Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Zeekraal een gezonde (onge)zoute(n) delicatesse

Waar andere planten het loodje leggen door de hoge zoutconcentratie, tiert zeekraal welig. Sterker nog, de plant heeft zout water nodig om te overleven, en dat is te proeven ook. Jan Poleij in Kruiningen is de eerste die het in Nederland gecultiveerd teelt. Maar de handel in deze delicatesse is toch zijn belangrijkste bedrijfstak. Door Stan Verstegen

Het Zeeuwe Kruiningen kwam in het verleden vooral in
het nieuws als de veerboot van Kruiningen naar Perkpolder niet voer of een lange
wachttijd had. Sinds 14 maart 2003 zijn de diensten van deze veerboot echter
vervallen. Voor de meer gefortuneerden is in Kruiningen het luxe Manoir en
Restaurant Inter Scaldes wellicht bekend. Het restaurant draagt twee
Michelin-sterren en is voorzien van een heus helikopterplatform, zodat de
eigenaar van zo’n speeltje in zo kort mogelijke tijd het Zeeuwse
hotel/restaurant kan bereiken. Een overnachting in een tweepersoonskamer kost
175 euro, maar dan héb je ook wat. Op de kaart van het restaurant onder andere
zeekraal en lamsoren (zeeaster). En dat zijn de producten die Jan Poleij in
februari van dit jaar voor het eerst in Zeeuwse bodem zaaide. Zo kwam Kruiningen
weer in het nieuws…

Tot nu uit het wildPoleij handelt al 20 jaar in
‘zeegroen uit het wild’. Om ervaring op te doen met een gecultiveerde teelt én
om een buffer te hebben in geval van calamiteiten, groef hij in de zware Zeeuwse
klei vier bassins, zonder folie. Drie bassins zijn voor de teelt van
hoofdzakelijk zeekraal en nog een hoekje lamsoren, totaal 1 hectare. In het
vierde bassin wordt het zoute water opgevangen dat Poleij oppompt en via een
buizenstelsel in de bassins kan laten lopen. Dat doet hij twee tot drie keer per
week, om de omstandigheden met eb en vloed, waarin beide gewassen van nature
groeien, na te bootsen. Het opgevangen water wordt hergebruikt.

Handel in zeegroenPoleij levert jaarrond zeekraal.
Vanaf half maart tot begin september komt dat uit Frankrijk en Zeeland, in de
overige maanden uit Mexico, nabij ’Baja California’. In Frankrijk gaat hij het
zelf halen. “Twee keer per week rijden we naar deze streek boven Normandië, van
hieruit zo’n 350 kilometer enkele reis. In een gekoelde bestelwagen halen we zo
1.500 kilo zeekraal per week. Om 16.00 uur zijn we weer terug en daags erna ligt
het in de winkel. Bij de douane hebben we alleen de rekening nodig als bewijs
dat het gekocht is. Maar als de hoeveelheid in Frankrijk tekortschiet, of er
valt een hagelbui, dan vallen we terug op Zeeland en nu dus ook op onze eigen
productie.” Het product uit Mexico betrekt hij via vis- en mosselhandel
Adri&Zoon in Yerseke. “Die zorgen voor henzelf en voor mij dat het hier
komt.”

Niet in elkaars vaarwaterSnijden in het wild en
verhandelen van zeekraal doen nog twee of drie collega’s, maar Poleij is veruit
de grootste. “Van concurrentie is altijd sprake, maar ieder heeft zijn eigen
afzetkanalen. We zitten niet echt in elkaars vaarwater. En het werk is heel
specifiek, je zou het een ambacht kunnen noemen. Ik ben er van kinds af aan in
opgegroeid en heb het vak geleerd van ervaren snijders. Toen ging het primitief:
snijden in een grote zak, thuis uitkappen in kisten en weg ermee. Vooral het
verpakken is veel professioneler geworden met netzakjes en doorzichtige bakjes.
Het oogsten doen we eigenlijk nog als vroeger.” Er is een Nederlands en
Frans mes, waarmee zeekraal wordt gesneden. Dat zijn een soort handzeisen. Het
Nederlandse mes mag in Frankrijk niet worden gebruikt, omdat het meer
beschadiging zou geven. “Je snijdt met dat mes lager, waardoor je meer wortels
zou lostrekken en de planten minder zouden uitlopen. Volgens mij hoeft dat niet,
maar het kan wel.” Lamsoren snijdt hij met een puntmes. Vanaf half maart kan hij
het als ‘eerste verse vollegrondsproduct’ leveren.

Op de knieën met lieslaarzen Het snijden in het wild
kan pas starten bij eb, als het zeewater zich heeft teruggetrokken. Dat gebeurt
voorzien van lieslaarzen en op de knieën. “De zeekraal gaat in emmers en
vervolgens in groene netzakken van zo’n 25 kilo. In de loods wordt het gewassen
en omgepakt in kilozakjes, doorzichtige bakjes van 200 gram en voor de
Amsterdamse handel ook in klein poolfust. De handel betaalt voor zeekraal 7,50
euro per kilo, voor lamsoren 6 euro. In de winkel ligt het voor rond een
euro per 100 gram.” Over de kostprijs van zijn eigen teelt kan Poleij nog
weinig zeggen. “Het is puur bedoeld als aanvulling. Je moet het wel regelmatig
snijden om een jonge, vitale plant te houden. Het zaad heb ik zelf in de natuur
verzameld en op gevoel uitgezaaid. Zeekraal wordt jaarlijks in februari gezaaid
om vanaf half mei tot eind augustus te snijden. Het meeste werk zit in het
snijden en verpakken. Als het gewas goed staat, kan één persoon in een uur 80
kilo snijden. Maar als het slecht staat, blijf je op 30 kilo steken.” Ook de te
behalen producties zijn niet duidelijk, omdat hij alleen bij tekorten snijdt.
De oogst van lamsoren loopt van half maart tot half september. Het is een
vaste plant, die jaarlijks opnieuw uitloopt.

Natuur zijn gang laten gaanGewasbescherming of
bemesting zijn onbekende woorden bij zeegroen. “In lamsoren zitten soms
bladboorders. Maar je mag daar niets tegen spuiten. In het voorjaar vormen
ganzen een groot probleem, maar afschieten mag niet. In zeekraal zit wel eens
vraatschade van een vis, de ‘zeeherder’, maar dat is niet echt een probleem. En
krabben kom je bij het snijden natuurlijk regelmatig tegen. De voedingsstoffen
halen de planten uit het zeewater. En het zeewater bewerkt tevens de grond.
Kortom, ik laat gewoon de natuur zijn gang gaan.” Dat geldt ook voor het
onkruid. “Met name gras wil er nog wel eens tussen groeien. Dat halen we er
tijdens het snijden en wassen tussenuit.”Dat iemand de teelt kunstmatig in
bakken gaat opzetten, daarvoor is Poleij niet bang. “Dat zal niet meevallen, je
moet de natuur compleet nabootsen. Je moet kennis hebben van de plant en hoe die
groeit. Ik ben daar mee opgegroeid en heb veel ervaring opgedaan. Hier begin je
niet zomaar aan, en het staat nergens in een boekje. Maar het grootste probleem
is misschien nog wel de afzet. Het is een delicatesse waar een kleine markt voor
is. Vooral in Zeeland is het bekend, dus Nederland vormt potentieel een grote
markt, maar een groot product zal het echt nooit worden.“In zijn
productiebassins staan zeekraal en lamsoren er half september in herfsttinten
bij. Het eerste seizoen ‘zeegroen telen in Zeeland’ is ten
einde.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.