Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

CAO’s slikken met het mes op de keel

Vakbonden staan in de Nederlandse tuinbouw niet erg hoog in aanzien. Voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten herkent dat en betreurt het dat dit leidt tot CAO’s die geen schoonheidsprijs verdienen. “We moeten een keer uit die schuttersputjes komen.”door Ton van der Scheer

Er zijn sectoren en branches in Nederland waar enige
animositeit heerst tussen ondernemers en vakbonden. De tuinbouw is er daar zeker
een van. Veel werkgevers hebben op voorhand een enorm wantrouwen tegen alles wat
van vakbonden komt. “Dat kán niet goed zijn, want vakbonden voeren actie. Dat
zijn onruststokers. Die willen de maatschappij zoals wij die kennen omver
werpen.”Henk van der Kolk, voorzitter van de vakbond FNV
Bond- genoten, kent die beelden maar al te goed. Hij is zelf
boerenzoon. “Mijn ouders hadden een ge-mengd bedrijf in Overijssel. Die dachten
er precies hetzelfde over: dat vakbondsvolk, dat deugt niet. Toen ik zelf na
mijn studie economie koos voor een baan bij de CNV, kon dat nog nét. Maar toen
ik een jaar of wat later de overstap maakte naar ‘die rooien’ van de
Voedingsbond FNV…”

Militante geschiedenisOok al kent hij de controverse
van heel dichtbij, echt goed plaatsen kan hij het nog steeds niet. “Het is
kennelijk iets dat via de genen van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Terwijl de militante geschiedenis van vakbonden toch echt iets is van voor de
oorlog. Aan beide kanten overheersen oude beelden. Het wordt tijd dat die eens
plaatsmaken voor nieuwe.” De verre van warme verhouding er namelijk anno
2007 nog steeds. De manier waarop de laatste tuinbouw-CAO’s tot stand zijn
gekomen, is daar weer een voorbeeld van. De vollegrondsgroente- en fruittelers
en vooral hun medewerkers hebben het meer dan een jaar zonder geldige CAO moeten
doen. Ook in de glastuinbouw verliepen de onderhandelingen moeizaam als vanouds.
Voor beide deelsectoren is er nu een akkoord en de leden hebben het
goedgekeurd. “Maar met het mes op de keel”, stelt Van der Kolk onomwonden. “Het
is dit akkoord of helemaal geen CAO. En dat kunnen we de medewerkers met een zo
zwakke positie als in de tuinbouw niet aandoen. Die kun je niet allemaal
afzonderlijk voor hun eigen rechten en arbeidsvoorwaarden laten knokken. Het
zijn vaak laag opgeleide, laag betaalde mensen. Er zijn veel allochtonen bij en
nu ook veel Midden- en Oost-Europeanen. Die hebben het veel moeilijker om aan
informatie te komen over wat hun wettelijke rechten zijn.”

Laag gezonkenIn de praktijk houden tuinders bij hoog
en bij laag vol dat werken in de tuinbouw plezierig is en helemaal niet slecht
wordt betaald. “De 17 bonden die onder FNV Bondgenoten hangen, sluiten elke twee
jaar zo’n 800 CAO’s af. We hebben dus genoeg vergelijkingsmateriaal. De
werknemers in de agrarische sector worden slechter beloond dan in andere
sectoren. Ik bedoel, als je loon slechter is dan in de CAO voor uitzendkrachten,
ben je als sector toch laag gezonken. De werknemers moeten bovendien werken
onder slechtere arbeidsomstandigheden en met slechtere arbeidscontracten.
Werkgevers die wijzen op het lage ziekteverzuim weten zelf ook wel dat verzuim
niet de enige graadmeter is voor hoe goed of slecht het werken is in een
branche.” “De fysieke belasting is en blijft een probleem op
tuinbouwbedrijven. En dat wordt niet beter op moderne grote bedrijven, waar het
werk vaak gespecialiseerder is en dus monotoner. Klimaat op de werkplek, moeten
werken in kou of in hitte of in vochtige omstandigheden, dat blijft ook een
probleem, zowel in de kas als in de openlucht. Allergieën vormen ook een
groeiend probleem. Eén op drie mensen heeft last van een allergie bij het werken
in de paprika’s. Werknemers én tuinders hebben daar onder te lijden. We roepen
dan niet alleen maar dat dat onacceptabel is, maar we willen er actie op
ondernemen, zodat de problemen aan het licht komen en we er met z’n allen wat
aan kunnen doen. Zo moeten de tuinders ook kijken naar de actie ‘Jeuk Van Je
Werk’. Die is er niet om te roepen dat het weer klote is en om werknemers in het
ge-weer te brengen, maar om duidelijk te maken dat er maatregelen zijn te nemen,
zodat met die allergie toch nog goed op een bedrijf is te werken.”

Goed toevenVan der Kolk weet ook dat tuinders zich al
langere tijd zorgen maken over de beschikbaarheid van personeel. “Ze zijn te
duur, roepen ze. En ze willen niet. En we móéten ze wel uit Polen of uit
Bulgarije of uit de Oekraïne halen. Dat er geen goed gekwalificeerd personeel in
Nederland is te vinden, zou vooral een imagoprobleem zijn. Maar een branche die
vast personeel laat afvloeien (tussen 2000 en 2005 is het aantal vaste krachten
met 10 procent afgenomen) en tijdelijke krachten en uitzendkrachten er voor in
de plaats aanneemt (in dezelfde periode is dat aantal krachten met 80
procent gegroeid), zo’n branche moet het niet raar vinden dat ze niet de naam
krijgt een plek te zijn waar het voor een werknemer goed toeven is.Ik
begrijp wel dat een tuinder op de eerste plaats voor zijn eigen bedrijf wil
zorgen. Denken aan sectorimago of aan arbeidsvoorwaarden die een werknemer goed
uitkomen, omdat die zorg en arbeid moet combineren, komt op de tweede plaats.
Dat kan individueel zo zijn. Maar houden we allemaal die instelling, dan blijft
de tuinbouw zo laag staan op de lijstjes met werkgevers van afgestudeerde
HBO’ers en MBO’ers.”

Deltaplan Willen werkgevers en werknemers in de
tuinbouw elkaar dan toch een keer vinden over het werkelijk goed aanpakken van
de arbeidsproblematiek, dan staat Van der Kolk daar helemaal open voor. “Laten
we elkaar ook eens een keer buiten de CAO-onderhandelingstafel om spreken. Dat
zou kunnen via het PT, waar bonden en werkgevers al aan één tafel zitten. Maar
dan niet bij de voordeur van het PT beginnen en stoppen bij de achterdeur. Niet
alleen maar papier verplaatsen. Het stokje moet worden overgedragen het veld
in.”Overigens ziet Van der Kolk het PT zeker niet als het gedroomde
platform. “We doen daar mee, ja, maar we zouden er meer aan bod willen komen.
Het is daar nu nog te veel alleen elkaar maar bezighouden. Het is ook niet zo
dat wij door de leden worden afgerekend op wat we in het PT doen, maar wel op
wat we concreet voor ze betekenen voor de arbeidsvoorwaarden en
arbeidsverhoudingen op de bedrijven.”Juist over die arbeidsverhoudingen in
de sector zou Van der Kolk graag platformachtige bijeenkomsten willen beleggen.
Niet alleen met belangenbehartigers en be-stuurders, maar met ondernemers. “Off
the record mensen bij elkaar halen, onder leiding van iemand van buiten die de
partijen kan brengen tot een Deltaplan ter verbetering van de
arbeidsverhoudingen in de sector. Daar begint het voor ons. Zonder
daadwerkelijke verbeteringen gaan wij ook niet Gekke Henkie spelen op het PT en
meeroepen dat het zo fijn werken is in de tuinbouw.”

Kader

‘LNV iswerkgeversministerie’
Sinds 22 februari is een gewezen vakkbondsbestuurder minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit. Van het vakbondsverleden van Gerda Verburg (bij het
CNV) merkt FNV’er Henk van der Kolk tot zijn spijt echter nog niet zo veel. “LNV
zou op het gebied van arbeidsverhoudingen in de agrarische sector meer het
voortouw mogen nemen, maar ik bespeur ook onder Verburg nog maar weinig beweging
die kant op. Er gaat hoogstens nu en dan een inspectiedienst van het ministerie
van Scociale Zaken en Werkgelegen-heid op af. Maar LNV blijft zich gedragen als
een ministerie dat er alleen maar voor de ondernemers is en niet voor de
werknemers.”

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.