Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Over een jaar heel ander mestbeleid

De land- en tuinbouw krijgt wat betreft de bemesting van gewassen vanaf 1 januari 2006 te maken met drie typen gebruiksnormen:- Een gebruiksnorm voor de maximaal toegestane hoeveelheid dierlijke mest per hectare: 170 kilo N per hectare voor de jaren 2006 tot en met 2008 en 85 kilo P2O5 per hectare.- Een gebruiksnorm voor de maximale hoeveelheid werkzame stikstof per hectare, afhankelijk van gewas en grondsoort. Deze norm is nog niet bekend, maar wel bekend is dat een korting op de toegestane hoeveelheid mest wordt toegepast als het gewas of de grondsoort als milieukritisch wordt aangemerkt. De werkingscoefficienten voor dunne rundermest en dunne varkensmest zijn bekend, maar die voor andere organische meststoffen, zoals pluimveemesten, vaste mesten en composten nog niet.- De derde gebruiksnorm betreft de maximaal toegestane hoeveelheid fosfaat (inclusief kunstmestfosfaat) per hectare. Voor bouwland is dit 95 kilo P2O5 per hectare in 2006, 90 kilo in 2007 en 85 kilo in 2008. Gevolgen voor bemestingBij de gebruiksnormen in het nieuwe mestbeleid wordt uitgegaan van een gemiddelde bodemvruchtbaarheid op alle percelen. Voor vollegrondsgroentegewassen zijn nog geen gebruiksnormen voor stikstof bekend, maar die zullen worden afgeleid van de bestaande bemestingsadviezen. Op de hoogte van het stikstofadvies kunnen correcties worden aangebracht voor organische mesten, groenbemesters en gewasresten waaruit nog stikstof vrij kan komen tijdens de teelt. In het stikstofbijmestsysteem (NBS) wordt de stikstofgift op meer tijdstippen tijdens de teelt afgestemd op de voorraad N-min in de bodem en de stikstofbehoefte van het gewas. Bij de nieuwe gebruiksnormen worden de mogelijkheden om ruim te bemesten sterk beperkt. Bemesten kan het beste op basis van bemestingsadviezen, in combinatie met grondonderzoek. De mogelijkheden om vanaf 2006 vollegrondsgroentegewassen optimaal van voedingselementen te voorzien hangen af van de hoogte van de gebruiksnormen en de kortingen die voor zand- en lossgrond en voor bepaalde groentegewassen worden doorgevoerd. Om hier als teler optimaal op in te kunnen spelen neemt de noodzaak toe op het scherpst van de snede te bemesten met de beschikbare bemestingsadviezen en uitslagen van grondonderzoek. Organische stofEen goed organische-stofgehalte in de bodem is van belang voor diverse bodemeigenschappen. In hoeverre het nieuwe mestbeleid ruimte biedt aan het handhaven van een goede bodemkwaliteit via het organische-stofgehalte zal voor een belangrijk deel worden bepaald door de nog vast te stellen werkingscoefficienten voor stikstof en fosfaat voor organische mesten en composten.In projecten als Telen met toekomst en Duurzaam Bodembeheer is veel aandacht besteed aan de manier waarop telers de organische-stoftoestand van hun percelen op orde kunnen houden. Bijvoorbeeld door bepaalde gewassen in het teeltplan te kiezen, door een goed beheer van gewasresten, door groenbemesters te telen en door organische mest en/of bodemverbeteraars toe te dienen. Instrumenten die ze daarbij kunnen gebruiken zijn de effectieve organische-stofbalans en eenvoudige computermodellen. Het voordeel van die modellen is dat ze onderscheid kunnen maken in de stabiliteit van organische materialen, dat een ontwikkeling over diverse jaren is te voorspellen en dat er een link is te leggen met de stikstofmineralisatie. Dit kan niet met de effectieve organische-stofbalans. Voorbeeld bemestingsplanHierna volgt een voorbeeld van een bemestingsplan, waarbij de organische stof in de bodem met behulp van een computermodel wordt beheerd. Uitgangspunt is een zeer eenvoudig bedrijf, bestaande uit een perceel prei op zandgrond met een organische-stofgehalte van 3 procent, in het voorjaar een voorraad N-min van 30 kilo per hectare in de bodemlaag 0-60 centimeter en een Pw-getal van 30. Andere bodemeigenschappen zijn in dit voorbeeld buiten beschouwing gelaten. Het bemestingsplan heeft twee doelen: aanvoer van werkzame stikstof en fosfaat volgens het bemestingsadvies en streven naar handhaving van het organische-stofgehalte. Het uitgangspunt is dat de gebruiksnorm voor stikstof in prei 240 kilo per hectare is, dus dat maximaal 240 kilo stikstof per hectare mag worden aangevoerd. In het uiteindelijke mestbeleid zou dit meer (of minder) kunnen worden. Volgens het bemestingsadvies is de benodigde gift 240 kilo N en 20 kilo P2O5 per hectare. Wat betreft stikstof komt dit precies overeen met de gebruiksnorm. De afbraak van organische stof in de bodem wordt dan in principe gecompenseerd door de aanvoer van organische stof via gewasresten, groenbemesters en organische mest. In het voorbeeld is er echter van uitgegaan dat de gewasresten van het perceel worden verwijderd en dat er ook geen mogelijkheden zijn voor de teelt van een groenbemester. Alle organische stof moet derhalve worden aangevoerd via organische meststoffen of bodemverbeteraars. In de tabel staan een aantal meststofplannen over een periode van 25 jaar met een maximale inzet van bodemverbeteraars. Uit de tabel blijkt dat in alle gevallen het organische stofgehalte daalt. Dat komt vooral omdat in dit voorbeeld geen organische stof wordt aangevoerd via gewasresten en groenbemesters. In de praktijk gebruiken telers in hun teeltplannen echter wel groenbemesters en laten zij gewasresten op hun percelen liggen, waardoor het organische-stofgehalte in de bodem op peil kan worden gehouden. De daling van het gehalte aan organische stof is in de tabel het sterkst bij het plan met alleen kunstmest (van 3 tot 2,2 in een periode van 25 jaar). Het beste teeltplan is dat met GFT-compost.Het hiervoor beschreven voorbeeld geeft vooral aan dat het beheer van organische stof binnen het mestbeleid met gebruiksnormen vanaf 2006 een kwestie van puzzelen is en moet niet al te letterlijk worden genomen. De keuzes die de beleidsmakers zullen maken ten aanzien van de werkingscoefficienten van organische meststoffen is van groot belang bij die puzzel.Op basis van modelberekeningen heeft het Nutrienten Management Instituut in Wageningen een draaischijf (soort parkeerschijf) voor organische stof ontwikkeld die telers in de praktijk kunnen gebruiken. Daarmee hebben telers voor de toekomst een handvat gekregen om de voorraad organische stof in de bodem te beheren.KaderOptimale bemestingDe hoogte van de gebruiksnormen voor stikstof in vollegrondsgroentegewassen die nog moet worden vastgesteld voor 2006, zal bepalend zijn voor de mogelijkheden om na 2006 nog een optimale stikstofbemesting uit te voeren. De werkingscoefficienten voor stikstof en fosfaat die in het nieuwe mestbeleid voor organische mesten worden vastgesteld, bepalen in welke mate het vanaf 2006 haalbaar is het organische stofgehalte in de bodem op peil te houden.

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.