teeltgeluid

‘Bijtijds opstoken voor behoud vruchtkwaliteit’

De eerste paprikavruchten bij Nieuwkoop Paprika’s in Nootdorp beginnen wat bont te kleuren.

Geert van de Sande: “Het begin is er. Dat mag ook wel. Er moet toch weer wat in de portemonnee komen. Komende week (week 11) zullen we nog niet massaal gaan oogsten, maar in de week daarop verwachten we wel flink te kunnen oogsten.”

De aanloop naar die oogst heeft heel wat extra arbeid gekost. “Bij de tweede zetting waren er te veel vruchten aangekomen. We zijn toen fors gaan uitdunnen. Dat doen we zelden bij het tweede zetsel. Maar er zaten nu soms 4 tot 5 vruchten aan een tak. Als die allemaal blijven hangen, en je krijgt ineens een donkere periode, dan wordt de plantbelasting te hoog.”

Vruchtdunning

“Het blijft altijd de vraag of dat dunnen wel nodig is. Ik begrijp collega’s die liever nog even afwachten of er niet direct een paar donkere dagen volgen, waardoor de plant zelf een deel vruchtjes afstoot, en hij dus zelf het uitdunwerk doet. Maar wij hebben daar niet op gewacht en ervoor gekozen om het de plant direct makkelijker te maken. Al kost dat best wat uren. Ik denk dat je al gauw aan de 60 tot 70 uur per hectare zit.”

De hoop is dat er dankzij het uitdunnen straks relatief snel weer nieuwe zetting terugkomt. “Het resultaat van de tweede en derde zetting is altijd redelijk bepalend voor het verloop van het hele seizoen.”

Tot nu toe mogen we niet mopperen, en ziet de groei er goed uit

Begin oogst

Het gewaswerk bestaat nu hoofdzakelijk uit toppen en indraaien. “Ook tijdens dat indraaien wordt er nog wel eens een takje geholpen door er een vruchtje uit te halen.” Van lieverlee gaat het oogstwerk beginnen, waarbij de seizoenswerkers weer op het bedrijf komen. “We hopen dat de mensen van vorig jaar het zo naar hun zin gehad hebben, dat ze terugkomen. Vorig jaar hadden we een goede groep.”

Lees verder onder de foto

Het gewaswerk bestaat bij Van de Sande hoofdzakelijk uit toppen en indraaien. – Foto: Roel Dijkstra
Het gewaswerk bestaat bij Van de Sande hoofdzakelijk uit toppen en indraaien. – Foto: Roel Dijkstra

Sterke kop

Met lichte dagen vindt Van de Sande het helemaal niet erg als de etmaaltemperatuur op 21 graden Celsius uitkomt. “En 21,5 graden doet soms ook nog mee.” Als dagen donkerder worden, brengt hij de nachttemperatuur terug van 20 naar 18 graden Celsius. “Je wilt de plant niet helemaal uitkleden. Het belangrijkste is dat je probeert te bereiken dat de kop er goed blijft inzitten. Tot nu toe mogen we niet mopperen, en ziet de groei er nog goed uit.”

Bijtijds op temperatuur

Overdag wordt altijd opgestookt naar 21 graden. “Daar proberen we voor zon op te zijn. Hoe kouder het in de nacht is, hoe belangrijker het is om met voldoende buistemperatuur bijtijds op temperatuur te zijn. Want als het zonnetje later ineens doorkomt, en de temperatuur loopt te snel op, dan neemt het risico op binnenrot toe. We willen uit die gevarenzone blijven, om kwaliteitsproblemen te vermijden. Dat lukt aardig. We hebben maar zelden een probleem met binnenrot.”

Zodra de buis boven 1 graad Celsius komt, moet het doek dicht

Mocht de temperatuur toch nog te snel op dreigen te lopen, is het zaak vlot temperatuur weg te luchten. “Daar is de plant natuurlijk niet blij mee. Die gaat daardoor moeizamer groeier. Maar als je het niet doet, en je krijgt kwaliteitsproblemen met binnenrot, dan ben je verder van huis.”

Niet te veel schermen

Het enkele schermdoek loopt altijd vrij vroeg dicht op buisvraag. “Zodra de buis boven 1 graad Celsius komt, moet het doek dicht. Voordat de buis gaat vragen. Want het is weggegooid geld als de temperatuur onder het doek op zou gaan lopen vanwege warmte door een aantrekkende buisvraag.”

Als het straks mooier weer wordt, wordt die buisvraag-begrenzing verruimd. “Je moet niet te veel willen schermen.”

Meer water niet nodig

De watergift zit op ongeveer 2 liter/1.000 Joules per vierkante meter. “Er zijn collega’s die meer geven, en die zullen daar best hun redenen voor hebben. Maar wij denken dat de plant voldoende heeft aan dit niveau. We zien draincijfers van 30 tot 40%, dus meer geven is dan niet nodig.” En met een matwatergehaltemeter die 70% aangeeft, is ook geen extra beurtje nodig om te sterke intering te voorkomen. Een EC-monster uit de mat die nog steeds op 3,5 mS/cm zit, geeft nog geen aanleiding om de huidige druppel-EC van 2,8 aan te passen.”

Correcties blijven nodig

Bj de plagen is alles redelijk onder controle. “De ontwikkeling van trips kan soms wel even kromme tenen geven, maar extra Orius kan in een paar weken tijd vaak wonderen verrichten.” Hier en daar komt wat spint opzetten. “Rond deze tijd vraagt het aandacht om balans in de biologische spintbestrijding te houden. Ook luis blijft een punt van zorg. Daarbij is het zorgelijk dat Plenum eruit is als regulier toegelaten correctiemiddel. Want we willen wel 100% biologisch, maar er is nog geen beest die luis de baas kan blijven. We willen best wat risico’s lopen, maar geen onaanvaardbare. Je houdt correctiemiddelen nodig. Vaak kun je, in een vakje of bij een paar planten, met een spuitje met halve dosering het evenwicht al weer herstellen. Plenum is daarbij vrij zacht. Alleen Orius is kwetsbaar. Met alternatieve beschikbare gewasbeschermingsmiddelen loop je de kans dat de biologie een veel zwaardere tik krijgt.”

Ik heb al een eerste vlinder gezien

Binnenkort kunnen rupsen weer de kop gaan opsteken. “Ik heb al een eerste vlinder gezien. Helaas is het nog niet gelukt om die te vangen. Ook in de vanglamp zat hij nog niet.”

Auteu: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.