldus Bimmel.In
plaats van in week 10 werd pas in week 30 (25 juli) tussengeplant, een week
nadat de kop uit het oude gewas was gehaald. Zo konden de planten meteen op de
winterafstand van 2,6 per vierkante meter worden gezet. Door het tegenvallende
zomerweer bloeiden de jonge planten pas vijf dagen na het planten en vond in die
week voor het eerst sinds januari geen zetting plaats. Daarna nam de zetting
echter weer snel toe naar het niveau van voor de tussenplanting.Op 10
september werden de laatste trossen van het oude gewas geoogst. Sinds januari
was er op dat moment 76,2 kilo per vierkante meter geoogst (exclusief betonpad
en ongesorteerd). “De eerste 50 kilo’s gingen super en redelijk gelijkmatig,
maar daarna werd het steeds moeilijker. We zijn ruim 10 procent van de stengels
kwijt geraakt door uitputting en Botrytis”, aldus Klapwijk. Verwonderlijk is dat
niet. Op het moment van ruimen stond het gewas al elf maanden in de kas. “We
weten nu waar de grenzen liggen. Als je met zo’n oud gewas zover komt, betekent
het dat we het maximum nog niet bereikt hebben. Dit zegt zeker zoveel als 100
kilo per jaar halen met twee keer tussenplanten.”

Tradities over bord zettenDoor het uiterste van de
plant te vragen heeft het gewas een groot deel van de winter in de bladrandjes
gestaan. Van de andere kant zijn regelmatig trossen verwijderd als het
groei-beslismodel ‘greensceduler’ aangaf dat de plantbelasting te hoog werd voor
de verwachte hoeveelheid licht. De proef is ook niet opgezet om te
vergelijken. Op grond van de raseigenschappen en de beschikbare techniek wordt
een productiedoel nagestreefd. “Het belangrijkste is dat je veel verstand van
tomaten hebt, maar ook tradities overboord kunt zetten”, meent Klapwijk. “Je
moet gewone dingen ongewoon gaan doen en zo weinig mogelijk fouten maken.” De
greensceduler helpt om het doel stapsgewijs in beeld te houden. “Je hebt door de
grafieken steeds op je netvlies wat je aan het doen bent en houdt overzicht op
wat je gaat doen”, zegt Bimmel.Het grove-trostomatenras Idooll (voorheen BS
7529) is gekozen vanwege zijn kracht en generatieve inslag. “Hij oogt bovenin
erg generatief, maar vult zich beneden goed uit. De tomaten kleuren snel door,
de behanglengte is kort en de houdbaarheid en smaak zijn goed. De productie is
normaal 5 procent hoger dan het gemiddelde in dit segment en de smaak is
gelijkwaardig aan het eveneens goed smakende Seminis-ras Brilliant”, somt Bimmel
op.

Veel snelheid én hoog vruchtgewicht Wat betreft
kwaliteit heeft Idooll ook aan de verwachtingen van de opdrachtgevers voldaan.
“Voor driekwart was de kwaliteit uitstekend en voor een kwart goed”, bevestigt
Klapwijk. Voornamelijk door problemen in de regeltechniek was er wat meer klasse
II-sortering. “We hadden hier 2 tot 3 procent afval, tegen normaal 1
procent.”De greensceduler berekent hoeveel koppen kunnen worden aangehouden,
met hoeveel aangemaakte vruchten, en hoeveel aanvullend licht nodig is. De
prognose van 17 gezette vruchten per week vanaf week 3 werd zelden gehaald
(figuur 1). Tot drie keer (in week 2, 15 en 24) toe moest er zelfs een hele tros
uit worden gehaald om de plantbelasting niet te ver te laten oplopen. Tot en met
week 36 bleef de cumulatieve zetting bijna 10 procent achter bij de prognose. Er
waren ook flinke schommelingen in de wekelijkse producties waar te nemen (figuur
2).De 10 procent lagere zetting lijkt dramatisch, maar bij de cumulatieve
productie was daar weinig van te merken. Deze cumulatieve productie verliep
vrijwel geheel volgens de prognose (figuur 3). Dat is voornamelijk het gevolg
van een hoger gemiddeld vruchtgewicht. Dat was steeds gemiddeld 20 gram hoger
dan de prognose van 130 en 140 gram. De grofheid is vooral tot stand
gebracht door de hoge CO2-gehalten (Ocap). “We hebben om grofheid te krijgen
nooit met een voornacht hoeven werken. Daardoor konden we veel snelheid houden.
De etmaaltemperaturen kwamen vaak tussen 20 en 22 graden Celsius uit, met 20,5
graden gemiddeld over het hele jaar”, aldus Bimmel. Na het tussenplanten
zijn zelfs een periode etmaaltemperaturen van 23 tot 24 graden gerealiseerd om
de jonge planten goed generatief te houden. Door de hogere temperaturen rijpen
de tomaten snel af. “De afrijpingsduur is in de winterperiode 5 tot 7
dagen korter dan bij andere rassen in de gangbare teelten.”

Volop eten en toch actief blijvenVanaf week 47 in 2006
tot week 9 dit jaar is zoveel bijbelicht dat het gewas dagelijks tussen 1.200 en
1.500 Joule per vierkante centimeter ter beschikking had. Daarna werd dat
verhoogd tot 2.000 Joule (figuur 4). “Voor acht trossen per plant heb je 1.800
Joule nodig”, berekent Bimmel. Door de hoge snelheid en het hoge lichtniveau is
pepinomozaïekvirus nauwelijks zichbaar geweest in het gewas. De brede rijafstand
(1,92 meter) zorgt voor veel licht onderin het gewas. De hoge dichtheid van 3,9
stengels per vierkante meter bleek goed te passen bij de hoge CO2-niveaus en
hoge teeltsnelheid. Zelfs het oude gewas heeft nooit te vegetatief
gestaan.Omgaan met de techniek in de semi-gesloten kas was niet altijd even
makkelijk. “We hebben getobd met teveel vocht in de kas omdat aanzuigen van
buitenlucht niet eerder dan eind juni mogelijk was. Regeltechnisch liep het ook
niet altijd goed. Het duurt wel een paar seizoenen voordat je dat helemaal in de
vingers hebt”, verwacht Klapwijk. CO2-niveaus van 800 ppm in de zomer handhaven
was geen probleem. “Maar niemand weet precies hoe je ervoor zorgt dat de plant
dat zo goed mogelijk gebruikt. Hoe hou je ‘m actief, terwijl de tafel vol met
eten staat?” De plant activeren moet ook anders dan normaal. Doordat
buisverwarming ontbreekt, krijgt de plant geen stralingswarmte meer. Er wordt
juist kou onderin gebracht. Om te voorkomen dat de afrijpende vruchten in de
koude luchtstroom uit de slurven hangen, werd de gewasdraad in het voorjaar
zelfs hoger gehangen.Vocht afvoeren was lange tijd een probleem. De
luchtramen gaan in principe alleen open als het nodig is om in te grijpen, zoals
tijdens de hittegolf eind april toen de buitenluchtaanzuiging nog niet
functioneerde. Na het tussenplanten was de plantdichtheid zes weken lang enorm
hoger en werd het vochtprobleem er mede door het natte weer niet minder op.


Grenzen verlegdDankzij de korte behanglengte kon het
oude gewas echter ver zakken en tot op vier bladeren per stengel kaal worden
gemaakt, zodat de jonge planten voldoende ‘lucht’ en licht kregen. Ook de
grotere rijafstand hielp daarbij.De tweede teelt is inmiddels weer volop in
productie en wordt steeds meer belicht. Of de magische 100-kilogrens eraan gaat,
wagen de opdrachtgevers te betwijfelen. “Maar of het nu 97 of 100 kilo per netto
vierkante meter wordt, maakt ons niet zoveel uit. Het is niet allemaal ‘alles is
raak en kan niet beter’ geweest. We tonen in elk geval aan dat de productiegrens
flink kan worden verlegd”, concludeert Klapwijk
alvast.

Kader

Proefgegevens
Ras Idooll (BS 7529), 1 op 1 geënt op Maxifort.Eerste teelt: zaaidatum
30 augustus, plantdatum 13 oktober 2006.Tussenplanting: zaaidatum 18 juli
2007, plantdatum 25 juli 2007.Stengeldichtheid: 2,6 ->3,9 (week 52)->
6,5 (week 30) -> 2,6 (week 37).Goot: breedte 34 centimeter, hoogte 80
centimeter, rijafstand 1,92 centimeter.Substraat: kokos.Groeilicht: 200
micromol (15 duizend lux), 600 W, diepstralers.Koeling: lbk’s, maximum
vermogen 450 W per vierkante meter.Energiescherm: SLS 10 ultra
plus.Verduistering: Revolux 99 procent.

Kader

Facilitair onderzoeksbedrijf
Het Improvement Centre (IC) in Bleiswijk is vooral gericht op onderzoek op
praktijkschaal. Anders dan bijvoorbeeld een proefstation is het IC uitsluitend
faciliterend voor de opdrachtgevers. “De opdrachtgevers maken de stategische
keuzes voor het onderzoek”, legt directeur Aad van den Berg van het Improvement
Centre uit. “We werken hier met praktische mensen. Als de opdrachtgever vindt
dat er een trosje uit moet, dan gaat die er meteen uit.” De 100-kiloproef
bij tomaten is volgens hem een goed voorbeeld van praktijkonderzoek. Het is geen
vergelijkend onderzoek tussen verschillende rassen en systemen. “We zijn geen
kenniscentrum, dus we hoeven geen proeven te doen die alleen dienen om onze
kennis te vergroten.”

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.