teeltgeluid

‘Betere kwaliteit en nauwelijks meer arbeid met 4 keer telen’

De derde komkommerteelt gaat al weer naar de volgende tussenplanting toe bij Corné en Mark van Boxel in Delfgauw. “We hebben even schuurschade gezien, maar de kwaliteit van de vruchten is verder perfect.”

De derde teelt is de kortste van de vier. Op 16 juni is tussengeplant, net als de twee teelten ervoor opnieuw met het ras Laureen. De rest van het oude gewas is er 15 dagen later uitgehaald. Op 4 juli startte de nieuwe oogst. In de laatste week van het oude gewas ontstonden er wat beschadigingen op de jonge vruchtjes doordat ze tegen de oude stengels aan schuurden. “Door het droge weer verkurkten de wondjes waardoor het erg opviel, maar verder is de kwaliteit perfect.” De productie ligt nu wat lager dan vorig jaar. “Vorig jaar haalden we in week 30 en 31 nog 10 tot 10,5 stuks per vierkante meter. Nu is dat 1,5 stuks minder. En in de totale productie lopen we 5 stuks achter op vorig jaar.”

Na 5,5 oogstweken van 8 tot 10 komkommers per vierkante meter wordt de helft van de rijen al weer opgeruimd voor de vierde planting van 11 augustus. De komkommers zijn begin vorige week al gezaaid. Er werd toen ook nog een rondje getopt aan de secundaire rank. “We houden in de rijen die blijven staan wat langere toppen aan zodat er wat meer bloemen en vruchten op komen. We tellen geen bladeren. De vuistregel voor de werknemer met een lengte van 1.80 meter is: op schouderhoogte toppen, de andere rijen op ooghoogte.”

Corné van Boxel haalt een kleinere top uit ranken van de komkommers die bij het tussenplanten blijven staan. - Foto: Roel Dijkstra
Corné van Boxel haalt een kleinere top uit ranken van de komkommers die bij het tussenplanten blijven staan. - Foto: Roel Dijkstra

Kaliumshotjes

Het gewas is nog gezond en sterk. “We hebben twee keer een shot van kaliumfosfiet meegedruppeld om de wortels sterker te maken. AAterra mag natuurlijk niet in de tussenplanting want je blijft daarin oogsten.” Hij heeft nu ongeveer 20 steenwolmatjes met lichte Pythium-aantasting gevonden. “De pootjes zijn bruin en de bladeren kleiner. Voor de nieuwe teelt gaan we daar nieuwe matten en stekers gebruiken.” De plagen zijn goed onder controle. Er zit een beetje trips en dit levert wat kromme vruchten op. “We hebben in 2 van de 3 planten een zakje met swirskii opgehangen. In de rijen die blijven staan zijn dat zakjes met een langere levensduur.” Spint wordt met Phytoseiulus in een keer met Floramite bestreden. Tegen bladluis is een keer Plenum gebruikt. Wittevlieg is geen probleem, dankzij de swirskii.

Voldoende regenwater

Het klimaat wordt voornamelijk op luchtvochtigheid geregeld. De stookinstellingen staan op 18 graden voornacht, 19 nanacht en 20,5 graden bij zonsopgang. De ventilatietemperatuur is overdag ook 20,5 graden en wordt met 4 graden verhoogd tussen een vochttekort van 4 tot 6 gram. Zo kwam de etmaaltemperatuur vorige week uit rond 22 graden. De watergift begint met 3 tot 4 beurten van 140 cc en verder van 80 cc, waarbij overdag 30 tot 40% (bij mooi weer) drain wordt gerealiseerd. Het watergehalte van de mat teert ’s nachts 7-8% in, ondanks de 1 of 2 nachtbeurten die met de watergehaltemeter worden geregeld. Het natriumgehalte in het uitgangswater is wat opgelopen naar 3,5 mmol per liter. “Ik heb twee weken de osmose-installatie aangezet vanwege de droogte. Maar nu hebben we weer ruim voldoende regenwater.”

Lausanne en wijder planten

Voor de vierde teelt heeft Van Boxel gekozen voor het nieuwe ras Lausanne. “Het gewas van Laureen is mooi open maar de kwaliteit is wat minder. Het geeft in de laatste oogstweken toch wat meer stek en klasse 2. Vorig jaar hadden we in de laatste teelt nog Roxanne staan, maar daar zit meer werk aan omdat hij meer dubbele vruchtbeginsels geeft.” Hij verwacht dat het ras Lausanne dezelfde productie geeft als Roxanne. “Ik kan dat goed vergelijken want er komen nog drie paden met Roxanne te staan.” De plantdichtheid is in de eerste drie teelten 1,25 per vierkante meter, maar in de vierde teelt wordt dat er maar 1. “Anders wordt het te donker.”

De teeltwisselingen kosten natuurlijk extra arbeid, maar dat haalt Van Boxel grotendeels terug in de teelt zelf. “Het oogsten gaat veel sneller en de sorteerprestatie is veel beter door de mooie en uniforme kwaliteit. Ook het gewasonderhoud is veel gemakkelijker. Uiteindelijk kost het weinig extra arbeid.”

Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.