Glas

Nieuws

Stikstof: ook teler moet zich laten legaliseren

Glastuinbouw Nederland adviseert alle tuinders een berekening te maken van hun huidige stikstofdepositie.

“Laat je legaliseren”, drukte Leonie Claessen van Glastuinbouw Nederland alle tuinders op het hart, gisteren op een stikstofseminar in Wateringen, belegd door AAB NL, Cees Advocaten en ingenieursbureau Deerns. “Maak een berekening van je bedrijfsactiviteiten in Aerius en laat er door het bevoegd gezag een handtekening onder zetten”, aldus Claessen.

Aerius is de stikstof-rekentool waarmee ondernemers kunnen bekijken of ze vanwege hun stikstofdepositie wel of niet vergunningplichtig zijn. Daar hoefde de tuinbouw tot voor dit jaar geen actie op te ondernemen. De stikstofuitstoot van het gemiddelde glastuinbouwbedrijf was zo laag dat dat zelfs niet hoefde te worden gemeld.

Gemeente Westland vraagt niet om Aerius

De gemeente Westland vraagt tot op heden nog steeds niet om een Aerius-berekening bij reconstructie van glastuinbouwbedrijven. En de Omgevingsdienst Haaglanden ging er tot nu toe ook altijd voor het gemak vanuit dat het voor de stikstofdepositie niets uitmaakte als er een grote nieuwe kas werd neergezet: daar werden immers ook altijd oudere kassen voor gesloopt en daarmee verdwenen de oude ketels en wkk’s met een hoge NOx-uitstoot.

Maar met dergelijk nattevingerwerk kunnen ondernemers in de nabije toekomst wel eens voor verrassingen komen te staan. De beperkingen die de Wet Natuurbescherming aan ondernemers oplegt, vanwege stikstofdeposities in kwetsbare Natura2000-gebieden, liggen sinds mei dit jaar onder een vergrootglas. Elke millimol uitstoot in heden én verleden telt mee in de beoordeling van de stikstofruimte voor een nieuwe investering.

Lees verder onder de foto

De Westlandse duinen bij Monster: Natura2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen is een van de 13 stikstofgevoelige gebieden in Zuid-Holland. - Foto: ANP
De Westlandse duinen bij Monster: Natura2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen is een van de 13 stikstofgevoelige gebieden in Zuid-Holland. - Foto: ANP

Oude stikstofemissies hard maken

Hoe nauw dat luistert, illustreerden Alwin van Ruijven en Henk van Koppen van AAB NL en Michel Plug van Cees Advocaten. Stap voor stap presenteerden ze tijdens het seminar de regels waaraan een investerende ondernemer zich nu moet houden, alvorens te kunnen doorgaan met zijn plannen. Wil een tuinder een nieuwe kas bouwen, aldus een toename aan stikstofdepositie veroorzakend, dan moet hij nu en in de toekomst wél met harde cijfers kunnen onderbouwen welke stikstofemissie uit het verleden door die nieuwe kas worden vervangen.

Lees ook: Stikstofuitstoot knelpunt én kans voor glastuinbouw

Interne en externe saldering

Als die vergelijking tussen de oude en de nieuwe situatie binnen het eigen bedrijf blijft (interne saldering), dan gelden andere regels dan wanneer een investerende ondernemer de stikstofruimte van ándere, stoppende bedrijven wil gebruiken, de zogeheten externe saldering. In het eerste geval mag worden gerekend met de feitelijk gerealiseerde capaciteit op het eigen bedrijf, dus dat wat maximaal gebruikt mocht en kon worden. In het tweede geval geldt slechts de feitelijk benútte capaciteit, die doorgaans lager is.

Vergelijken met 2004 of 1994

Bij dat salderen mag je niet zomaar het voor jou gunstigste jaar of tijdstip als uitgangspunt nemen. Afhankelijk van het Natura2000-gebied waar een ondernemer depositie op veroorzaakt, kan een andere referentiedatum gelden. Voor een aantal gebieden is 7 december 2004 relevant. Voor andere, met name als de depositie invloed kan hebben op beschermde vogels, moet de investerende tuinder zijn nieuwe situatie mogelijk zelfs vergelijken met de situatie ten tijde van 1994.

Hard maken hoe het toen gesteld was met capaciteit en benutting van de installaties, om zo tot een door het bevoegd gezag erkende toenmalige stikstofuitstootwaarde te komen, is verre van eenvoudig. Bewaarplicht van meetrapporten of draaiurenregistraties lopen niet zover terug, noch bij tuinders, noch bij instanties. Ook moet de activiteit sinds de referentiedatum onafgebroken aanwezig zijn geweest of zonder een (nieuwe) natuurvergunning weer kunnen worden hervat.

Lees verder onder de tweet

Ook vergunning Wet natuurbescherming

Om in de toekomst niet weer in een situatie te komen dat er geen officiële bevestiging is van aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten en hun stikstofgevolgen, is het zaak alsnog ook voor de bestaande bedrijfsvoering de verleende Omgevingsvergunning te laten aanvullen met een vergunning voor de Wet Natuurbescherming. Daarover zijn AAB NL, Cees Advocaten en Glastuinbouw Nederland het eens.

Daarbij is het zaak om niet kort door de bocht uit te gaan van bijvoorbeeld de recentste gegevens, maar goed te kijken naar de meest representatieve situatie. Hierbij kan het zo zijn dat als de stikstofdepositie hoger is, geen genoegen te nemen met de standaard waardes die uit Aerius rollen. Een eigen wkk of ketel kan net wat anders werken en net wat meer stikstofruimte innemen. En dat klinkt misschien alsof dat ongunstig is, maar kan in de toekomst mogelijk juist van waarde zijn als ‘bestaand recht’.

Vooraan staan vóór ‘Stikstofcrisis 2.0’

Vraag uit de zaal: wat als na legalisatie van alle bedrijven die daarom gaan vragen bij de overheid geen stikstofruimte meer over is? “Dan zitten we met een stikstofcrisis 2.0”, aldus de adviseurs. Reden te meer om er als tuinders op tijd bij te zijn met het vragen van die aanvulling op de bestaande vergunning, om op deze manier zoveel mogelijk vooraan in de rij te staan.

Of registreer je om te kunnen reageren.