Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Niet bang voor nieuwe middelenwet

De Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden werd met lichte vertraging op woensdag 17 oktober van kracht. De wet vervangt de oude Bestrijdingsmiddelenwet, waar maar liefst 17 Algemene Maatregelen van Bestuur en 25 regelingen aan hingen. De oude wet was daardoor een lastig te hanteren lappendeken.door Ton van der Scheer

Het College Toelating Gewasbescher-mingsmiddelen en
Biociden (CTGB, voorheen CTB) krijgt er door de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en
Biociden (WGB) een belangrijke rol bij. Waar tot nu toe de minister van Landbouw
de handtekening zette onder een jaarlijks lijstje van vrijstellingen voor
onmisbare middelen, zal het CTGB dit voortaan doen. Het jaarlijkse lijstje heet
in de nieuwe wet ‘Toelatingen dringend vereiste middelen’. Het CTGB is
een onafhankelijk college dat aan alle randvoorwaarden voldoet om tot een
afgewogen besluit te kunnen komen over een middel, en de vraag of het dringend
vereist is, kan afwegen tegen de effecten die het betreffende middel kan hebben
op mens, dier, plant en milieu. Deze verschuiving van verantwoordelijkheid
maakt het voor de minister en de Tweede Kamer weer wat makkelijker om zich te
houden bij beleidszaken. Bij kamerleden bestond de verleiding de minister vragen
te stellen over de vrijstelling van een bepaalde werkzame stof of een bepaald
middel voor een bepaalde teelt. De neiging om dat via een minister en dan ook
via het parlement te laten lopen, bestaat overigens in heel Europa.

Voor iedereen even strengEen doorn in het oog van de
professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen was het feit dat
particulieren maar raak konden spuiten met middelen die vrij verkrijgbaar waren
in de tuincentra. Aan deze toestand maakt de nieuwe wet een eind. Het CTGB gaat
bij elk in Nederland, voor professioneel gebruik toegelaten middel bekijken of
ook particulieren het mogen blijven gebruiken. Zo ja, dan wordt bekeken of er
nadere bepalingen voor bijvoorbeeld verpakkingen en doseringen moeten komen.
Een middel dat alleen voor professioneel gebruik is toegestaan, mag voortaan
ook alleen maar worden gebruikt door iemand met een Bewijs van Vakbekwaamheid
Toepassen Gewasbescherming. Dit is de nieuwe aanduiding voor de aloude
Vergunning Uitvoeren Gewasbescherming, wat in de volksmond de spuitlicentie
heette. Inhoudelijk zijn de eisen overigens niet gewijzigd. In de
nieuwe wet is op een uitputtende manier rekening gehouden met de gevolgen van de
Europese richtlijnen voor gewasbeschermingsmiddelen en voor biociden. Beide
richtlijnen zijn al een tijdje in werking en moeten leiden tot een volledig
geharmoniseerd Europees toelatingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen. Voor
deze middelen zal dat per 1 januari 2009 een feit zijn en voor biociden in 2015.
Tot die tijdstippen is een overgangsrecht van kracht, dat in de WGB opnieuw is
geformuleerd.

De wet en BrusselIn het overgangsrecht is onderscheid
aangebracht tussen een wel bij de Europese Commissie aangemelde, maar nog niet
goedgekeurde werkzame stof enerzijds en een stof die wel al is goedgekeurd. In
het eerste geval mag het CTGB een middel waarin die werkzame stof voorkomt,
toelaten op basis van de gegevens die het college beschikbaar heeft en waarvan
het met al zijn deskundigheid zegt dat die gegevens naar aard en hoeveelheid
toereikend zijn om een weloverwogen positief oordeel af te geven. In het
tweede geval moet het CTGB komen tot herbeoordeling van de toelatingen van alle
middelen waarin de werkzame stof voorkomt. Daarbij moet het volledige, op dat
moment geldende wetenschappelijk inzicht worden meegenomen. Omdat per werkzame
stof herbeoordeling van alle relevante middelen een meer of minder ingewikkelde
operatie is, mag het college 2, tot in sommige gevallen wel 4 jaar doen over die
herbeoordelingen.Van een net weer wat andere soort is de herbeoordeling van
de 800 door Stichting Natuur en Milieu bij de rechter aangevochten middelen. De
rechter oordeelde in mei dit jaar dat het CTGB ten onrechte middelen van
rechtswege een toelating gaf op grond van een lijst van werkzame stoffen die het
CTGB minder risicovol acht.

Werkzaam en deugdelijkOnder tuinders bestaat de vrees
dat het door de inwerkingtreding van de nieuwe wet moeilijker wordt
uitbreidingstoelatingen te krijgen. Dat is nadrukkelijk niet het geval. In de
WGB staan duidelijke regels voor het verkrijgen van een zogeheten vereenvoudigde
uitbreidings- toelating. Dat is een toelating van
een extra toepassing van een middel op een plaag in een ander gewas dan in de
oorspronkelijke toelating staat beschreven. In de praktijk wordt deze toelating
vaak aangevraagd voor een toepassing in een kleine teelt. Voor een
vereenvoudigde uitbreidingstoelating hoeft niet een hele nieuwe
toelatingsprocedure met alle vereiste onderzoeken te worden doorlopen. Er hoeft
alleen maar te worden bekeken wat er aan de extra toepassing anders is dan bij
de al toegelaten toepassingen. Het CTGB kijkt bij een normale toelating eerst of
het middel inderdaad werkzaam en deugdelijk is. Bij de vereenvoudigde
uitbreidingstoelating is dat niet nodig. Het college weegt bij de vastgestelde
goed landbouwkundige toepassing af wat de effecten zijn op mens, dier, plant en
milieu. Bij zo’n extra toepassing horen ook extra gebruiksvoorschriften. In
de nieuwe wet staat opnieuw en zo helder mogelijk geformuleerd dat die
gebruiksvoorschriften voor de toepasser zo moeten worden verstrekt dat duidelijk
is hoe hij het middel correct moet gebruiken. Dat kan in de vorm van een extra
sticker op de verpakking, maar soms ook in een uitgebreidere bijsluiter.

Toelatinghouder in beroepBij de totstandkoming van een
vereenvoudigde uitbreidingstoelating hoeft de toelatinghouder niet in actie te
komen. Hij mag er wel tegen in beroep gaan, als hij vindt en denkt te kunnen
aantonen dat het middel in de extra toepassing teelttechnisch bezien helemaal
niet zo slim is. Mochten er later in de praktijk, bij gebruik volgens de
voorschriften, toch ongelukken gebeuren met de teelt (of erger), dan kan dat
voor de toelatingshouder en fabrikant van het middel immers schadelijke gevolgen
hebben. Ook kan een toelating van een middel, terwijl de toelatinghouder voor
het betreffende teeltprobleem al een ander middel op de markt heeft, zakelijk
ongunstig zijn.

Extra eis zaadcoatingsEen vereenvoudigde
uitbreidingstoelating kan ook het toelaten van een middel in de vorm van een
zaadcoating betreffen. Per 1 januari 2009 moet er voor alle middelen in coatings
een toegelaten zaaizaadtoepassing zijn, anders mag een Nederlands
zaadproductiebedrijf een middel niet verwerken noch voorhanden hebben.Over
het coaten van zaaizaad met gewas- beschermingsmiddelen is in de aanloop
naar de nieuwe wet een en ander te doen geweest. In Nederland zou geen zaad meer
kunnen worden behandeld met in Nederland niet toegestane middelen die wél zijn
toegelaten in andere EU-lidstaten waarnaar dit zaad wordt geëxporteerd. En
evenmin zou in Nederland zaad meer kunnen worden behandeld met door de Europese
Commissie niet goedgekeurde stoffen, die wél mogen in landen buiten de EU
waarnaar dit zaad wordt geëxporteerd. Voor alle problemen rond productie,
import, export en landbouwkundige toepassing van gecoat zaad hebben LNV en
andere betrokken ministeries een specifiek regime opgesteld, dat in de nieuwe
wet is opgenomen. De risico-inventarisatie en -evaluatie van de Arbowet en de
vergunning Wet Milieubeheer dekken in Nederland risico’s af van het produceren
en het op voorraad hebben van stoffen en middelen. Het CTGB heeft de
mogelijkheid te bekijken of dit ook echt het geval is. De Wet
Milieugevaarlijke Stoffen pakt risico’s aan bij de import van gecoat zaad uit
het buitenland. Voor het overige is er dus nog de Nederlandse en Europese
gewasbeschermingsmiddelen- wetgeving.

Gezond verstandVeranderingen waar tuinders in de
praktijk mee te maken kunnen krijgen, zijn de bestuurlijke boete en de
zorgplichtbepaling. Dat laatste heeft alles te maken met gezond verstand bij de
bewaring van middelen. Tot nu toe was er rond de gewasbeschermingsmiddelenkast
van alles strak gereglementeerd. Nu is er de algemene bepaling dat bij opslag
van middelen tot 400 kilo (daarboven valt de opslag onder de Wet Milieubeheer)
altijd rekening moet worden gehouden met de veiligheid van mens en milieu. Mocht
een controlerende ambtenaar een situatie aantreffen die niet zeer flagrant in
tegenspraak is met deze algemene zorgplicht, dan kan ook niet zomaar een boete
worden uitgedeeld. Vaker zal een waarschuwing worden gegeven. Mocht het wel
tot een boete komen, dan is dat vanaf nu een bestuurlijke boete. Dit wil zeggen
dat het strafrecht en het Openbaar Ministerie er niet meer aan te pas hoeven
komen. Gewoon betalen en als men daartegen bezwaar wil maken, dan kan de
bestuursrechter worden ingeschakeld. De boete kan flink oplopen. Het begint met
300 tot 2.500 euro per overtreding en loopt via verhogingen en dwangsommen in
geval van herhaaldelijk en hardnekkig overtreden van de wet door tot maximaal
450 duizend euro per rechtspersoon.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.