Glas

Achtergrond

‘All electric’ kas binnen handbereik

” All electric’ is het toverwoord in de glastuinbouw die af moet van fossiele energie. Maar warmte en CO2 zijn en blijven de echte sleutelwoorden?

Is de glastuinbouw klaar voor een fossielvrije toekomst? Aad van den Berg, manager kennisontwikkeling bij Delphy: “Het is de vraag of we dit kunnen realiseren.” Dat fossielvrij telen technisch mogelijk is, heeft sierteler Maurice van den Hoorn 10 jaar geleden al aangetoond met zijn Kas zonder Gas. De nieuwe kas van rozenkwekerij Porta Nova bevestigt dat nog eens.

Fractie van energie nodig

Glasteelten kunnen in elk geval toe met een fractie van het huidige energieverbruik dat 10 jaar geleden nog als de standaard gold. Dat bleek vorige week op een studiedag bij Delphy in Bleiswijk bijvoorbeeld in een workshop over de Perfecte Chrysant. In het eerste jaar van dit onderzoek werd gestreefd naar een halvering van het energieverbruik. Dat werd gedaan door te koelen, verwarmen en ontvochtigen met Opac warmtewisselaars. Een normale chrysantenteelt gebruikt ongeveer 27 kuub per vierkante meter om de warmtevraag in te vullen. Daarvan is 60% nodig om het vocht uit de kas te stoken.

De kosten van zo’n all-electric kas met seizoensopslag voor warmte liggen in de orde van € 56 per vierkante meter.

Inzet dubbel scherm

Het doel van 50% energiebesparing werd ruimschoots gehaald, mede door de inzet van een dubbel scherm. Het totale verbruik kwam uiteindelijk uit op 11 kuub aardgasequivalenten (aeq). Daarvan was 8 aeq zonnewarmte die in de zomer werd gewonnen om in de winter uit de grond te halen. De overige drie aeq was de 32 kWh aan elektriciteit die de warmtepomp aandrijft. Daarnaast werd er nog zo’n 130 kWh voor belichting gebruikt. Als dit als groene stroom van het net wordt gehaald, dan is de kas fossielvrij. Op het stomen na dan.

De kosten van zo’n all-electric kas met seizoensopslag voor warmte liggen in de orde van € 56 per vierkante meter. De meeste telers vinden dit een dure oplossing. Een goedkoper alternatief kan zijn: warmtewinning en gebruik op dagbasis.

Stroom en gas ontkoppelen

All electric wordt vooral interessant als de stroom veel goedkoper wordt dan gas. Op dit moment zijn deze commodities echter nog gekoppeld. En elektriciteit is duur vanwege de transporttarieven. “Steun van de overheid blijft daarom nodig bij dit soort projecten”, stelde Aad de Koning, salesman bij Lek Habo, leverancier van de Opac.

Exponentiële ontwikkeling

Maarten Steinbuch, hoogleraar Hightech systems and control aan de TU Eindhoven: “Doordat computerkracht exponentieel goedkoper wordt, terwijl alles in de fysieke wereld duurder wordt, zijn alle grote bedrijven aan het digitaliseren.” Daardoor gaat ook de elektrificering hard.

Bureau Bloomberg heeft bijvoorbeeld voorspeld dat elektrische auto’s in 2024 net zo duur zijn als benzine-auto’s. Steinbuch: “Het onderhoud en de brandstofkosten van elektrische auto’s zijn veel lager. Als er dan genoeg modellen zijn en genoeg oplaadpunten, wie zou er dan niet voor kiezen?”.

Dag-nachtmismatch zonne-energie

Er is echter nog een fundamentele mismatch tussen vraag en aanbod van zonne-energie. De elektriciteit wordt vooral overdag opgewekt, terwijl hij in de avond en de nacht nodig is. “Nachtstroom zal duurder worden”, verwacht de hoogleraar. “Het wordt dus zaak om energie zoveel mogelijk overdag af te nemen.” Hij denkt ook dat kassen grote hoeveelheden batterijen gaan installeren voor de dag-nacht buffering. In de toekomst is dat mogelijk, want de prijs van batterijen daalt elk jaar met 17%.

Warmte belangrijker dan elektra

Maya van der Steenhoven, directeur van het programmabureau warmte-koude Zuid-Holland en initiator van de campagne Van Gas Los, vindt dat de nadruk te zwaar ligt op elektra. Dat is ook in het energieakkoord zo. Maar warmte is een veel grotere post. De hoeveelheid warmte die in Nederland verloren gaat is groter dan het totale verbruik aan elektriciteit. Met de 150 PJ die in de haven van Rotterdam wordt weggegooid, kan heel Zuid-Holland worden verwarmd.”

Warmtenetwerk ’ouderwets denken’

Toch vindt Wagenings onderzoeker Frank Kempkes de aanleg van een netwerk voor restwarmte voorbeeld van ‘ouderwets denken’. “De tuinbouw redeneert: geef ons restwarmte, dan zijn we klaar. Op dit moment kan dat ook, want er is veel warmte over. Energie is voor de industrie zo goedkoop dat ze er heel ruig mee kan omgaan. Maar over niet al te langen tijd wordt de industrie gedwongen om haar energie beter te benutten, en dan blijft er minder restwarmte over. De tuinbouw gaat nu peperdure netwerken aanleggen, maar ze zou beter kunnen onderzoeken hoe ze zo min mogelijk warmte nodig heeft, en daarin dan zelfvoorzienend zijn.”

CO2 het luchtraam uit

Eenzelfde verhaal geldt voor CO2. Als de tuinbouw fossielvrij wil worden, heeft ze alternatieve bronnen van CO2 nodig, benadrukken belangenorganisaties. Jan Voogt, onderzoeker bij Hoogendoorn Growth Management, plaatst daar echter een kanttekening bij. “In de zomer verdwijnt 90% van de gedoseerde CO2 door de luchtramen. Als je dat verlies kunt halveren, kun je met veel minder bronnen en netwerkcapaciteit toe. Dat zou enorm in de kosten schelen. Daar zou meer onderzoek naar moeten worden gedaan.”

Of registreer je om te kunnen reageren.