Glas

Nieuws

Verenigingen kunnen ook zonder GMO-erkenning door

Telersverenigingen in groente en fruit kunnen bij het loslaten van hun GMO-erkenning (voor de subsidieregeling GMO) in principe door op dezelfde voet.

De telers mogen blijven samenwerken in zo’n producentenorganisatie zonder dat ze op de vingers getikt zullen worden door de ACM. Dat concludeert mededingingsspecialist Eric Janssen van het advocatenkantoor Kneppelhout & Korthals in een uitgebreide juridische analyse van belangwekkende ACM-besluiten en zienswijzen over de laatste 20 jaar.

Eric Janssen, mededingingsspecialist bij Kneppelhout & Korthals.
Eric Janssen, mededingingsspecialist bij Kneppelhout & Korthals.

Verenigingen zoekende

Die conclusie is van belang nu telersverenigingen mogelijk een besluit nemen over deelname aan de GMO-subsidieregeling. Deze stond de afgelopen jaren negatief in de aandacht, waardoor een aantal van hen een pauzejaar nam (maar nog steeds een GMO-erkenning hebben).

De GMO-regeling was volgens deze verenigingen stringent en risicovol. Onder de huidige minister van landbouw Carola Schouten is een versoepeling tot stand gekomen. De telersverenigingen (producentenorganisaties) zullen moeten beoordelen of de regeling nu acceptabel is.

Certificaat voor samenwerking

Als ze besluiten niet verder te gaan met de subsidieregeling en de GMO-erkenning opgeven, hoeft dat dus in principe geen negatieve gevolgen te hebben. Volgens Janssen geldt die GMO-erkenning nu feitelijk als een certificaat ‘dat de samenwerking niet in strijd is met de mededingingsregels’. Dat zal zo blijven, mits de producentenorganisatie en haar de aangesloten telers een zogenaamde economische eenheid blijven vormen. In zijn artikel toont Janssen aan dat dit kan worden gerealiseerd als de producentenorganisatie aan bepaalde erkenningsvoorwaarden blijft voldoen. Zo moet de producentenorganisatie onder andere de verkoop wel nog steeds in eigen beheer houden, een belangrijk onderdeel van de GMO-erkenning.

Fruitmaster en The Greenery

Uit zijn analyse blijkt dat de foute opvattingen over de mogelijkheden tot samenwerking binnen een producentenorganisatie en de juridische interpretatie in het verleden tot onduidelijkheid en verkeerde besluiten heeft geleid. Zo concludeert Janssen dat de fusieplannen tussen Fruitmasters en The Greenery vandaag mogelijk anders zou worden beoordeeld.

EZ droeg bij aan onduidelijkheid

Ook de overheid zelf heeft bijgedragen aan deze onduidelijkheid, concludeert Janssen. Hij citeert een handleiding uit 2015 waarin toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma een feitelijk verkeerde juridische interpretatie geeft van de samenwerking tussen telers binnen een producentenorganisatie. Tussen eind 2011 en begin 2012 gaf de ACM op het eerste gezicht tegenstrijdige zienwijzen af over samenwerkingsmogelijkheden van telers. Alleen de negatieve zienswijze is door Dijksma in de handleiding overgenomen. In zijn artikel laat Janssen zien dat de bedoelde zienswijzen van de ACM niet tegenstrijdig zijn.

Einde aan onduidelijkheid

De huidige inzichten over de samenwerkingsmogelijkheden van telers binnen een producentenorganisatie worden nu breder gedeeld, weet Janssen. Hij baseert zich op de meest recente ‘guidance’ van de ACM over samenwerkingsmogelijkheden tussen bollentelers in kwekersverenigingen. Het artikel van Janssen is enkele maanden geleden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht, maar is door recente ontwikkelingen in GMO-verband nu actueel.

Of registreer je om te kunnen reageren.