Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Drie exoten voor Oosterse keuken

Komatsuna, tatsoi en misome zijn de exotische namen van drie Aziatische bladgewassen. De groenten passen perfect in de groeiende interesse die de consument aan de dag legt voor de Oosterse keuken. Door Kees van WijkPPO, Lelystad

Er zijn veel soorten Aziatische bladgewassen, die in
vorm en kleur verschillen. Ze behoren tot de kruisbloemigen en zijn verwant aan
kool, maar niet allemaal geschikt om in het Noordwest-Europese klimaat te telen,
Komatsuna, tatsoi en misome zijn hiervoor wel geschikt. Er zijn diverse rassen
beschikbaar voor de vroege teelt alsmede de zomer- en herfstteelt. De teelt
vertoont sterke overeenkomst met die van paksoi. De drie bladgewassen zijn
op diverse manieren in gerechten te gebruiken: als raapstelen (bij dik zaaien),
als babyleaf in gemengde salades en volgroeid als saladegroente, wokgroente of
stoofgroente. Tussen Aziatische bladgewassen in het algemeen zitten grote
verschillen in de smaak. Van neutraal tot koolachtig, maar ook scherp en
mosterdachtig. Voor de gemiddelde consument moet de smaak niet te scherp zijn.
Komatsuna, tatsoi en misome hebben een vrij neutrale smaak.

Alleen proefteeltErvaringen met de teelt van
komatsuna, tatsoi en misome in Nederland beperken zich tot proefteelten in de
zomer en de herfst. De snel groeiende groentegewassen stellen hoge eisen aan de
grondsoort en grondbewerking. De grond moet goed doorwortelbaar zijn, liefst
humeuze zand- of zavelgrond met een goede vochtvoorziening en knolvoetvrij,
aangezien de gewassen gevoelig zijn voor knolvoet.De drie typen werden
voor de proef opgekweekt in 4-centimeterperspot bij een temperatuur van 20
graden Celsius tot aan de opkomst. Daarna was de temperatuur minimaal 10 graden
en liep deze overdag hoog op. De bladgewassen hadden zo de neiging wat lang te
worden. Voor de vroege teelt onder vliesdoek is onvoldoende bekend over de
gevoeligheid voor schot. Die informatie moet van de zaadleverancier of uit een
rassentoets komen voordat een voorjaarsteelt wordt gestart. Voor de vroege teelt
moet de opkweektemperatuur constant 20 graden zijn en moeten de planten zonder
af te harden direct op het veld komen. Uitplanten bij bewolkt, windstil weer
levert minder kans op bladverbranding op. Na het planten moet direct vliesdoek
worden gelegd.Voor een zomer- en herfstteelt is ter plaatse zaaien mogelijk,
maar doordat het gewas dan langer staat is sprake van meer onkruiddruk en meer
kans op ziekten en plagen. De vroege teelt moet zeker in perspotten plaatsvinden
in verband met de warme opkweek. Specifiek onderzoek naar de teeltduur is niet
bekend. Uit Belgisch onderzoek blijkt dat die globaal hetzelfde is als van
paksoi (tabel).

Bemesting afgeleid Over de bemesting van de drie
bladgewassen is weinig bekend en daarom is deze afgeleid van paksoi en Chinese
kool. Naar rato van productie volstaat een stikstofgift van 100 kilo per
hectare. Door de korte groeiduur is het trio fosfaatbehoeftig. Voor een optimale
groei is een PW van 40 op klei- en zandgrond een bemesting nodig met 90
respectievelijk 95 kilo fosfaat per hectare. Bij een kalitoestand ‘ruim
voldoende’ is op zand- en dalgrond respectievelijk 140 à 160 kilo kalium en op
kleigrond 110 à 140 kilo per hectare vereist. Voor een optimale productie
kan een plantverband worden aangehouden van 25 bij 25 of zelfs 20 bij 25
centimeter (16 of 20 planten per vierkante meter). In verband met de mechanische
onkruidbestrijding kan de rijafstand ook 30 centimeter bedragen en de
afstand in de rij 15 centimeter. Zowel komatsuna als tatsoi en misome
voldoen aan de eis dat ze zich onderscheiden van paksoi. Daarnaast is een breed
oogsttraject gewenst. Komatsuna is lang oogstbaar, omdat uit het hart steeds
jong blad groeit. Het oude blad wordt bij de oogst verwijderd. Dat is in mindere
mate ook bij misome en tatsoi het geval. In de proefteelt leken de drie
bladgewassen sterk tegen ziekten.

Ziekten en plagen De meest voorkomende ziekten en
plagen zijn bladluis, koolrups, koolvlieg, Alternaria, Mycosphaerella,
Rhizoctonia en Botrytis. Aardvlooien kunnen bij koel, schraal weer jonge planten
aantasten, maar het gewas groeit er later meestal doorheen. In de proefteelt
werd aan de buitenste bladeren slakkenvraat gevonden. Dit werd weggeschoond bij
de oogst. Door onder vliesdoek (voorjaar) of insectengaas (zomer/herfst) te
telen, is aantasting door bladluis, koolrups, koolvlieg en koolgalmug te
voorkomen.Tegen bladluis is Spruzit inzetbaar en tegen rups Bacillus
thuringiensis. Dit bacteriepreparaat werkt optimaal bij 15 graden Celsius tegen
kleine rupsen. Smet (Botrytis) is te beperken met een ruimer plantverband.
Bladvlekkenziekten (Alternaria en Mycosphaerella) bleven in de proefteelt
beperkt tot het oudere blad dat bij de oogst werd weggeschoond. Onkruid
bestrijden dient mechanisch te gebeuren bij een hierop aangepast plantverband.
Telen onder afdekmateriaal bevordert de onkruidgroei en vereist extra arbeid bij
het wieden of schoffelen (afhalen/terugleggen bedekking). Laat het gewas zo kort
mogelijk onbedekt om de koolvlieg eruit te houden.

Eenmalige oogstHet stuksgewicht van komatsuna, tatsoi
en misome is aanzienlijk lager dan van paksoi. Komt paksoi op 400 gram, dan
halen tatsoi en komatsuna 250 en misome 200 gram. De gewassen zijn gemiddeld
voldoende uniform voor een eenmalige oogst. In de proefteelt kon het oogstbare
gewas ruim vier weken op het veld blijven. Door de open rozetstructuur groeide
het gewas van binnenuit door. Het vergelende buitenblad gaat er bij de oogst
vanaf. Met de hand op het veld oogsten is de eerste optie, waarbij oogstbanden
dat werk kunnen verlichten. Door het open gewas moet het product worden
gewassen tegen opgespatte grond. Bij lichte vervuiling kan dat op het veld
gebeuren. Sommige typen met sterk gebobbeld blad, zoals misome, zijn moeilijker
van opgespatte (klei)grond te ontdoen. Wassen in de schuur met betere apparatuur
is dan noodzakelijk.De gewassen worden snel slap. Snel koelen na de oogst en
een permanente koeling in de afzetketen bevordert de houdbaarheid. Koel tussen
plus 0 en 2 graden Celsius en een hoge relatieve luchtvochtigheid: meer dan 90
procent. Verpakken kan ‘slap gaan’ verminderen, waarbij de keus van fust en
verpakking in samenspraak met de afnemen worden bepaald. Belangrijk is dat het
inpakken niet tot gebroken bladstelen leidt.

Kader
minder geteelde groenten
In de zomermaanden brengt Groenten&Fruit een serie van zeven artikelen
over minder geteelde groenten in Nederland. Gewassen die de consument wellicht
op vakantie leert waarderen en waarvan de teelt in Nederland goed mogelijk is.
Maar, waarschuwt onderzoeker Kees van Wijk van PPO, begin niet aan dergelijke
gewassen zonder duidelijke afspraken met afnemers te hebben
gemaakt.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.