Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

'Teler moet WUR bestoken met vragen'

Food Valley is een soort platform van onderzoeksinstellingen, bedrijfsleven en overheid, dat de uitwisseling van kennis tussen deze drie partijen wil bevorderen ofwel de voedingsmiddelenindustrie wil verbinden met kennisinstellingen. Aalt Dijkhuizen (49) is voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen Universiteit & Researchcentrum (WUR) en als zodanig nauw betrokken bij Food Valley. 'Het is een soort smeltkroes voor nieuwe initiatieven. Food Valley is de ideale manier om te laten zien dat de tuinbouwsector bezig is met vernieuwing.' Profijt voor tuinbouw De tuinbouwsector heeft profijt van Food Valley, vindt Dijkhuizen. Hij noemt enkele voorbeelden. Zoals het instituut Agro Technology & Food Innovations (onderdeel van WUR), dat speciale verpakkingen heeft ontwikkeld waardoor tomaten langer houdbaar blijven. 'Hierdoor is het mogelijk geworden ze per boot naar de Verenigde Staten te exporteren.'Bij biotechbedrijf Keygene - een van de tuinbouwbedrijven die zijn aangesloten bij het platform - kunnen zaadbedrijven terecht voor vragen op het gebied van veredelingsvraagstukken. 'Doordat het bedrijf bij Food Valley is aangesloten, is het makkelijker geworden kennis uit te wisselen.' Zes aangesloten biologische fruittelers werken samen in BioFruit, een bedrijf dat via de groothandel appels tot partjes verwerkt. Biofruit zocht contact met het platform om kennis op te doen op het gebied van biologische verpakkingen. Food Valley bracht het bedrijf in contact met SneL Ondersteuning in Verpakkingsontwikkeling, een bedrijf dat biologisch afbreekbare verpakkingen ontwerpt. Food Valley doet er alles aan om meer bedrijven naar de regio Wageningen te halen. Het Bedrijfslaboratorium voor grond- en gewasonderzoek (Blgg) in Oosterbeek gaf daar gehoor aan, en heeft sinds oktober een vestiging in Wageningen. InnovatieHet Wageningse instituut Plant Research International (PRI) valt onder Food Valley. PRI ontwikkelde het aardbeienras Corona, dat kan worden geteeld met minder inzet van gewasbeschermingsmiddel. Het ras wordt geteeld in Duitsland en Scandinavie, maar Dijkhuizen voorspelt dat het over een paar jaar ook in Nederland zal worden gebruikt. Het Glaskasteel in Bleiswijk, een project van meervoudig ruimtegebruik in combinatie met een gesloten kas, is een initiatief dat uit partijen binnen Food Valley is voortgekomen. Ook het platform Knowhouse, dat Limburgse glastuinbouwbedrijven met kennisinstellingen verbindt, is aangesloten bij Food Valley. Dijkhuizen nodigt telers uit om samen met hem om tafel te gaan zitten, zodat nieuwe initiatieven op het gebied van innovatie kunnen worden ontplooid. 'Want Food Valley moeten we met elkaar maken.''Geen gesloten bolwerk' Telers signaleren een afstand tussen de dagelijkse praktijk en WUR. Volgens Dijkhuizen is er echter geen belemmering om kennis uit te wisselen. 'De PPO's, die verspreid over heel Nederland zitten, zijn voor telers de toegangspoort naar kennis. Die PPO's kennen onze organisatie door en door en kunnen gericht op vragen ingaan.' Hij vindt de WUR niet 'dat gesloten bolwerk van vroeger.' 'Dat willen we ook niet meer zijn. De WUR moet juist naar buiten treden.' Hij ziet Food Valley als een ideaal middel om de afstand tussen WUR en de tuinbouwsector te verkleinen. 'Het is in ons algemeen belang om de tuinbouw goed te verkopen, want die tuinbouw is de belangrijkste sector van Nederland. Ik wil onder de aandacht brengen dat wij constant bezig zijn met vernieuwing.' Mede daarom vindt hij het jammer dat de positieve kanten van de tuinbouw onderbelicht blijven in Nederland. 'De tuinbouw is de snelst groeiende sector van Nederland. Twintig procent van de export komt voort uit de tuinbouw. Dat zou veel meer voor het voetlicht moeten worden gebracht.' De WUR lijkt een log instituut, zeker nu daar de laatste jaren ook nog de PPO's en allerlei instituten aan zijn toegevoegd. Dijkhuizen vindt dit echter een vooroordeel dat hij met kracht bestrijdt. Die samenwerking levert juist synergie op. 'Doordat we met meer partijen opereren, kunnen we de krachten bundelen om gezamenlijk in een markt te opereren. Dat maakt ons sterker. Iedereen moet sterk in zijn eigen markt opereren. Ons gezamenlijke product is onderzoek. Alle organisaties binnen de WUR moeten er voor zorgen dat ze goede kwaliteit leveren. Dat houdt ons zeker scherp.' BikkelenDijkhuizen benadrukt dat Food Valley sterk inzet op het stimuleren van ondernemerschap. Hij vindt dat ondernemers de boot missen wanneer ze niet meegaan in de innovaties die voortdurend worden doorgevoerd. 'De ontwikkelingen gaan tegenwoordig zo snel, dat telers wel mee moeten innoveren. Over tien jaar maken ze die sprong niet meer.' Zelf ziet hij, zoon van een melkveehouder, het ondernemerschap als 'constant bikkelen en uitproberen'. Wereldwijd wordt hard gewerkt aan genetische modificatie, terwijl in Nederland proefveldjes met genetisch gemodificeerde gewassen worden vernield, zoals onlangs nog appelboompjes. Het lijkt er op dat de WUR op dat terrein een positie in de wereld heeft te verliezen. Dijkhuizen beaamt dit. 'Op onderzoeksniveau zijn we actief bezig met genetisch gemodificeerde gewassen, maar in de praktijk missen we kansen. Blijft Nederland zo'n afwachtende houding aannemen, dan gaat de land- en tuinbouw achterlopen. In landen als China en de Verenigde Staten wordt biotechnologie steeds meer toegepast. In Nederland blijft men praten over de nadelen, waardoor men de voordelen uit het oog verliest.' WUR populair bij middelbare scholierenGeruchten over afnemende aantallen studenten voor het nieuwe cursusjaar 2005/06 van de WUR wijst Dijkhuizen naar het rijk der fabelen. 'Het aantal scholieren dat zich aanmeldt neemt de laatste jaren juist weer toe. De voedingsmiddelenindustrie spreekt jongeren steeds meer aan. Het imago is duidelijk verbeterd,' aldus de enthousiaste voorzitter van de Raad van Bestuur. Begin mei hadden 322 vwo-studenten zich al aangemeld voor de bachelorfase, terwijl de meese studenten zich pas begin augustus opgeven omdat het niet verplicht is om je van tevoren aan te melden. De studie biologische plantwetenschappen is het minst populair, want hiervoor hebben zich tot nu toe maar twee personen aangemeld. Dijkhuizen verwacht dat er, naast de 322 studenten van dit moment, nog ongeveer 900 studenten bijkomen, waarvan 300 tot 400 uit het buitenland. 'Veel buitenlandse studenten stromen pas in oktober in, dus dat aantal komt er zeker nog bij.'

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.