teeltgeluid

‘Eerste tomatentros is degelijk geworden maar met moeite’

“Het gewas staat goed in balans, is generatief en heeft een open structuur”, schetst teeltmanager Berry Baruch van Kwekerij Schenkeveld in Schipluiden de nieuwe belichte teelt van ras Merlice op onderstam Maxifort.

Baruch heeft op 20 oktober geplant, twee weken later dan vorig jaar. “De planten waren technisch in orde, maar wel op hun maximale grootte voor een dichtheid van 6 per vierkante meter bij de plantenkweker.” De dag na het planten had 70% al bloei op de trossen. “Ze waren dus mooi gelijk.”

Behalve de 10 hectare met belichte Merlice staat er 6,5 hectare met Tourance. In de onbelichte teelt komt 3,5 hectare Sunstream te staan (mini-pruim-tros) en 10 hectare Cappricia die Merlice gaat vervangen. “Ik ben er geen voorstander van tot Kerstmis door te gaan met onbelichte Merlice. Je hebt gemakkelijk uitval en gele stengels, ook als je de vijfde tros voor het eind eruit gehaald hebt. De kwaliteit is op het eind niet meer te waarborgen. Het resultaat is te veel afhankelijk van licht en regen in het najaar. We hebben nu een heel mooie tuin tomaten staan, maar je kunt er eigenlijk onvoldoende op telen.”

Niet geparkeerd

Onder de lampen doet de jonge Merlice het goed. “Door twee weken later te planten stonden we nu eind oktober niet geparkeerd.” In de maand oktober wordt de helft van de elektriciteit nog verkocht en is er dus minder beschikbaar voor de teelt. “Voor de eerste 10 dagen is dat geen probleem, maar vorig jaar moesten we eind oktober noodgedwongen de etmaaltemperatuur verlagen.”

De planten zijn op een afstand van 66 centimeter gepoot (1,9 stengels per vierkante meter) en bij de helft is meteen de eerste trosdief aangehouden (2,85 st/m2). In week 51 wordt bij de andere helft een trosdief aangehouden zodat de eindstand van 3,8 stengels per vierkante meter wordt bereikt.

Nog voldoende knopjes

De zevende tros begon halverwege vorige week te bloeien. “De kwaliteit van de eerste tros viel tegen door bonken en onregelmatigheid. We hebben eerst de grote tomaten eraf gehaald en daarna op 5 gesnoeid. Het is een degelijke tros geworden, maar heeft wel veel werk gekost.” Bij de niet-verdubbelde planten zijn de trossen 2, 3, 4 en 5 op 6 vruchten gesnoeid. Sinds vorige week wordt alles op 5 gesnoeid. De zetting gaat voortvarend. “Maar je ziet dat de tros niet meer de spontaniteit van het begin heeft. Hij heeft 7 in plaats van 8 knopjes. Dat is nog voldoende, maar het moet niet veel minder worden.”

150 Joules per tros nodig

Sinds half november wordt al maximaal belicht, van middernacht tot 18 uur. Met de zevende tros in aantocht en 70 vruchten per vierkante meter heeft het gewas al meer dan 1.000 Joules aan licht nodig. De lampen leveren 820 Joules. De vuistregel is dat Merlice 150 Joules per tros nodig heeft. Op zonnige dagen is er dus nog een overschot, maar op donkere dagen is al het groeilicht nodig. De etmaaltemperatuur is gemiddeld 20,2 graden op zonnige dagen en 19,6 op donkere.

Een uur voor zonsopgang is de kastemperatuur 18 graden. Van 8.30 tot 13.00 uur wordt de temperatuur verhoogd tot 23,5 graden plus 1 graad op licht. Tot 15.30 uur wordt 24,5 plus 0,5 graden aangehouden. De voornacht van 16 graden duurt van 18 tot 22 uur. Daarna wordt opgestookt naar 18 graden om 00:30 uur. Een uur voordat de lampen aangaan, komt er een minimum buis in van 45 graden om het gewas te activeren.

Vloeibare CO2

In de nacht wordt 550 ppm CO2 gedoseerd. “Als het vriezend weer is dan doseren we vloeibare CO2. Zodra we meer luchten, boven 3 graden buitentemperatuur, pakken we weer CO2 uit de wkk.” Overdag wordt 600 ppm CO2 gedoseerd plus 100 ppm op licht.

Het (enkele) scherm gaat in de namiddag al dicht bij koud weer. In de nacht is het dicht met een kleine kier. “We mogen nog maximaal 25% kieren dus de warmte is geen probleem.”

Veel sluipwespen

De biologie is rustig. Tijdens de teeltwisseling is twee keer met Decis gefogd en een keer met waterstofperoxide. Omdat er bij de start wat Tuta en een enkel rupsje werd gevonden is een keer gespoten met Tracer. “Het is nu goed onder controle. Je ziet een enkele wittevlieg, maar we hebben best veel sluipwespen uitgezet: een mix van 3 Eretmocerus en Encarsia per vierkante meter.”

Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.