Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Hobbyimker moet prof worden

Vooral bij zachtfruit en aardbeien is een goede bestuiving belangrijk voor de vruchtkwaliteit. Niet alleen stijgt het areaal aan deze gewassen, ook staan ze steeds vaker onder kappen en glas. Daar zijn meer bijenvolken nodig dan buiten. De handleiding 'bestuiving land- en tuinbouwgewassen door honingbijen' schrijft voor kleinfruit onder glas of tunnel een volk per 10 are voor. Buiten varieert dat van 2 tot 5 are.Bestuivingscommissie opgerichtOm de dalende lijn in hoeveelheid bijenvolken om te buigen, heeft een aantal organisaties een bestuivingcommissie opgericht. Deze commissie moet de bijenhouderij een professionele impuls geven. De benodigde kennis voor professionalisering kunnen ervaren imkers opdoen in een verdiepingscursus. Wie slaagt, krijgt de licentie bestuivingsimker.Fruitmasters ondersteunt regionale bonden van bijenhouders om goede kwaliteit fruit te kunnen waarborgen. 'Een fruitgewas heeft voor bestuiving nu eenmaal bijen nodig', stelt Willem van Eldik nadrukkelijk. Hij is fieldman van de veiling en voorzitter van de bestuivingscommissie. De imker met licentie moet een zo goed mogelijke bestuiving waarborgen. Zo moet de imker net zoveel volken achter de hand hebben als hij voor bestuiving heeft uitstaan. Bij problemen kan hij dan binnen een etmaal een volk omwisselen. Kortweg moet hij zijn volken optimaal verzorgen en constructief met de teler overleggen over de gewassen.Ook bijen communiceren'Bijen leven al sinds de ijstijd in Nederland. Ze hebben zich helemaal aangepast om inheemse soorten te bestuiven. Ze communiceren onderling waar en met hoeveel ze het meest efficient nectar kunnen halen', aldus commissielid Gerard Hollander. 'Imkers en telers moeten zich bij fruitgewassen daarom afvragen onder welke omstandigheden de boom of plant het beste functioneert. Vaak staat een gewas te droog, waardoor de bloemen geen nectar produceren en bijen er niet op vliegen. Een slechte bestuiving wordt dan aan lage temperaturen geweten, maar het gewas heeft gewoon niets te bieden.'Het oude onderzoek naar de bestuiving van gewassen door bijen is een goede basis voor bijvoorbeeld het benodigde aantal volken. Twee sterke volken per hectare voldoen voor hardfruit, aardbeien en blauwe bessen in de vollegrond, en morellen. Het overige steenfruit heeft vijf volken nodig. In de vollegrond is dat voor braam en framboos twee tot drie, bij het overige houtige kleinfruit drie tot vier.Uit nieuwe gegevens blijkt echter dat inzetten van meer volken zinvol kan zijn. Van blauwe bes is bekend dat vijf volken per hectare meer kilo's geven. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat bij acht volken per hectare de productie zelfs nog meer toeneemt.Volken verspreidenHollander vindt dat bijenvolken verspreid over het bedrijf moeten staan. 'Bij optimale omstandigheden maakt het weinig uit. Bijen kunnen enkele kilometers vliegen en als het rendabel is, halen ze de nectar ook ver weg. Maar als het koud is, blijven ze dicht bij de kast. Anders kost het ophalen van de nectar meer energie dan het oplevert.'Veel fruittelers denken dat bijen pas vliegen bij 12 tot 15 graden Celcius. Dat is een misverstand door het omdraaien van oorzaak en gevolg. Bloemen van fruitgewassen worden dan namelijk pas aantrekkelijk om te bevliegen, maar bij koolzaad is dat al bij 10 graden. In kassen vliegen ze, om onbekende redenen, pas bij 16 graden.Hommels aanvullingVan hommels is bekend dat ze eerder uitvliegen dan bijen. Dat doen ze ook, maar het verschil is kleiner dan vaak wordt gedacht. Honingbijen vliegen vanaf 7 graden Celsius, hommels starten enkele graden lager. Toch plaatsen vooral telers van houtig kleinfruit ook hommels voor bestuiving bij lagere temperaturen. Bij grootfruit zijn beperkte ervaringen, maar leverancier Koppert is vorig jaar begonnen met onderzoek naar de rol van hommels in appels, peren en kersen.Roger Boer van Koppert positioneert zijn hommelvolken nadrukkelijk als aanvulling op honingbijen. 'Hommels kunnen honingbijen niet vervangen. Ze vliegen inderdaad bij lagere temperaturen, maar een hommelvolk omvat een paar honderd hommels. Dat is veel minder dan de twintigduizend bijen van een sterk volk honingbijen.'Dankzij hun grote aantal kunnen bijen 'pieken' als de omstandigheden even gunstig zijn. Als op een koude, bewolkte dag de zon even doorkomt, kunnen bijen massaal uitvliegen en zo in korte tijd veel bloemen bestuiven. Bij samengestelde vruchten als framboos, braam en aardbei is een groot aantal insecten noodzakelijk voor de kwaliteit. Elke vrucht is immers opgebouwd uit talloze bloempjes, die voor een mooie vruchtvorm allemaal moeten worden bestoven.Hogere huurprijzenWat ook verschilt, is de prijs tussen hommels en bijen. Een kast met drie hommelkolonies kost bij Koppert 150 euro. De meeste hobbyimkers vragen slechts enkele tientallen euro's per volk. 'Niet kostendekkend', stelt Hollander. Dat blijkt ook uit een berekening van de Stichting Stimulering Beroepsmatige Imkerij. Die komen op een kostprijs van 350 euro per jaar!Het professionaliseren van de imkerij zal het prijsverschil tussen hommels en bijen ongetwijfeld verkleinen. Maar naarmate een teelt intensiever is en de financiele belangen groter, zal de bereidheid toenemen hogere huurprijzen te betalen. Zeker als kwaliteit is gewaarborgd. Uiteindelijk moet het aantal beschikbare volken weer toenemen. 'Anders hebben we over 5 tot t10 jaar een enorm probleem', waarschuwt Van Eldik. 'Reelere huurprijzen moeten daaraan bijdragen, maar ook een hernieuwde waardering voor deze kleine sector door onder andere Productschap Tuinbouw en overheid. Langzaam ziet iedereen in dat bijenhouderij essentieel is voor de tuinbouw.'KaderBestuiving met garantieDe licentiecursus bestuivingsimker van de commissie bestuiving stelt hoge eisen aan de cursisten. Deelnemers moeten minimaal vijf jaar actief bijen houden. Daarnaast moeten ze het diploma beginnend en gevorderd imker hebben. Cursisten die niet aan deze eisen voldoen, mogen de cursus volgen maar krijgen geen licentie bestuivingsimker.De cursus toont veel overeenkomsten met de spuitlicentie's. Het bewijs van vakmanschap is vijf jaar geldig en binnen deze periode moet de imker vier herhalingsmodules volgen om zijn kennis op peil te houden. Die kennis heeft niet alleen betrekking op het houden van bijen, maar ook op de gewassen waarin de bijenvolken staan. Met deze kennis moet de imker een maximaal bestuivingsresultaat kunnen halen.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.