'Het gaat toch allemaal om de grond’

Hans en Mariet Cuppen hebben een kas van 8.000 vierkante meter waarvan nu de helft gebruikt wordt voor de teelt van veldsla, rucola, winterpostelein, wilde spinazie, Batavia-sla en lollo’s. Vanaf eind februari komen er een aantal soorten bonen bij.  “Er is ruimte op de markt voor kleinschalige biologische teelten, maar dan moet je een breed assortiment hebben.” De afzet verloopt via een aantal biologische groothandelaren. Cuppen teelt pas drie jaar biologische groenten. Hij was lange tijd gangbare fresia-teler en heeft nu nog 4.000 vierkante meter biologische Amaryllis en Alstroemeria. “”Ik heb bijna 40 jaar bloemen geteeld. Groente was helemaal nieuw voor me, maar dat maakt niet veel uit. Het gaat toch allemaal om de grond.”

Later en minder zwaar
De bladgroenten houdt Cuppen vorstvrij met bedverwarming. Daarnaast heeft hij een bovennet hangen van drie  51-ers per tralie van 8 meter om de sneeuw van het dek te smelten. Ze worden meteen als monorail gebruikt. “De sla heeft bijna een maand weinig licht gezien door vorst en sneeuw. We zijn daardoor wat later aan het oogsten en ze zijn niet superzwaar. We hadden 32 potjes veldsla per vierkante meter gepoot, maar dat is nog te dun. Volgend jaar ga ik ze met de precisiezaaier zaaien.” De raapstelen heeft hij vorige week volvelds gezaaid. “Die hoeven niet netjes in rijtjes te komen.”

‘Het gaat om de weerbaarheid’
Ondanks de kou en sneeuw is de groente zonder smet de winter uit gekomen. “Het gaat om de weerbaarheid die in de grond zit. Het is eten en gegeten worden. De grond bepaalt of je last krijgt van bladluizen. Je moet een hoog mineralengehalte hebben met een breed scala aan mineralen.” Vroeger stoomde hij de fresiagrond twee keer per jaar. Daar is hij al lang geleden mee opgehouden. Zeven jaar geleden werd zijn fresiateelt biologisch gecertificeerd.

Allergisch voor onkruid
Cuppen probeert al decennia bezig de grond te verbeteren, vooral met compost. “Toen ik begon was het een zavel-zand-grond met 1,5 procent organische stof. Nu is het organische stofgehalte  6,8 procent.” Hij bewerkt de grond zo minimaal mogelijk. “Liefst alleen met de cultivator en een rol.” Doordat hij veel verschillende teelten heeft is vruchtwisseling ruimer dan de voorgeschreven een op drie. Hoewel er zeven jaar niet gestoomd is, is de grond nagenoeg onkruidvrij. “Ik ben al jaren allergisch voor onkruid. Bij planten, gewasverzorging of oogsten nemen we het mee in ons schortje. Je moet het niet in het zaad laten schieten. Door de korte teelten is dat goed te doen.”

Bron: Groenten & Fruit – Auteur: Gerard Boonekamp


Of registreer je om te kunnen reageren.