teeltgeluid

‘Foliescherm hebben we in schuur laten liggen’

René Claassen in Dongen kan de eerste vruchten bij het rode paprikaras Maduro in week 15 gaan snijden.

Er is half december een klein plantje, zonder stok en stiekje, op de mat gezet. Dat is geen erg vroege plantdatum, maar Claassen wilde niet al te veel verschil aanbrengen met de later (7 januari) startende teelt van de groene paprika Frazier en een (net na nieuwjaar geplante) aubergineteelt – in andere afdelingen van de kas. “Anders ga je in klimaat en bemesting zo’n verschil maken met de rest, en ik wilde geen twee heel verschillende teelten.”

Voor de gedeeltelijke aubergineteelt is ooit gekozen omdat de verwachting was dat het lastig zou kunnen worden om met alleen paprika’s voldoende bestaansrecht als bedrijf te houden, vanwege de doorzettende schaalvergroting. Want uitbreidingsmogelijkheden voor het 2,8 hectare grote bedrijf zijn er niet. Als is het oorspronkelijke twee derde deel van de kas dat voor deze teelt werd bestemd, al wat teruggeschroefd.

“Personeel vindt het soms wat minder prettig om in het aubergine-gewas te werken, vanwege het fijne stof dat er rond die planten kan hangen.”

Eerste zetting

In het driestengelsysteem paprika is op het vierde blad de eerste vrucht bij Maduro aangehouden, omdat de bloemknoppen daar goed gebogen in zaten. Daarna is een oksel overgeslagen, om de plant niet vroeg te zwaar te belasten. “Maar voor de rest moet de plant het zelf maar uitzoeken.”

Bij de groene Frazier kwam de eerste vrucht er al op het tweede en derde blad aan. “We hadden daar al een heel snoeiplan voor, maar omdat er niet zo veel vruchten aan zaten en we in een goede tijd zaten met buitentemperaturen, wilde ik die vruchten er toch niet afslopen. We hebben er daarna wel bij een tot twee bladeren de vruchtjes eruit gehaald, en zijn daarna weer verdergegaan. En die eerste vruchten domineren wel erg, maar Frazier moet ze ook wel voelen. Het ras is een woesteling, die anders met zijn gewas door het dak heen zou gaan groeien.”

Gewaswerk

Bij de Frazier is het staartjes wrijven bijna afgerond in week 14. “Het waren geen grote harde staarten, maar je wilt ze toch niet hebben in het handelskanaal.” Bij de vruchten van de Maduro was het niet nodig om staartjes te verwijderen. Wel worden daar zwakkere vruchtjes van de zijtakken weggedund. “Zodat de rest goed blijft.”

Geen schrale boel

Als temperatuurinstellingen wordt overdag 21 graden aangehouden, meestal gevolgd door een voornacht van 17 graden. Daarna gaat de temperatuur in een vloeiende lijn weer omhoog richting de dagwaarde. De luchtlijn staat op 22 graden, waar onder vochtige omstandigheden een graad vanaf mag.

“Op de middag mag er op stralingssom nog wat bij komen, om er geen schrale boel van te maken.” CO2 doseren gebeurt in de ochtend en avond met zuivere CO2. De rest ertussen gebeurt, als de luchtramen meer open gaan, met de ketel en wkk.

Geen folie-scherm

In de afdeling met Maduro is er een optie om een folie als tweede beweegbare scherm aan te brengen. Die arbeid is er dit jaar niet meer ingestoken. “Het is in de schuur blijven liggen. Je hebt het alleen met strenge kou nodig, en dat gebeurt met onze zachte winters niet vaak meer. Je kunt dan heel weinig schermuren maken met het dubbele scherm. En als het toch onverwacht streng dreigt te gaan vriezen, dan heb je die ene hectare er snel genoeg ingetrokken als vast scherm. Het folie en katrollen liggen gereed in de schuur. Met ervaren mensen ligt het er binnen een halve dag boven. Nog een dag om het om de andere baan dicht te nieten, en dan is de grootste kou al weg.”

Brede inzet biologie tegen ziekten en plagen

Met ziekten en plagen is het nog vrij rustig. “In het begin hadden we bij de groene paprika wel behoorlijk trips. Daar hebben we nog een rondje Vertimec gespoten. Zonder die behandeling had de biologie het uiteindelijk ook waarschijnlijk wel gered tegen de trips, maar je bent ook bang voor bronsvlekkenvirus. Vorig jaar hebben we ook een paar virus-planten gevonden.”

Er wordt breed biologie ingezet. Als roofwantsen zowel Orius als Macrolophus. “Macrolophus is een allrounder, die ik er zeker bij wil hebben. Die eet ook witte-vlieg- en rupseneieren. Orius is sterk als je behoorlijk tripsdruk zou krijgen.

Verder hebben we nog degenerans uitgezet. Die blijf je tegenkomen, en zorgt dat een spintje niet zo uit de hand kan lopen. Verder hebben we voor cucumeris gekozen, en niet voor swirskkii. Die laatste is een kannibaal, en vind ik te veel goede beesten eten.”

Zwavelpotten die drie tot vier uur per etmaal draaien, zorgen dat er geen schimmelproblemen ontstaan.

Auteur: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.