teeltgeluid

'Het auberginegewas mist alleen wat spontaniteit'

"Het gewas staat mooi in balans. Als het eenmaal loopt gaat het bijna vanzelf", zegt bedrijfsleider Gerard van Vossen bij Gebr. Van Duijn Aubergines in Oosterland. Hij teelt dit jaar voor het eerst het ras Rosheen na jaren van Taurus.

"Je hoeft niet extreem bij te sturen om de groei en de plantbelasting in evenwicht te houden. Het is alleen buiten nog geen groeizaam weer waardoor het gewas wat spontaniteit mist." Om de warmte aan het eind van dag vast te houden is het beweegbare scherm nog nodig. "Het mag dan best 30 a 31 graden worden. In het weekend mag het net wat warmer worden want het is best pittig als je bij dat klimaat moet werken in de kas." Er vrijwel nog geen nacht geweest dat het scherm niet dicht ging. Voor het afluchten naar de voornachttemperatuur van 18 graden om 22 uur gaat het wel even open als het buiten boven 12 graden is. Daarna gaat het weer dicht bij buitentemperaturen boven 14 graden. Vanaf 2 uur wordt langzaam opgestookt naar 20,5 graden bij zonsopgang. Overdag gaat de stooktemperatuur naar 22 graden met een minimum groeibuis van 35 graden.

Super kwaliteit en houdbaarheid

Het gewas is nog heel gezond. "Je ziet alleen wat slijtage op het oude blad waar de oogstbare vruchten hangen, maar dat is niet erg. Bovenin ziet het er goed uit en de scheuten blijven komen." Ook over de productie is Van Vossen tevreden. "We liggen wel 1 kilo per vierkante meter achter op vorig jaar met Taurus, maar toen was het veel groeizamer weer." Wekelijks wordt nog steeds vijf derde geoogst met een gemiddeld vruchtgewicht van circa 310 gram. "De kwaliteit is heel erg goed. De vruchten en kronen zien er uit als een plaatje. Ook de houdbaarheid in onze eigen proeven is super. Na twee weken zijn ze alleen wat zachter en is de kroon natuurlijk niet meer vers. Maar je zou ze nog gewoon kunnen eten."

Wantsen knijpen helpt

In het gewas komt hij van verschillende plagen wel wat tegen: wittevlieg, bladluis en een enkele wants. "We hebben hier gauw last van wantsen, maar we doen er nu niets chemisch tegen. Als we ze tegenkomen knijpen of slaan we ze dood. Dat scheelt echt in de uitbreiding van de plaag. Iedereen bij het indraaien en oogsten is alert op afvallende bloemetjes." Tegen bladluis heeft hij vanaf eind februari preventief een mix van acht sluipwespen uitgezet en in de haarden met aardappeltopluis  nog eens een mix van twee sluipwespen (Aphidius ervi en Aphellinus). "Je ziet nog geen parasitering maar dat kan hard gaan, net als de bladluis zelf trouwens. Maar we willen zo veel mogelijk af van chemie. Dat kost ook veel geld."

Of registreer je om te kunnen reageren.