‘Feeling met natuur en weer niet vanzelfsprekend’

Voor ‘mijn’ zachtfruittelers is het nu topdrukte en ook voor mijzelf, want ik hoef me tussen onze kersen deze weken niet bepaald te vervelen.

Het seizoen en de aanvoer van alle zacht- en roodfruit draait, net als wijzelf, op volle toeren en dat is elk jaar weer een uitdaging. Eerst in de seizoenvoorbereiding om verbeteringen door te voeren. Vervolgens is het in de piek zelf vaak hectisch, maar als de aan- en afvoer, personeel, teelt, administratie en prijs lekker lopen, motiveert dat ook. Zeker als je achteraf op een goed seizoen kunt terugkijken.

Iedere burger zou jaarlijks een agrarisch bedrijf moeten bezoeken

Huisverkoop houdt je scherp en kritisch

Bij huisverkoop heb je direct contact met consumenten. Dat maakt je nog bewuster van je product. Je hoort namelijk direct of het goed is of toch iets minder van kleur, smaak of vorm. Eigenlijk werkt dat heel goed, want het houdt je scherp en kritisch.

Zeker bij opmerkingen probeer je op je tactvolste manier toe te lichten dat we afhankelijk zijn van de natuur. Als het veel regent is de smaak wat waterig, tijdens een hittegolf kan het product te zacht of te rijp zijn en als het koud is blijft de kleur wat achter. Voor ons logisch, maar voor veel consumenten helemaal niet. Die zijn zo verwend met de constante en hoge kwaliteit van (fabrieks)producten, dat ze totaal vergeten dat de groente- en fruitproductie afhankelijk is van het weer. En dat kan, zelfs bij beschermde teelten, roet in het eten gooien. Onze portemonnee ligt letterlijk buiten. Dat is niet erg, maar vraagt wel begrip en inzicht.

Meer voedseleducatie

Als je dat uitlegt, snappen klanten het wél. Al hebben nog maar weinigen echt feeling met natuurlijke producten en grillige weersomstandigheden. Ik hoorde laatst dat slechts 0,3% van de bevolking zorgt voor het eten van de andere 99,7%. Wellicht vraagt dat om meer voedseleducatie? Zeker in Nederland, waar onze vruchtbare delta garant staat voor zelfvoorziening. Wij hoéven geen gezonde groenten en fruit te importeren, we kunnen dat zelf produceren. Een groot goed om te koesteren en trots op te zijn.

Meer trots en kennis uitdragen

Daarom ben ik voorstander van het uitdragen van meer trots en kennis over onze voedingsproducten van duurzame topkwaliteit. Iedere burger zou minstens jaarlijks een agrarisch bedrijf moeten bezoeken. Alleen al om even letterlijk met twee voeten op aarde te landen. Om te beseffen waar ons primaire en gezonde voedsel vandaan komt. Dan waardeer je des te meer wat je eet en kies je bewuster. En voor ons als sector die beleving kunnen bieden, is onze toekomst gegarandeerd.

Of registreer je om te kunnen reageren.