teeltgeluid

‘Gecontroleerd interen dankzij weinig stengel-uitval’

In week 40 worden de laatste tomatentrossen van Kwekerij Schenkeveld in Schipluiden geoogst, voordat de teelt wordt geruimd.

Teeltmanager Berry Baruch verwacht dat de eindproductie ongeveer 5 kilo onder de doelstelling uit zal komen. “Waar je met Merlice normaal ergens tussen de 95 en 100 kilo per vierkante meter uit komt, zullen we van het jaar niet verder dan rond de 90 kilo uitkomen.”

“Dat is teleurstellend. Zeker omdat je, na het heel donkere voorjaar, toch heel veel licht hebt gehad. Maar die 2.800 tot 3.000 Joules per dag in de zomer konden we niet omzetten in productie. Om dat te benutten had die instraling beter verdeeld moeten komen.”

Na-ijlen warmte-effecten

De kwaliteit na het extreme zomerse weer viel ook niet mee. “Toen de hitte voorbij was, dacht je: nu is het over. Maar de matige kwaliteit ebde langer door dan verwacht. We hebben nog wekenlang een lastige periode gehad wat kwaliteit betreft. Een gedeelte ‘zoutjes’, grauwe tomaten, knoopjes en krimpscheuren. We hebben op 6% tot 7% afval gezeten. Dat is behoorlijk, als je normaal op hooguit 2% tot 3% zit. Je streeft naar een kwalitatief goed product. Daarvoor moest je makkelijk een tomaatje extra van de tros knippen.”

“In de warme periode hebben we ook echt wel aan de zijkant van de benodigde kali gezeten, omdat we wat ruimer in calcium moesten gaan zitten in verhouding tot kalium. Dat zie je terug in kwaliteit. De laatste 5 tot 6 weken hebben we het weer omgedraaid en zijn we behoorlijk meer kali gaan geven. Want als het eenmaal is gezet, krijg je toch geen neusrot meer.”

Grovere vruchten

“De laatste trossen zijn nu wel weer beter. Het gemiddeld vruchtgewicht is met 140 gram niet al te bijzonder, maar dat hadden we van tevoren al grotendeels zo bepaald. We willen de vruchten van de laatste trossen niet zwaarder dan 150 gram laten worden. Als ze te grof zijn, wordt de uitgroeiduur langer, en krijg je meer grauwe en gescheurde tomaten.”

Sterk gewas

Het gewas zelf staat er nog goed bij. “We hebben het helemaal groen gehouden tot het einde toe. Het staat nog heel sterk. Ik heb het bewust niet gesloopt. We hebben ook nagenoeg geen uitval. Normaal krijg je best wel wat gele stengeltjes aan het eind van het jaar, met wat dooie trossen. Dat is toch lastig uit te leggen aan een afnemer. Maar nu hebben we daar geen last van. We waren wel bang dat de kracht van het gewas en het uithoudingsvermogen wat minder zou zijn na zo’n extreme zomer.”

Beginnen met interen

Een bijkomend voordeel van het feit dat bijna alle stengels er nog staan, is dat de watergift goed gecontroleerd is terug te brengen, om de matten redelijk droog te trekken naar het einde van de teelt.

“Met nog 3 trossen te gaan, beginnen we licht in te teren. Bij 2 trossen iets harder. En als er nog maar 1 tros hangt, gaan we echt hard interen. Met kleine beurtjes. Maar we houden de potjes wel nat. Want als je te ver gaat met interen, dan kost het vruchtgewicht en kwaliteit.”

Met zon mee opwarmen

Bij de klimaatinstellingen worden al ongeveer een maand etmaaltemperaturen van rond de 21 en 22 graden aangehouden. “Lekker met het zonnetje mee. Dus niet geforceerd stoken, maar vooral weinig luchten en met het licht mee opwarmen.”

Het schermdoek loopt al een tijd ’s nachts dicht. “Nu gaat het zelfs op de dag nog een beetje dicht. De doorkleuring zit er toch wel in, en dan heb je niet die felle zon erop. Voor het personeel is dat ook lekkerder.”

Plagen beheerst

De plaagbeheersing is over het algemeen redelijk goed gegaan. “Wittevlieg nam wel iets toe, met wel een iets vetter plantje, maar over het algemeen is het wel goed gegaan. De rupsen hebben we doodgemaakt. Tuta hebben we zo goed als helemaal niet. Sinds de feromonen hebben we daar niet zo veel last meer van gehad.”

Nesidiocorus moest wel aangepakt worden, waarmee ook de Macrolophus uitgeschakeld werd. “Je moet dan accepteren dat je die kwijt bent. We hebben daarna wat meer biologische middeltjes gebruikt. Tot aan de laatste paar weken is dat goed gegaan.”

Over op ander ras

Tijdens de teeltwisseling zal wat worden aangepast in de kas. “We gaan volgend jaar een ander ras zetten. In plaats van Merlice komt er Sevance. Die plant is weer een stukje langer dan Merlice. Daarom hebben we nieuwe, kortere, draadverlagers gekocht. Daardoor komt de gewasdraad iets hoger te hangen.”

“Ook komen er nieuwe stengelbeugels, die wat lager komen te staan. Met die 2 maatregelen winnen we in totaal 40 centimeter aan behanglengte.”

Auteur: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.