teeltgeluid

‘Drie-kopper beter dan vroege extra dief’

Bij tomatenteeltbedrijf Kleine Kaveling in Haarsteeg (Noord-Brabant) staat begin week 6 de derde tros op springen.

Er is op 2 januari geplant. De cherrytrospruimtomaat Sunstream is getopt op drie stengels en geënt op onderstam Maxifort. Janus Kanters: “Eerdere jaren hadden we op twee getopt. In het begin hadden die planten het altijd heel moeilijk op hun dieven. Daarom hebben we nu gekozen voor een ‘drie-kopper’. Dan heb je in ieder geval drie goede stengels.” Het op drie toppen past ook bij de niet zo vroege plantdatum.

De planten zijn in week 4 op het plantgat gezet, na ongeveer 2,5 week beheersing naast het gat, totdat alles goed in bloei stond. “Inmiddels is de plant goed ingeworteld, en zie je hem elke dag forser worden. In week 7 kunnen we gas gaan geven.”

Gevolgen stormschade

Kanters is tevreden over het plantmateriaal op zich en de uniformiteit. Al zitten er vanwege stormschade wel her en der wat gaten, die met inboeters opgevuld moeten worden. Daarvoor wordt een hele rij planten leeggehaald en verplant. De bijgekochte kleinere planten worden dan apart in die leeggekomen rij bij elkaar geplant.

Ondanks de kapotte ruiten is het gelukt om een redelijk klimaat in de kas te behouden. “Het weer is meegevallen. Nu is het buiten inmiddels wel koud geworden, maar zijn de grootste gaten in het kasdek met triplex platen dichtgelegd. Ik kan nu de temperatuur halen die ik wil.” Vanwege de opgelopen vertraging door temperatuurconcessies na de stormschade, zal de eerste oogst naar verwachting ergens in de eerste week van april vallen, wat later dan gepland.

Gewas activeren

De nachttemperatuur, die in week 5 nog op 12 graden Celsius lag, is omhoog gehaald naar 13,5 graden. Vanaf 02.30 uur tot 06.00 uur wordt opgestookt naar 16,5 graden. Tussen 9.30 uur en 13.00 uur wordt opgebouwd naar 23 graden Celsius. “Dat proberen we tot 17.00 uur vast te houden. En als het zonnetje doorkomt, dan mag het gerust naar 25 of 26 graden doorlopen.” Om 20.00 uur moet de 13,5 graden dan weer bereikt zijn.

Het scherm heeft veel dicht gelegen. Sinds week 5 probeert Kanters het toch tussen 11.00 uur en 16.00 uur open te hebben. “Er staat in de kas toch gewas dat je wilt activeren.” Rond 16.00 gaat het doek nog even dicht, met een kiertje van een paar centimeter, om de gewenste etmaaltemperatuur te halen.

Bladmonsters

Tot op heden is een of twee keer ’s avonds een druppelbeurt van 170 tot 300 cc. water gegeven. “Met goed weer mag hij ’s morgens rond half tien ook nog een beurtje van 120 cc.” Hij houdt een druppel-EC aan van 3,9 met een pH van 5,1. In de mat resulteert dat in een EC van ongeveer 5,5. “We meten natuurlijk ook de drain, maar de laatste twee jaar sturen we het meest op analyses van bladmonsters.”

Er is direct preventief biologisch gestart qua plaagbeheersing, om bijtijds een populatie natuurlijke vijanden op te bouwen. Er zijn al twee rondes Macrolophus uitgezet. “Niet veel, maar wel op de plaatsen waar ik iets verwacht. Met een niet al te groot bedrijf van 2,5 hectare ken je ieder hoekje. Vlug inzetten, elke keer een beetje. Dat bevalt goed. De laatste jaren zijn plagen zoals wittevlieg en galmijt geen probleem. Pas op het eind van de teelt moeten we wat bijsturen. Dat voordeel heb je helemaal bij onbelichte teelten, zoals de onze. We liggen drie weken helemaal leeg.”

Gewaswerkzaamheden bestaan nu uit dieven en draaien. Verder is de eerste tros net op 10 vruchtjes teruggesnoeid en worden de gewasbeugels geplaatst. Er is nogal wat werk in het al eerder gemelde inboeten van planten gaan zitten.

Auteur: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.