weblog

‘Het Italiaanse souvenirshopmodel’

Vorige week was ik in het Italiaanse Rimini voor de MacFrut Show.

Rimini is een badplaats met een lang zandstrand, ontelbare hotels in fantasieloze betonnen blokkendozen en heel veel souvenirshops die allemaal precies hetzelfde verkopen tegen dezelfde prijs met dezelfde, chagrijnige verkopers. Met de uitgestorven stranden, nog gesloten barretjes en de nodige buien vond ik het een troosteloze bedoening.

40.000 bezoekers voor MacFrut

Ze zullen in Rimini maar wat blij zijn geweest met de ruim 40.000 bezoekers van MacFrut, hét groente- en fruitevenement van Italië. Ik was daar uitgenodigd om een presentatie te geven tijdens de workshop over ‘greenhouses’. Italië heeft internationaal geen grote naam op het gebied van bedekte teelt, ondanks de 42.000 hectare aan plastic en 10.000 hectare aan glazen kassen (volgens een van de andere workshopsprekers).

De Italiaanse tuinbouw is erg op het binnenland gericht en loopt niet voorop qua efficiency, samenwerking en vernieuwingsdrang. In boomkwekerijproducten en in machines en materialen voor het bewerken, sorteren en verpakken van groenten en fruit is Italië overigens wél toonaangevend.

Grote verbeteringen met kleine investeringen

Toch wordt er ook in de Italiaanse bedekte teelt geïnnoveerd, bijvoorbeeld in ‘solar greenhouses’ en in foliegebruik. Dit zal veel Nederlanders weinig innovatief in de oren klinken, maar met andere folie, betere ventilatie en gebruik van schermdoeken kunnen met betrekkelijk kleine investeringen grote productieverbeteringen behaald worden. Positief gesteld zijn er dus nog legio mogelijkheden om zowel de productie- als de afzetkant te verbeteren.

Ook al doe je als bedrijf ogenschijnlijk hetzelfde als andere bedrijven in je sector, er zijn altijd mogelijkheden om je te onderscheiden

Italië heeft 60 miljoen inwoners voor wie goed eten doorgaans extreem belangrijk is. Als je naar een gespreksonderwerp zoekt met Italianen – ik denk daarbij even aan mijn 2 Italiaanse collega’s – doet eten het altijd goed, nog beter dan voetbal. En een concurrentiespeelveld met veel vergelijkbare kleine bedrijven (à la de souvenirshops) biedt juist ruimte om het anders te doen.

De Nederlandse radijstelers van Ortolanda hebben dat jaren geleden al ontdekt. Ook een bedrijf als Sfera Agricola gooit het over een andere boeg met premiumtomaatjes geteeld op steenwol in een grootschalige, moderne kas in Toscane, geen traditioneel tomatenteeltgebied.

Mogelijkheden om je te onderscheiden

Ik ben er nog niet uit of er veel kansen voor Nederlandse toeleveranciers en teeltbedrijven liggen in Italië. Ik denk dat de kansen beperkt zijn. Waar ik wel van overtuigd ben, is dat het souvenirshopmodel eindig is, binnen en buiten Italië. Ook al doe je als bedrijf ogenschijnlijk hetzelfde als andere bedrijven in je sector, er zijn altijd mogelijkheden om je te onderscheiden, of dat nu is op het gebied van assortiment, service, marktsegment, kwaliteit, logistiek of productieplanning.

Of registreer je om te kunnen reageren.