teeltgeluid

‘Topproductie twee weken eerder dan vorig jaar’

“Door het mooie zonnige weer ligt vanaf half april de weekproductie boven de 2 kilo per vierkante meter”, zegt Tom de Jong van auberginekwekerij De Jong in Dinteloord.

“Sinds eind maart schijnt de zon continu. Dat merken we aan de productie, die flink is opgelopen en hoger dan normaal”, vertelt de aubergineteler. Tot week 21 was er 14.000 joules meer lichtinstraling dan vorig jaar. Vanaf week 16, en dat is twee weken eerder dan andere jaren, ligt de weekproductie boven de 2 kg/m2. Hierdoor ligt de productie 1,5 kg/m2 voor op vorig jaar. Dat is 7% meer productie.

De vruchtkwaliteit is ook goed. De Jong: “Afgelopen jaar waren de aubergines erg grof. Door dit jaar een hogere oogstfrequentie van twee keer per week aan te houden, scheelt dat in grofheid. Het vruchtgewicht is nu lager. Het weekgemiddelde is 335 gram per vrucht. De helft van aubergines vallen in de 300 gram sortering. En dat is goed en niet te hoog.”

Koele nachten

“Met koele nachten, waarbij de buitentemperatuur onder de 10 graden is en soms zelfs een nachtvorstje, is het goed aubergines telen. We halen dan met een voornacht makkelijk de nachttemperatuur van 18 graden”, vertelt de teler.

Sinds eind april staat het watergeven op instraling ingesteld. Hoe meer instraling, hoe meer water wordt gegeven. Bij elke 75 joules/cm2 (was 100 joules/cm2) volgt een druppelbeurt.

De Jong: “De EC is van 3 naar 2 verlaagd, omdat we met mooi weer steeds meer water geven. Anders geven we met een hogere EC te veel voeding en loopt de EC in mat te hoog op.”

Bestrijding van luisplekken

Wat betreft de plaaginsecten loopt de teelt naar wens. “We hebben weinig last van ziekten en plagen. Dat zorgt ook voor meer productie”, aldus de teler.

De plekken met bladluis zijn met Teppeki gespoten. De biologische bestrijders, de galmuggen Aphidoletes en sluipwespen Aphidius, moeten de rest doen en houden de luis onder controle. In week 22 is een bespuiting met Runner en Dipel uitgevoerd tegen te veel rupsen. De teler heeft een enkele witte vlieg gezien. Wekelijks worden hiertegen sluipwespen uitgezet.

Extra Macrolophussen uitgezet.

In week 21 zijn nog extra Macrolophussen uitgezet. De Jong: “Dit zijn alleseters, ze eten witte vlieg en rupseneitjes op. Begin maart hadden we ook al een keer Macrolophussen uitgezet en bijgevoerd, maar zagen geen opbouw van een populatie. Normaal zien we ze in mei als het mooi weer wordt, maar dit jaar niet. Vandaar de extra inzet. Nu verwachten we dat we wel wat gaan zien.”

In week 21 vond de teler de eerste plekjes spint. Hiertegen is de galmuglarve Feltiella uitgezet. “Deze galmuglarve geeft betere resultaten dan een roofmijt, omdat ze op zoek gaat naar spint.”

Auteur: Harry Stijger

Of registreer je om te kunnen reageren.