teeltgeluid

‘Voor het eerst een kop in tomaat zoals je hem wilt zien’

“We hebben al heel wat weersveranderingen meegemaakt, maar gelukkig gaat het sinds week 6 de goede kant op.” Wat 10 dagen mooi weer teweeg brengen. “Eindelijk zien we weer veel paars en groei in de kop”, zei teeltmanager Berry Baruch bij Kwekerij Schenkeveld halverwege vorige week over de belichte tomatenteelten Merlice op de vestigingen in Schipluiden, De Lier en Rijsenhout (Zuid-Holland).

De laatste 3 tomatentrossen worden mooi, dankzij het zonnige weer sinds week 6. Maar het gebrek aan licht daarvoor heeft de kwaliteit van de zetting en vruchten geen goed gedaan. “Als je bovenop de kar staat, wordt je heel blij, maar kijk je in de buik van het gewas, dan is dat een stuk minder.” Hoewel het al de helft minder is dan vorig jaar, vertonen de oogstbare trossen ook nu weer ‘kouschade’: een geroffelde vruchthuid. “Ze zijn aangemaakt tijdens de korte periode met sneeuw, half december. Mogelijk is toen de ochtenddip te laag geweest waardoor lichte condensatie op de vruchtjes is ontstaan. Het probleem doet zich voor in december en januari, als het donker en koud is. En Merlice lijkt het meest gevoelige ras.”

Kwaliteit nog moeilijk punt

Tot vorige week werden de vruchten met kouschade van de tros geknipt. Nu worden hele trossen tijdens de oogst in aparte dozen gelegd als klasse 2. “We verliezen daardoor 5% tot 7 % opbrengst. De oogstnorm is door het extra werk ook 20% lager geworden. Maar je wilt natuurlijk een mooie doos tomaten blijven leveren.”

Baruch verwacht ook voor de komende twee weken nog een moeilijk product. “Je ziet ook meer knoopjes en hoekige vruchten. We dachten dat de hommels en onze eigen kunstgrepen in de moeilijkste periode goed gewerkt hadden, maar het valt toch tegen.”

Opvallend is wel dat de grofheid op peil is gebleven, ondanks het gebrek aan licht. “Het gemiddeld vruchtgewicht is nog niet onder 170 gram geweest en was zelfs weken lang boven 180 gram per stuk.”

Meters maken en meer schermen

Baruch keek vorige week gretig uit naar de voorspelde vorstperiode. “Het wordt de komende dagen genieten.” Met 900 Joules aan zonlicht en 650 Joules uit de lampen, kunnen er meters worden gemaakt. “Ik verwacht etmalen van 20,2 graden te kunnen halen.” Om de planttemperatuur niet te ver te laten wegzakken bij het heldere weer, gaat het scherm ’s morgens later open, een half uur na zonsopkomst. En in de middag gaat het om 16 tot 16.30 uur dicht, of als het zonlicht al onder 80 Watt is gezakt, en gaat niet meer open om naar de voornacht van 15 graden te gaan. Voordat de lampen aangaan is de kaslucht alweer op 18 graden gebracht zodat de planten meteen actief zijn. De nachttemperatuur staat ingesteld op 19 graden plus 1 graad lichtverhoging.

Geen extremen en minder schokken

Na de ochtenddip van 18,8 graden stijgt de kastemperatuur vanaf 9 uur naar 22 graden plus 3 graden lichtverhoging op de luchtinstelling. “We zoeken in de namiddag de extremen niet meer op. Als de plant hard gewerkt heeft, moet je hem niet meer opjagen en mag de VD wel iets zakken.”

Door het toenemende daglicht gaan de lampen overdag nu soms uit. Het helpt daarbij dat ze sinds dit seizoen met stappen van 25% kunnen worden aan- of uitgeschakeld. “De schokken zijn daardoor minder groot. Als we een dag krijgen van meer dan 800 Joules geven we voor 11 uur 75% groeilicht en daarna 50%.”

Macrolophus-ontwikkeling verschilt enorm

Op alle vestigingen is de plaagdruk nog steeds erg laag. Baruch vindt wekelijks minder dan 1 wittevlieg per vangplaat en Tuta is heel stabiel op een laag niveau. En tot nu toe is nog nergens galmijt aangetroffen. “Daar zijn we heel blij mee, want vorig seizoen zagen we ze al in december op komen zetten.”

In Schipluiden begint Macrolophus nu goed op gang te komen, met circa 8 stuks per plant. De Macrolophus is er bij de plantenkweker al ingebracht zodat er planten met eitjes op de tuin kwamen, waarna ze in 2 paden per tralie zijn bijgevoerd. “Op de nieuwe locatie hebben we al te veel Macrolophus, wel 40 stuks per plant.” Het verschil zit hem waarschijnlijk in de zwavelpotjes die in Schipluiden meteen na het planten zijn aangezet. De eerste nimfen lijken daar extra gevoelig voor.

Balans zoeken

“Het is nog wel de kunst om een goede balans te vinden als je zo vroeg inzet. Misschien moeten we minder bijvoeren en het afval van het snoeien gaan weggooien want daar zitten enorm veel roofwantsen in.”

Preventief wordt iedere 3 weken een gewasbespuiting uitgevoerd met Addit tegen galmijt en Dipel of Thurex tegen Tuta en rupsen. “We kunnen het tot nu toe helemaal redden met biologische middelen.”

Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.