Glas

Nieuws

Voldoende blijven stoken

Energiebesparing is nodig, maar er moet voldoende gestookt blijven worden om een goede vruchtkwaliteit te handhaven, zo bleek onlangs tijdens een komkommerbijeenkomst van LTO Groeiservice.

Teeltadviseur Ruud van Amersfoort van Horti-Consult adviseerde voldoende gas in het gewas te blijven stoppen. Met een strengere winterperiode na een aantal zachtere winters, blijkt een aantal telers te krap energie in het gewas gestopt te hebben. Dit uitte zich doordat het lastiger bleek om de vruchtkwaliteit en de gewasbalans goed te houden. Meer hierover is komende week te lezen in de weekeditie van GFactueel.

Plagen
Bij de gewasbescherming is wittevlieg dé kwaal van de laatste twee jaar. Een echt afdoende goede chemische oplossing is er niet. De beschikbare toegelaten middelen werken maar matig. “Stop dat geld maar in extra swirskii” reageerde een teler op de bijeenkomst.
Vroeg biologisch starten lijkt inderdaad een belangrijke teeltmaatregel. Dat geldt ook voor spint, een plaag die een aantal telers de laatste jaren ook steeds erger ziet worden.

Teeltsystemen
In de teeltsystemen zit weinig verschuiving. De hogedraadteelt zet niet echt door. De extra arbeidskosten en grotere teeltrisico’s blijken nog zwaarder te wegen dan de voordelen op het gebied van productie, sortering, vruchtkwaliteit en mogelijkheden voor planmatig telen.
Het werken met hogere stengeldichtheid, met speciale nieuwe rassen die hier geschikt voor zijn, kent ook zijn begrenzingen. De plantkosten zijn hoger en het vraagt veel extra gewaswerk, waaronder meer touw hangen en meer indraai- en diefwerk. Het is daarbij heel belangrijk om een ras te kiezen dat niet aborteert en zware vruchten geeft, om de gewasbalans niet kwijt te raken.
De invulling van de arbeidsbehoefte zal ook goed geregeld moeten zijn, omdat soms binnen een korte periode heel veel stuks gesneden moeten worden. Vier weken van boven de 10 stuks per vierkante meter is haalbaar.

Nieuwe opzet onderzoek
Huub Welles van LTO Groeiservice gaf aan dat er plannen zijn om rassenonderzoek komkommer op dezelfde manier op te gaan zetten als dit jaar bij paprika is gebeurd. Daarbij worden op een aantal praktijkbedrijven rassenproeven aangelegd, waarbij alle waarnemingen beschrijvend gecommuniceerd worden. De teler kan zich dan zelf een oordeel vormen. Dit heeft voordelen boven de tradtionele manier van rassenonderzoek, waarbij geen tussentijdse resultaten bekend werden, en waarbij niet statistisch aantoonbare constateringen niet werden gemeld.
Er leven nog wel een aantal praktische vragen, zoals de zin om te investeren in een rassenproef voor de herfstteelt. In de praktijk blijken verschillen in de bruikbaarheid van rassen in vergelijking met de zomerteelt gering. Ook is de doelgroep kleiner, vanwege het flinke percentage komkommerbedrijven met een teelt herfsttrostomaten.

Bron: Groenten & Fruit – Auteur: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.