laatste update:5 jul 2013

‘We willen tot het einde toe zo sterk mogelijke trossen houden’

“Het loopt vrij aardig, maar we zijn toch twee keer in de scheurtjes gelopen”, zegt teeltmanager Peter Vogel van CombiVliet in Middenmeer.

“In week 26 en 24 moesten we daardoor een paar procent van de tomaten weggooien. Je zit te wachten op de rijping van de puntvruchten bij trossen die zwakke cellen hebben gekregen in een periode met  mindere zetting.  Als je dan een ochtend krijgt met vochtig, klam weer gaat het fout.” Toch is Vogel best tevreden over het verloop van de teelt belichte Komeett in twee kassen van 12 hectare. Wel is het gewas in de ene kas het hele jaar al wat schraler dan in de andere kas. “Het verschil is niet groot, maar ik heb het idee dat het wat schralere gewas makkelijker lost.” De plantbelasting lag daar eind week 26 op 134 vruchten per vierkante meter, 8 vruchten lager dan in de andere kas. Al vanaf begin juni haalt Vogel geen blaadje meer uit de kop. “Als het warm wordt heb je verdampend oppervlak nodig om te koelen. Er zitten nog maar 14 bladeren per stengel aan want je wilt ook weer niet te veel vocht produceren na de langste dag.”

Plant op vochtspanning houden

In week 32 en 33 zullen de planten gekopt worden zodat de teelt begin oktober beëindigd kan worden. “De strategie is erop gericht om tot het eind een zo sterk mogelijke tros te produceren en voldoende vochtspanning in de plant te houden zodat het licht optimaal benut kan worden.” Dat betekent dat hij de plant met extra temperatuur activeert op donkere dagen en bij zonnig weer de kastemperatuur in de ochtend juist zo lang mogelijk laag probeert te houden om korte, sterke trossen te krijgen. Hij realiseerde tot halverwege vorige week een voornacht van 16 graden en een nanacht van 18 tot 18,5 graden met daarna een ochtend-dip van 17,5 graden en oplopende temperaturen tot 24 graden in de middag. De lengte van de nanacht gebruikt Vogel als stuurmiddel. “Het royalere gewas krijgt maar een nanacht van 1,5 uur, twee keer zo kort als het wat schralere gewas.”

Bijzonder lage Botrytisdruk

In de voorbije periode is er door de koele ochtenden nog gemakkelijk een bladrandje binnen gelucht. “Maar daar verwacht ik geen problemen mee te krijgen want de Botrytisdruk is door het droge voorjaar bijzonder laag.” Ook qua plagen is het erg rustig. “We hebben een goede balans in de biologische bestrijding. We zagen in week 26 wel wat invlieg van Turkse motten op de feromoonvallen, maar er zit ruim voldoende Macrolophus om dat op te vangen.” Er zijn wat plekjes met meer wittevlieg. “Meestal vind je daar ook minder Macrolophus. We vegen dan gewoon de nimfen van de gewaszakkarren in een emmer en zetten die uit in de wittevlieghaarden.”

Het gewaswerk is allemaal standaard. De trossen worden op 5 gesnoeid. Bij warm weer wordt vroeg gestart met indraaien, dieven en zakken en om 12 uur gestopt. “Je ziet dan duidelijk minder planten wat flauw worden. Het dieven is het meest belastend door verlies van vocht door de wonden.”

Of registreer je om te kunnen reageren.