teeltgeluid

'Plantbelasting bij aubergine mag nu niet te hoog oplopen'

"We zijn al drie weken aan het oogsten. Het gaat alleen nog niet hard. Maar dat wisten we natuurlijk van tevoren met zo'n vroege zaaidatum", zegt aubergineteler Tom Bos in Vierpolders. Voor de twee locaties werd op 22 en 29 oktober het ras Beyoncé gezaaid en geënt op Maxifort. Op 10 en 17 december zijn ze geplant voor een vierstengelsysteem met een dichtheid van 5 stengels per vierkante meter.

De productie was in week 8 nog maar 250 gram per vierkante meter. Maar in week 10 gaan we van de derde krans oogsten waar vier vruchten aanzitten. Dan neemt de productie snel toe. Maar we moeten nu wel opletten dat de plantbelasting niet te hoog wordt. We laten de vruchten niet te grof worden. Het gemiddelde oogstgewicht hebben we deze week daarom laten zakken van 250 naar 220 gram.
De kwaliteit van de vruchten is prima en het gewas staat er goed op. De eerste hartvrucht is voor honderd procent geslaagd dus we hebben het gewas goed in balans kunnen brengen.
In de voornacht, tot middernacht, wordt een temperatuur aangehouden van 15,5 graden. In de nanacht stookt hij op naar 20 graden bij zonsopgang. Op de dag komt daar nog een lichtverhoging van maximaal 4 graden bovenop. Het scherm gaat om 9 uur 's morgens open. Vanaf een half uur na zonsopgang tot anderhalf uur voor zonsondergang wordt een CO2-concentratie van 850 ppm aangehouden. De CO2 komt nog volledig van de ketel. Het lucht ligt nog weinig open en we zijn toch huiverig voor CO2 uit de wkk. We gaan er zeker tot maart mee door. Bij CO2-vraag wordt de wkk teruggetoerd. Bij lage stroomprijzen gaat hij helemaal uit.
De watergift is volledig afhankelijk van de instraling. Tussen 2,5 uur na zonsopgang en 2,5 uur voor zonsondergang wordt bij iedere 100 Joules licht een druppelbeurt van 200 milliliter per plant gegeven. Op een donkere dag duurt het gewoon wat langer voor de planten water krijgen.
Aan beestjes is er weinig te beleven. Deze week is wel Amblyseius californicus uitgestrooid, preventief tegen spint. Die kan goed overleven op het stuifmeel. De swirskii- en monderensis-roofmijten zijn al eerder uitgezet, in combinatie met Encarsia tegen witte vlieg: op een locatie swirskii en op de andere monderensis om te zien welke het beter doet. Ze zeggen dat swirskii beter overleeft zonder plagen. Maar voor conclusies is het nu nog te vroeg.
Het gewaswerk beperkt zich tot draaien en toppen boven de bloem van doorschietende scheuten. We laten nu alle dieven staan. Maar het groeit niet meer zo snel door de oplopende plantbelasting. Het gewas staat er goed op. Het staat klaar voor als het weer omslaat.

Of registreer je om te kunnen reageren.