Home

Achtergrond laatste update:23 dec 2008

Duimschroeven voor nieuw mestbeleid liggen klaar

Minas is volgens Brussel niet het juiste instrument om de hoeveelheid stikstof in het grondwater aanvaardbaar te houden. In plaats daarvan komt er nieuw mestbeleid. Dat gaat zeer doen; voor telers op kleigrond en nog meer voor telers op zand. Hoe de duimschroeven eruit zien, is al bekend en in de komende maanden wordt vastgesteld hoever ze worden aangedraaid. Telers kunnen proberen de toekomstige pijn iets te verzachten, maar dat moet wel snel gebeuren.

"Het nieuwe mestbeleid gaat in 2006 niet uit van de stikstof die verloren gaat, maar van de aanvoer. Die aanvoer - aangeduid als de N-gebruiksnorm - moet zoveel mogelijk in de pas lopen met de opname van stikstof door het gewas. Daarnaast wordt de keuzevrijheid bij de invulling van de bemesting aanzienlijk beperkt. Telers van vollegrondsgroente zullen dit het stevigst voelen, meent bemestingsdeskundige Nelis van der Bok van de DLV. Veel groentegewassen zijn namelijk relatief flinke stikstofconsumenten in verhouding tot de hoeveelheid stikstof die met het eindproduct wordt afgevoerd. Een knelpunt is dan dat het risico groter is dat er teveel stikstof in het bodemprofiel achterblijft. Tweede knelpunt is dat de toekomstige N-gebruiksnormen worden gebaseerd op de bestaande officiele stikstofbemestingsadviezen, zoals vermeld in de 'adviesbasis bemesting akkerbouw en vollegrondsgroenten'. Een groot deel van de cijfers in die adviezen is verouderd en/of achterhaald. Belanghebbenden - telers dus - hebben de mogelijkheid in de komende maanden informatie aan te dragen om de officiele, veelal te lage bemestingsadviezen bijgesteld te krijgen naar een praktisch hanteerbaar niveau.Eerste kurk: minder fosfaatDe nieuwe mestwetgeving drijft op drie kurken, allemaal gericht op een beperking van de aanvoer van stikstof en fosfaat. Nieuw is dat alle fosfaat die wordt aangevoerd in rekening wordt gebracht: niet uitsluitend fosfaat uit dierlijke mest, maar ook uit kunstmest. Vooralsnog is gekozen voor een vaste, gewasonafhankelijke gebruiksnorm van 95 kilo per hectare in 2006, aflopend naar 85 kilo in 2008. Er zijn indicaties dat de maximale fosfaataanvoer voor bouwland in 2015 moet uitkomen op 60 kilo per hectare. Mocht uit de tussentijdse evaluatie - in 2007 - blijken dat de vaste gebruiksnorm niet werkt - bijvoorbeeld met gewassen die daardoor fosfaat tekort komen - dan kan eventueel worden gekozen voor een gebruiksnorm per gewas (vergelijkbaar met de gebruiksnorm voor stikstof). Het meetellen van fosfaat uit kunstmest kan er behoorlijk inhakken op bedrijven die sterk leunen op die kunstmest, meent Van der Bok. Dat is nog meer het geval wanneer de vaste gebruiksnorm wordt ingewisseld voor een gewasafhankelijke norm: voor de meeste vollegrondsgroentegewassen is de fosfaatafvoer gering. Daar staat echter tegenover dat de Pw op veel gronden aan de hoge kant is. Tweede kurk: minder mestTweede kurk onder de nieuwe mestwetgeving is de maximale hoeveelheid stikstof die met dierlijke mest wordt aangevoerd. De bovengrens wordt 170 kilo per hectare. Let wel: deze ruimte is alleen te benutten als de fosfaataanvoer uit dierlijke mest niet de beperkende factor vormt.Op zandgrond (en loss) geldt al een uitrijverbod op bouwland van 1 of 16 september tot 31 januari. Voor kleibouwland wordt het uitrijverbod voor najaarsaanwending in de komende jaren aangescherpt. Voor 2006 geldt een uitrijverbod van 1 december 2005 tot 31 januari, in 2009 van 16 september tot 31 januari 2010. Verder wordt de werkingscoefficient (wc) voor de toerekening van in het najaar aangewende drijfmeststikstof verhoogd. In 2006 moet 30 procent van de stikstof aan het gewas worden toegerekend (wc =0,3), in 2008 geldt een wc van 0,5. Ofwel, drijfmest uitrijden in het najaar wordt op velerlei manieren ontmoedigd. Het alternatief is mest in het voorjaar uitrijden net voor de teelt of in de teelt, bijvoorbeeld met sleepslangen. Hoe dat er in de praktijk uit moet zien, is de vraag, vooral als daar de eis bijkomt dat de aanwending emissiearm moet gebeuren en niet altijd duidelijk is hoe 'emissie-arm' moet worden geinterpreteerd.Derde kurk: minder stikstofUitgangspunt voor de gebruiksnorm voor stikstof is de bemestingsadviesbasis. Op kleibouwland mag de stikstofaanvoer in 2006 en 2007 110 procent van de norm zijn. Van der Bok: 'Dat lijkt genereuzer dan het is; er zijn voldoende kleigronden en omstandigheden aan te wijzen waarbij meer stikstof gebruikt moet worden dan volgens 'het officiele bemestingsadvies plus 10 procent'.' Telers op zandgrond krijgen wat meer veranderingen te verteren. Zo vervalt het onderscheid tussen 'nat' en 'droog' zand: er komt een gemiddelde, maximaal toegestane stikstofgift. Dat kan in verhouding gunstig uitpakken voor telers op droog zand en minder voor telers op nat zand, vooral geconcentreerd in West-Nederland. Binnen Minas wordt voor als 'droog zand'' aangemerkte grond immers een strengere verliesnorm voor stikstof gehanteerd (80 kilo per hectare) dan voor de overige zandgronden (100 kilo per hectare). De toegestane stikstofgift (= de gebruiksnorm) op zandgrond is in 2006 gelijk aan het algemene bemestingsadvies. In de daarop volgende jaren moet de stikstofgift voor 'risicoteelten' omlaag. In 2007 wordt de gebruiksnorm beperkt tot maximaal 95 procent van het advies.Achterhaalde adviezenVeel bemestingsadviezen zijn niet toegesneden op de huidige kwaliteitsnormen, productie en rassen. Of er zijn geen adviezen beschikbaar. LTO Nederland heeft een inventarisatie gemaakt van groenten die in Nederland worden geteeld, vertelt LTO-mestdeskundige Mark Heijmans. Uit de inventarisatie rolde een stukslijst van acht pagina's. Voor minder dan 40 gewassen op de lijst is er een officieel stikstofbemestingsadvies, maar uit een inventarisatie door LTO-Groeiservice bleek dat dit advies voor bijna alle teelten te laag is. In de praktijk is meer stikstof vereist om productie en kwaliteit op het noodzakelijke niveau te krijgen. DLV'er Van der Bok wijst op nog een knelpunt: voor de eerste stikstofgift moet rekening worden gehouden met de voorraad stikstof in de bodem. Bij de vaststelling van de gebruiksnormen in de nieuwe mestwetgeving wordt gerekend met een standaard voorraad van 30 kilo stikstof per hectare, ook al is dat cijfer in werkelijkheid een stuk lager.Hoe klemmend de mestwetgeving kan worden, wordt duidelijk uit een rapport van de Werkgroep Onderbouwing Gebuiksnormen (WOG). Hierin is voor verschillende grondsoorten berekend hoeveel stikstof maximaal mag worden aangevoerd om te voldoen aan de EU-nitraatrichtlijn. Voor nagenoeg alle wat grotere vollegrondsgroenten (koolsoorten, bladgewassen, prei) ligt de huidige adviesgift hoger. Deze gift zou dus (soms flink) naar beneden moeten.KaderIn de knelOm in 2006 verantwoord groente te kunnen telen is op de eerste plaats nodig dat de stikstof-adviesbasis klopt. LTO en het ministerie van LNV hebben een protocol in de steigers gezet, aan de hand waarvan belanghebbenden kunnen proberen het bestaande stikstofadvies bij te stellen. Dat kan gebeuren door telers(groepen), handelsbedrijven of toeleveranciers. Een verhoging van de adviesbasis kan lonen. In 2006 is de gebruiksnorm gelijk aan de adviesbasis, in 2007 is die hoogstens 5 procent minder. Aan het eind van dat jaar wordt in een tussentijdse evaluatie bekeken of aan de milieucriteria is voldaan. Als de toegestane hoeveelheid stikstof per bedrijf wordt berekend, geeft dat de mogelijkheid met stikstof 'te schuiven' tussen hoger salderende gewassen die meer stikstof vragen dan de gebruiksnorm (bijvoorbeeld prei) en minder salderende gewassen, bijvoorbeeld graan. Het is zelfs denkbaar enkele hectaren graan te telen en die minimaal te bemesten.Andere alternatieven - met beperkt effect - zijn efficienter bemesten, met ammoniumhoudende meststoffen werken en groenbemesters inzetten voor gewassen die veel stikstof achterlaten. Klein probleempje: voor grasgroenbemesters en kruisbloemigen als gele mosterd en bladrammenas bestaat geen officiele stikstof-adviesbasis. Kader'Samenwerken'IJsbergslateler Frans Nouws in Schijf heeft drie jaar ervaring met het injecteren van de vloeibare fractie van varkensmest. Aanvankelijk injecteerde hij gedurende de teelt, maar dat is lastig vanwege de beperkte ruimte tussen de rijen en in verband met de kans op mestspatten op het gewas. De mestinjectie gebeurt nu net voor de teelt, op het bed. Nouws' ervaring is dat wortelverbranding niet aan de orde is. De dunne mestfractie bevat per kuub gemiddeld 5 kilo stikstof, 6 kilo kali en 0,5 kilo fosfaat. Nouws: 'Telers en dierhouders zouden veel meer moeten samenwerken.'"

Redactie GFActueel

Of registreer je om te kunnen reageren.