weblog

1 reactie

‘Twintig jaar eerder fossielvrij!’

Is klimaat en energietransitie links? Het lijkt er wel op, als je de oproep van de Nationale Energiecommissie leest. Tuinders blijven (wijselijk?) aan de zijlijn.

De laatste weken adverteerden politieke partijen paginagroot met hun koppen, standpunten en stemadviezen. Daarna nog een paar ‘kiezers bedankt’-advertenties, en toen werd het stil. Maar de Nationale Energiecommissie sprong vanmorgen in dat gat. Paginagroot roepen zij in de landelijke dagbladen het nieuwe kabinet op om Nederland niet pas in 2050, maar al in 2030 fossielvrij te maken.

Opvallendste ondertekenaar van deze oproep is zonder twijfel Herman Wijffels. Als beste premier die Nederland nooit heeft gehad stond CDA-coryfee Wijffels elf jaar geleden dan toch in elk geval als informateur aan de wieg van kabinet Balkenende IV, met CDA, PvdA en ChristenUnie. Achter de schermen zal Wijffels in CDA-kring nu vast en zeker pleiten voor het voluit betrekken van GroenLinks bij het formeren van dat nieuwe kabinet aan wie hij vóór de schermen dus die ‘groene’ oproep doet.

De groene koningin en de magare cabaretier

Naast de CDA-mastodont, oud-boer en oud-Rabobank-topman, figureren onderaan de krantenpagina de groene koningin van Nederland Marjan Minnesma van Urgenda; in 2015 al de drijvende kracht achter de rechtszaak tegen de Nederlandse regering die zich niet aan zijn eigen klimaatbeloftes hield. Ook nog goed voor een ‘aha, die ook’, zijn cabaretier Dolf Jansen en – vooruit – schrijfster Susan Smit. De andere ondertekenaars zullen vooral in hardcore duurzaamheidskringen bekend zijn.

Waar zijn de glastuinders?

Opvallend afwezig onder de energiecommissarissen zijn de glastuinders, van wie Wijffels er toch vast nog wel een paar extra duurzame exemplaren zou moeten kunnen kennen. Ze zijn ook niet te vinden op de langere lijst van bondgenoten die op energiecommissie.nl staat te lezen. Tja, je moet ook maar durven. Met naam en toenaam staan voor een wérkelijk ambitieus klimaatdoel. Dat zullen je minder ambitieuze collega-glastuinders je niet in dank afnemen.

Maar hoe erg is dat eigenlijk? Wij horen de laatste jaren vooral glastuinders vaker en vaker zeggen dat ze niet zo nodig hun verhaal hoeven te vertellen in een vakblad dat alleen in eigen kring en keten gelezen wordt. “Dat levert mij niks op”, zeggen ze letterlijk. De collega’s met wie ze wel willen samenwerken en kennis willen delen, die weten ze zo ook wel te vinden.

De bredere kring van collega’s daaromheen kan ze eigenlijk weinig schelen, is een onuitgesproken onderliggende boodschap. En dat bekendheid in eigen kring een opstap kan zijn naar bekendheid in nog bredere maatschappelijke of zakelijke kring, daar geloven ze kennelijk niet in.

Je laten voorstaan op ...

Langs diezelfde denklijn zou je als écht groene tuinder, die nú al werk maakt of heeft gemaakt van fossielvrije teelt van groente onder glas, je dus ook weinig van je minder klimaatvriendelijke collega’s hoeven aantrekken. En gewoon met je kop tussen die luitjes van de Nationale Energiecommissie moeten kunnen staan.

Het zou de zaak van de glastuinbouw, die zich graag laat voorstaan op het zo vooruitstrevend aanpakken van de energietransitie, net weer even een stukje sterker maken. Zonder dat het ineens zomaar de klimaateisen van de nieuwe regering in de tijd naar voren zal halen. Of onderschat ik de gezamenlijke overtuigingskracht van Wijffels en Minnesma nu toch?

Eén reactie

  • P Verschuren

    Ik denk dat iedereen voor duurzaamheid is. Het is alleen nogal eens lastig om je te vinden in de randstedelijke definitie die men daar in de politiek aan geeft. Die neigt naar mijn idee vaak veel meer naar groen populisme wat niets met duurzaamheid, maar alles met boertje pesten te maken heeft. Dit remt waarschijnlijk het enthousiasme om zich op de onderdelen waar men wel achter staat daar ook publiekelijk mee te verbinden.

Of registreer je om te kunnen reageren.