Glas

Achtergrond

Stikstofcrisis kan tuinders jaren in de weg zitten

De stikstofcrisis duurt al meer dan een jaar. Veel tuinders met plannen voor uitbreiding of de aanschaf van een wkk weten niet waar ze aan toe zijn. “Het wordt tijd dat de overheid duidelijkheid geeft”, zegt Leonie Claessen, beleidsspecialist Ruimtelijke Ordening bij Glastuinbouw Nederland. Tegelijk vreest ze dat deze situatie nog jaren kan duren.

Wat een gedoe, vindt Claessen. “Als je lang niet meer op kantoor bent geweest, weet je niet meer hoe het kopieerapparaat werkt.” Even later lukt het toch om het A4‘tje met stikstofemissiecijfers te printen. Dit zijn de cijfers die ze sinds het begin van de stikstofcrisis bij zich draagt en erbij pakt als ze met ministeries overleg heeft.

Stikstofdepositie en vergunningen

De stikstofcrisis begon toen de Raad van State een jaar geleden het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ongeldig verklaarde. Sindsdien heeft elke activiteit die enige stikstofdepositie kan veroorzaken, zoals de aanschaf van een wkk of een uitbreiding van het bedrijf, een vergunning nodig. Alleen, het is niet duidelijk waaraan die vergunning precies moet voldoen.

Volgens het A4‘tje stoot de glastuinbouw in totaal 5 kiloton stikstof per jaar uit. “Dat is niets in vergelijking met andere sectoren”, stelt Claessen. Toch heeft ook de glastuinbouw veel last van de perikelen rond stikstof.

Leonie Claessen (1967) studeerde tuinbouw aan de HAS in den Bosch. De tuindersdochter uit het Limburgse Herkenbosch werkte daarna op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) als vakdeskundige planologie, ­inrichting en beheer. en stapte in 2000 over naar de WLTO, waar ze de belangenbehartiging in de regio’s op zich nam. Bij Glaskracht Nederland en nu Glastuinbouw Nederland houdt ze zich vooral bezig met regelgeving rond bestemmingsplannen, streekplannen en herstructurering en de laatste anderhalf jaar met het stikstofdossier. -  Foto: Joef Sleegers
Leonie Claessen (1967) studeerde tuinbouw aan de HAS in den Bosch. De tuindersdochter uit het Limburgse Herkenbosch werkte daarna op het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) als vakdeskundige planologie, ­inrichting en beheer. en stapte in 2000 over naar de WLTO, waar ze de belangenbehartiging in de regio’s op zich nam. Bij Glaskracht Nederland en nu Glastuinbouw Nederland houdt ze zich vooral bezig met regelgeving rond bestemmingsplannen, streekplannen en herstructurering en de laatste anderhalf jaar met het stikstofdossier. - Foto: Joef Sleegers

Hoe staat het met de vergunningverlening?

“Sinds de uitspraak van de Raad van State over het PAS, vorig jaar mei, ligt de vergunningverlening in het hele land nagenoeg stil. Dat is nog steeds zo. Voor de glastuinbouw leverde dat aanvankelijk niet zo veel problemen op, want provincies gingen toch niet handhaven. Toen kwam de coronacrisis en werd er sowieso minder geïnvesteerd. Maar nu zijn we een jaar verder en willen ondernemers onderhand weten waar ze aan toe zijn. Er zijn tuinders die meer gebruik willen maken van wkk, vanwege de verhoging van de ODE. De overheid kan niet blijven zeggen: wacht maar af.”

De overheid kan niet blijven zeggen: tuinders, wacht maar af

Waar lopen de ondernemers tegen aan?

“Veel Natura 2000-gebieden zitten al boven de kritische stikstofwaarde, dus daar mag niets meer bijkomen. Een ondernemer moet dus aantonen dat zijn activiteit geen extra depositie veroorzaakt in die gebieden. Als referentie houden provincies het jaar aan waarin het gebied is aangewezen, bijvoorbeeld 1994 of 2000. Je moet dus aantonen dat je depositie niet hoger is dan in dat referentiejaar. Maar hoe doe je dat? Wie weet nog wat hij toen precies heeft uitgestoten? Of je moet extern salderen en dan 30% van de stikstofruimte inleveren.”

De glastuinbouw heeft toch bijna geen emissie?

“Dat klopt, en dat staat ook in het rapport van Remkes. Een groot deel van de depositie in natuurgebieden is ammoniak uit de veehouderij. Het is logisch dat het kabinet daar eerst naar kijkt. De grote industrie zit vaak hoog met de emissie, maar heeft vaak al de benodigde vergunningen. Voor Schiphol wordt ongetwijfeld wat geregeld. Mkb-bedrijven en de glastuinbouw hebben geen vergunningen en liggen onderop de stapel.”

Waarom hebben tuinders geen vergunning?

“Onder de PAS-wetgeving hoefden kleine deposities onder 0,05 mol/ha niet te worden gemeld. Ondernemers hoefden alleen een uitdraai van het online rekenprogramma Aerius in hun dossier te stoppen, waarmee ze konden aantonen dat ze de stikstofemissie hadden berekend en dat ze onder de drempel zaten. Bedrijven met een depositie tussen 0,05 en 1 mol moesten dat melden bij de provincie, maar hadden ook geen vergunning nodig. Alleen bedrijven met meer dan een mol depositie waren vergunningplichtig en moesten compenserende maatregelen nemen, behalve als ze konden aantonen dat hun stikstofemissie geen effect had op de natuur.”

Wat adviseer je tuinders?

“Vijf jaar geleden hebben we onze leden een brief gestuurd met het advies: maak een berekening met Aerius, en meld dat bij het bevoegd gezag. Het was echter moeilijk om ondernemers daarvoor te motiveren, want stikstof was nog geen groot item. Bovendien was er iets eigenaardigs: in het systeem van de gemeente moest voor een omgevingsvergunning ook het vinkje aan staan voor de Wet Natuurbescherming (WNb). Dat vinkje stond inderdaad standaard aan voor soortenbescherming, maar niet voor stikstof. Als iemand zich bij de gemeente meldde voor uitbreiding, dan kreeg hij nooit te horen dat hij een WNb-vergunning voor stikstof nodig had.

Het advies is nog steeds: maak een Aerius-berekening als je een groot bedrijf hebt en dichter dan 5 kilometer bij een Natura 2000-gebied zit. Dan weet je of je een probleem hebt als er een ambtenaar op je bedrijf komt.”

En als je een probleem hebt? Wat dan?

“Daar valt eigenlijk niets zinnigs over te zeggen. Voor de simpelste verandering op het bedrijf heb je al een WNB-vergunning nodig. Glastuinders willen hun zaken graag op orde hebben, maar in het geval van stikstof is dat heel lastig. Je kunt niet zeggen: ik neem deze maatregel en voldoe daarmee aan de regels.

In de beleidsregels zit gelukkig wel een clausule. Als je kunt aantonen dat de depositie heel laag is en dat sluiting van de installatie leidt tot een onacceptabele situatie, kun je vragen of de provincie een uitzondering wil maken. Je moet dan het maatschappelijk nut kunnen aantonen, zoals verwarming van een woonwijk. Voor een aantal bedrijven ben ik daar hoopvol over.”

Hoe is deze situatie het best op te lossen, denk je?

“We zijn bezig met twee trajecten. Allereerst pleiten we, samen met de veehouderij, voor een drempelwaarde voor de depositie. Het nadeel is dat dit voor elk Natura 2000-gebied apart moet gebeuren. En wat als zo’n gebied al boven de kritische waarde zit? Ik betwijfel of dat een haalbaar spoor is.

Ten tweede bekijkt ons energieteam of we niet beter emissie-eisen kunnen hanteren in plaats van depositie-eisen. Het idee is dat aan emissie-eisen is te voldoen met schone technieken. Voor beide oplossingsrichtingen inventariseren we wat de technische mogelijkheden zijn om de emissie verder terug te dringen. Daarna willen we kijken of het economisch uit kan.

Er is nog een derde denkrichting: is het reëel om overal in Nederland stikstofgevoelige natuur in stand te houden? Kijk naar het duingebied in Zuid-Holland, dat pal naast het Westland ligt. Of de Veluwe, die grotendeels is aangemerkt als stikstofgevoelig. Maar de politiek zal de natuurdoelen vooralsnog niet ter discussie stellen.”

Hoe lang gaan de problemen rond stikstof nog duren?

“Het is ruim een jaar geleden dat het PAS is afgeschoten en we zijn nog geen stap verder. De provincies en het Rijk zijn eerst bezig met in kaart brengen welke bedrijven vergunningplichtig zijn. Dat kan lang duren, want er zijn 120 Natura 2000-gebieden en twaalf provincies. Ook moeten rekenregels worden opgesteld voor de emissie van NOx. Ik denk eerder dat het nog jaren gaat duren dan maanden.”

Of registreer je om te kunnen reageren.