‘Er komt nu veel af en de prijzen zijn op niveau’


“De prijzen zijn gelukkig weer redelijk op niveau na de dip van eind vorige week. Door het wisselende weer is de productie dit jaar lager. Wij hebben nu 23 kilo per vierkante meter weg. Dat is ongeveer 1,5 kilo minder.” Toch is Martijn van Onselen in ’s-Gravenzande niet ontevreden. “We knippen in week 22 en 23 boven verwachting: twee keer 2,4 kilo per vierkante meter. Door de hoge plantbelasting en die 4 zonnige dagen op rij van vorige week komt er nu veel af. De hoge plantbelasting in combinatie met het wisselende weer heeft wel een enkel bloemetje gekost. De komende twee weken zullen we waarschijnlijk wel wat minder knippen.”

Ideaal vruchtgewicht
De keuze voor het ras Gabriella (op onderstam Beaufort, half december geplant) was vooral ook ingegeven om fijnere aubergines aan te voeren en zo een betere middenprijs te realiseren. Die strategie lukt tot nu toe aardig. “We zijn in het begin van de teelt grof begonnen, maar vanaf vanaf eind april lag het gemiddeld vruchtgewicht een aantal weken rond 280 gram. Sinds 3 tot 4 weken is dat 320 tot 340 gram, een ideaal vruchtgewicht voor de markt.” Hoeveel hoger de middenprijs uitpakt is moeilijk te zeggen. “Als je zelf 5 hectare hebt beïnvloed je de middenprijs zelf ook als je meer van bepaalde gewichtsklasses aanvoert.”

Niet te gek met temperatuur
Voor Van Onselen staat het gewas nu precies naar zijn zin. “Het moet niet generatiever worden. Om voldoende groeikracht te houden oogsten we wat fijner en doen we niet te gek met de temperatuur.” Hij probeert de kastemperatuur nooit boven 28 graden te laten oplopen in de namiddag. Bij donker weer lucht hij bij 19,5 graden en bij een wisselende dag mag de temperatuur op gevoel soms nog wat doorlopen tot 22 a 24 graden. “De nacht houden we min of meer vlak op 17,5 graden.”

Alert op wantsen
Het gewas is nog steeds goed gezond. Er zit nauwelijks trips of wittevlieg in, maar spint komt wel een beetje opzetten en er is een enkele wants gevonden. “Het is nog heel beperkt maar we houden het goed in de gaten. Ik zelf rijdt iedere dag nog door het gewas. Maar vooral de draaiploeg is heel belangrijk. Zij gaan iedere 2,5 week rond en zien gelukkig alles.” Tegen wantsen is biologisch weinig te doen. Alleen Botanigard, een schimmel die wittevlieg, trips en wantsen bestrijdt, zou een alternatief voor chemie zijn. “Wij hebben het wel eens tegen wittevlieg gebruikt in combinatie met andere middelen. We zagen toen dat het als aanvulling heel geschikt was, maar dat je moet er geen wonderen van mag verwachten.” Voor Mucor is hij niet zo bang meer. “Behalve in een paar kleine hoekjes met veel worteldruk zien we het niet meer sinds we van Macrolophus zijn afgestapt en alles op swirskii inzetten.”

Flexibeler door tweede wkk
De watergift stuurt Van Onselen op drie vochtgehaltemeters. Op warme dagen wordt hooguit tot 17.30 uur gedruppeld, op donkere dagen tot 15 uur. Avond- of nachtbeurten zijn niet nodig.  “We hebben een groot steenwolvolume dus durven veel in te teren. Voor de CO2 is hij minder afhankelijk geworden van de Ocap. “Die vallen weer veel te vaak uit.” Doordat dit jaar een wkk met rookgasreiniger is bij geplaatst en ook de ketel nog kan bijspringen is er altijd voldoende CO2. “Door de tweede motor is ook de elektriciteitlevering flexibeler geworden.”

Bron: Groenten&Fruit – Auteur: Gerard Boonekamp


Of registreer je om te kunnen reageren.