Glas

Nieuws

Nog meer te halen uit diffuus glas

De ruimtelijke spreiding van licht dat door het huidige aanbod van diffuus glas valt, is nog erg beperkt, blijkt uit 3D-haze-metingen van Wageningen UR Glastuinbouw.

De voordelen van diffuus glas kunnen nog groter worden als die spreiding wordt verbeterd, verwachten onderzoekers Gert-Jan Swinkels, Tom Dueck en Silke Hemming van Wageningen UR Glastuinbouw.

Dinsdag 29 oktober hield het 'LightLab' open huis voor toeleveranciers en telers, met lezingen en demonstraties van de lichtmeetapparatuur. De nieuwste aanwinst is de 3-D-scatter, een halve bol waarmee onder andere het verstrooiingspatroon kan worden bepaald. Uit metingen met de 3-D-scatter blijkt dat de verstrooiingskegel bij het huidige (grote en diverse) aanbod van diffuus glas zonder uitzondering erg smal is. Dat betekent dat het licht niet van alle kanten op het blad valt. Wat hiervan de betekenis is voor de plant, is nog niet bekend. Maar in theorie zullen de voordelen van diffuus licht nog verder toenemen bij een bredere verstrooiing.

Meermaals heeft Wageningen UR Glastuinbouw in de afgelopen jaren aangetoond dat onder diffuus glas een productieverhoging van 5 tot 10 procent (tomaat en komkommer) gerealiseerd kan worden. Voor het nieuwste diffuse glas (met tweezijdige AR-coating en een hemisferische lichttransmissie van circa 93 procent) kan dat wellicht nog hoger uitvallen. Diffuus glas leidt tot minder plantstress, een generatiever gewas en een hoger vruchtgewicht. Bij potplanten is ook een versnelde ontwikkeling gemeten. Doordat het verstrooide licht dieper in het gewas dringt, doen de onderste bladeren nog steeds actief mee aan de fotosynthese. Bovendien blijft de fotosynthese in de bovenste bladeren goed functioneren bij hoge instraling. Onder helder glas varieerde de bladtemperatuur op een zonnige dag tussen -2 en + 6 graden ten opzichte van de ruimtetemperatuur. Onder diffuus glas kwam de bladtemperatuur maar 2 graden boven de ruimtetemperatuur, aldus onderzoeker Tom Dueck.

F-scatter-waarde

Voor de mate van verstrooiing ('haze') bestaat nog steeds geen gestandaardiseerde norm. Wageningen UR gebruikt tot nu toe de standaard van ASTM (American Society for Testing and Materials) als basis, maar houdt daarnaast rekening met de hoek van intreding van het licht. De verstrooiing bij hoeken tussen 40 en 70 graden worden zwaarder meegewogen in het eindgetal, omdat dit overeenkomt met de praktijksituatie van kassen in Nederland.

Een 'haze' van 20, 45 of 70 procent zegt niets over de verspreiding van het diffuse licht in de kas. Wageningen UR wil hiervoor de F-scatter-waarde als maat gaan gebruiken. Deze waarde zal net als het haze-getal hoekafhankelijk worden bepaald. Het wachten is nu op kasdekmaterialen met een breder verstrooiingspatroon. De F-scatter-waarde zal worden gepresenteerd zodra de eerste afwijkende materialen zich aandienen, aldus Swinkels.

Kijk hier voor een fotoverslag.

Of registreer je om te kunnen reageren.