Glas

Achtergrond

Minder biologische bestrijding in Spaanse tomaten

Het areaal kasgroente met geïntegreerde gewasbescherming in de Spaanse provincie Almería is voor het tweede achtereenvolgende jaar gedaald.

Vooral bij tomaat kiezen weer veel telers voor chemische bestrijding bij de seizoenstart. Er staat nu 1.460 hectare (-16%) minder tomaten met geïntegreerde gewasbescherming dan vorig seizoen, blijkt uit voorlopige cijfers van de regering van Andalusië.

Het aandeel van het tomatenareaal met geïntegreerde bestrijding was vorig seizoen nog 83%. Dat is gedaald naar circa 70%. Het gemiddelde voor alle kasgroente (57.564 hectare gemeten over meer teelten per seizoen en inclusief meloen en watermeloen) lag vorig seizoen op 46%. Dat is te lezen in het jaarboek 2015-'16 van FH Almería.

Paprika koploper

Paprikatelers zijn de trouwste toepassers van geïntegreerde bestrijding, met 99% van het totale areaal van 9.491 hectare. De grote doorbraak van biologische bestrijding in Almería kwam in seizoen 2007-'08. Het jaar ervoor werden in Duitsland veel partijen paprika’s met residu van onder andere verboden middelen onderschept, waarna de import kwam stil te liggen. In de andere teelten is de toepassing van natuurlijke vijanden later op gang gekomen. Bij tomaat groeide het areaal biologische bestrijding 4 jaar geleden erg hard, voornamelijk door de komst van een geschikte roofwant (Nesidiocoris). Nu is het aandeel ervan teruggezakt naar circa 70% van het areaal.

Nog lange weg

Opvallend is dat de geïntegreerde bestrijding wel toegenomen in de andere kasgroentegewassen. Bij paprika groeit het areaal met 5,6%, dat gaat gelijk op met de uitbreiding van het teeltareaal. Bij komkommer komt er 70 hectare geïntegreerde teelt bij (+3%). Daarmee komt het aandeel geïntegreerde bestrijding in komkommer op 51% van het areaal (totaal 5.026 hectare). Ondanks de inkrimping van het aubergine-areaal stijgt het areaal met geïntegreerde bestrijding met bijna 2% naar 1.100 hectare, ongeveer de helft van het totale areaal. Courgette- en bonentelers lopen ver achter met respectievelijk 13 en 10% van het areaal.

Hitte en virussen

De voornaamste reden voor de achteruitgang bij tomaat is de snelle toename van de populatie roofwants Nesidiocoris door het warme herfstweer, zegt Jan van der Blom van Coexphal. De dichtheden worden zo groot dat ze schade aanrichten in de tomaten en vaak al in oktober moeten worden gecorrigeerd. Daarnaast neemt de virusdruk sterk toe doordat er in de zomer wordt doorgeteeld. Bij tomaat gaat het vooral om TYLCV, in komkommerachtigen (vooral courgette) om TLCNDV (‘New Delhi virus’).

Jan van de Blom (voorgrond): "Er komen te langzaam nieuwe natuurlijke vijanden, doordat de producenten onvoldoende commerciële marges kunnen handhaven voor dure onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's." Foto: Gerard Boonekamp
Jan van de Blom (voorgrond): "Er komen te langzaam nieuwe natuurlijke vijanden, doordat de producenten onvoldoende commerciële marges kunnen handhaven voor dure onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's." Foto: Gerard Boonekamp

Nieuwe plagen

Bij paprika blijft iedereen beestjes uitzetten, want er is vooral tegen trips geen enkel alternatief in de vorm van chemische middelen, meldt Van der Blom. “We zien wel dat een aantal plagen in paprika steeds moeilijker te controleren valt. Dat geldt voor met name bladluis, spint en sommige groene wantsen.” Dit komt onder meer door het warme weer (spint) en door de toename van het aantal zomerteelten (alle plagen). “Er was dit najaar weer een toename van het door trips overgebrachte bronsvlekkenvirus. Doordat geen breedwerkende producten meer mogen worden gespoten, komen nieuwe plagen als groene wantsen opzetten.”

Tekort aan bestrijders

Van der Blom ziet op de achtergrond het effect van de kleine marges die de industrie achter de biologische bestrijding parten speelt. “Beestjes kunnen niet worden gepatenteerd, waardoor niemand commerciële marges kan handhaven om forse investeringen in R&D mogelijk te maken. Daardoor hebben we op sommige nieuwe plagen gewoon geen antwoord.”

Hetzelfde speelt in Nederland, vaak met dezelfde plagen. “Er is reden genoeg om samenwerkingsprojecten op te zetten vanuit de producerende sectoren”, bepleit Van der Blom.

Of registreer je om te kunnen reageren.