teeltgeluid

Veel schermen en minimaal luchten om witkoppen te voorkomen

“We zijn in week 9 begonnen met knippen, een paar dagen eerder dan vorig jaar met dezelfde zaaidatum”, zegt tomatenteler Ronald Mies van Kwekerij Gebr. Mies in Wouwse Plantage.

“In week 6 tot en met 10 hebben we 35% minder licht gehad waardoor de plantbelasting wat lager is. Maar het gewas staat generatiever en de tomaatjes zijn een grammetje zwaarder, dus in gewicht maakt het niet veel uit”, vertelt Mies.

De 20 grams troscherrytomaat Tomaggino (2 hectare) is op 1 december geplant samen met de 12 grams troscherry Belido (ook 2 hectare). Beide rassen staan ook in de belichte afdeling, Belido dit jaar voor het eerst. “Door de belichting kunnen we nu 52 weken per jaar op de markt zijn.” De tomaatjes worden verhandeld via telersvereniging Van Nature.

Over het (onbelichte) gewas van Tommagino is Mies wel tevreden. “We zijn rond Kerstmis al begonnen iedere week een blaadje uit de kop te halen. Daardoor is het gewas redelijk generatief en kleuren de tomaatjes mooi rood. Als het te vegetatief staat, dan worden ze wat oranjeachtig en grauw. Het is minder mooi, al zie je dat niet meer als ze zijn doorgekleurd.” De zetting zit op de uitgestippelde lijn, al zijn er wel wat hobbels geweest met kortere trossen. “We snoeien het hele jaar 2 of 3 vruchtjes eraf. Dan houd je gemiddeld 12 tomaatjes over.”

Witkopgevoeligheid

De extra dieven zijn in week 2 en 7 aangehouden om op de eindstand van 4,2 stengels per vierkante meter uit te komen. “In week 6 stond er een mooie dief, maar dat vonden we eigenlijk te vroeg. Maar in week 7 ging het licht uit en bleef die dief toch wel even achter.” De negende of tiende tros bloeit steeds, maar het gewas blijft mooi kort. “Dat is de kracht van dit ras. Deze kas heeft een poothoogte van 4 meter dus de meeste nieuwe rassen zijn te lang.”

Daar staat tegenover dat Tomaggino gemakkelijke witte koppen geeft. “Een wit blaadje is niet erg, maar als de hele kop wit is moet je een nieuwe dief laten komen.” Toch is het aantal witkoppen nu een stuk lager dan vorig jaar. “Je moet met dit ras minimaal luchten als het koud is en zorgen dat de kop op temperatuur blijft bij helder weer. Daarom scherm ik veel en lucht ik eventueel boven het scherm.”

Kastemperatuur

Van 17 uur tot 18 uur moet de kastemperatuur naar de voornacht gaan van 15 graden plus 1 graad op licht (300-600 J). Tussen 20 en 23 uur wordt opgewarmd naar de nachttemperatuur van 17,5 graad plus 0,5 op lichtsom. Tussen 9 en 12 uur wordt weer opgebouwd naar de dagwaarde van 21,5 graden plus 2,5 graden op licht. “Maar om bij donker weer de etmaaltemperatuur te drukken gaat er juist een graad af van de dag en voornacht.”

In week 11 lag de etmaaltemperatuur gemiddeld op 18,1 graden, de week ervoor een graad lager. “In week 10 hadden we maar 4.650 Joules, bijna de helft van het licht van week 11. Je ziet het gewas nu wel zwaarder worden.”

pH laag houden

Met het watergeven vraagt de pH in de mat extra aandacht. “Als de pH in de mat hoger wordt dan 6,2 krijg je bij Tomaggino chlorotische planten.” Vorige week zat de pH in de mat op de grens: 6,1 bij een ec van 5,5. Door meer ammonium toe te voegen is de pH van het gietwater daarom verlaagd naar 5,2. De CO2 komt uit de WKK. Bij donker weer houdt hij een concentratie aan van 800 ppm, bij mooi weer is het streven 1.000 ppm.

In de onbelichte teelten verloopt de gewasbescherming gesmeerd. “Ik heb nog geen wittevlieg gezien.” Sinds begin januari worden wekelijks Encarsia-sluipwespen ingebracht, steeds 2 stuks per vierkante meter. En van Macrolophus zijn er een kwart per vierkante meter uitgezet die niet zijn bijgevoerd. “De ervaring leert dat ze ook zonder bijvoeren makkelijk overleven.” Daarnaast heeft hij in iedere tralie brede gele vanglinten opgehangen en is spintroofmijt uitgezet. “Zo goed als het hier gaat, zo moeizaam is het in de belichte teelten.”

‘Galmijt is een drama’

Grootste probleem in de belichte teelten is de galmijt. “De galmijt is een drama. Dit is het vijfde seizoen dat ik belicht, maar zo heb ik het nog nooit gezien. Vorig jaar hadden we maar een enkel plekje. Je ziet ze vaak te laat en er zijn geen goede middelen tegen. Als een plant onder bruin wordt, vind je ze pas bovenin, maar dan hebt je wel een microscoop nodig.”

Mies heeft een keer Oberon gebruikt en spuit verder iedere week met zeepsop en uitvloeier. “Het zijn maar lapmiddelen. Probleem is dat de Macrolophus ook een tik krijgt van de zeepsop, zodat je straks ook tegen problemen met rupsen en wittevlieg gaat aanlopen. Het duurt veel te lang voor er echt goed werkende middelen op de markt komen.”

Hij maakt zich ook zorgen voor verdere besmetting. Het personeel en de karren worden per vestiging zo veel mogelijk gescheiden gehouden. “Maar het lijkt erop dat ook hommels en vogels de galmijt verspreiden, en die houd je niet tegen. Ik zou ook niet weten hoe hij anders bij ons is binnen gekomen.”

Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.