Redactie GFActueel
‘Ook bodemtemperatuur in de gaten houden’

De babyleaf bij Gino Buffel in Hooglede groeit redelijk vertraagd met het donkere weer. Het regenachtige weer heeft ook zijn weerslag op de ziektedruk. “We zien vrij veel smet. Een raamstand van een kleine 4 procent met regen is niet voldoende om het gewas droog te houden. Ook de witziekte-druk is verhoogd.”
Gelukkig hebben sinds vorig jaar enkele gewasbeschermingsmiddelen toelating gekregen voor het kleine gewas. Daarbij wordt Revus gereserveerd voor toepassing later in de teelt, vanwege de korte wachttijd.
 
Extra stoken bij zaai
Buffel stookt bij tot 8 graden Celsius in de nacht. ’s Morgens trekt hij de temperatuur op naar 12 of 13 graden Celsius, bij zonnig weer een paar graden hoger. “Je moet ook de bodemtemperatuur goed in de gaten houden. Onder de 10 graden zit er geen vaart meer op het gewas.”
Na het zaaien is extra warmte nodig voor de kieming. “Het moet zo uniform mogelijk staan.” Bij 16 graden is het zaad na ongeveer 4 dagen gekiemd. “Zou je een koude kas hebben, van 6 of 7 graden, dan zou het wel 14 dagen gaan duren voordat ze boven komen.”
 
Moeilijkere doorkleuring
Na de warmere start gaat de temperatuur weer terug. “Zodra het perfect staat, gaan we geleidelijk zakken.” De meer volgroeide gewassen in dezelfde kas mogen namelijk geen groeischokken krijgen.
Het sombere weer is vooral aan de rode sla-soorten te merken. “De doorkleuring is goed flauw geweest, met weinig zonlicht.”
 
Watergeefmomenten benutten
Water wordt nauwelijks meer gegeven. “Je hoopt op een paar mooie dagen, om water te kunnen geven. Dan geeft ik ook ineens even goed water, want je weet nooit of het direct daarna weer koud of bewolkt wordt.”
Van plagen heeft hij geen last meer. “Sporadisch kom je nog wel een luis tegen, maar die zijn makkelijk weg te krijgen.”
 
Bron: gfactueel.nl – Auteur: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.